Wetenschap - 1 januari 1970

De teloorgang van sociale zekerheid in Malawi

De teloorgang van sociale zekerheid in Malawi

De teloorgang van sociale zekerheid in Malawi

Sabine Mastwijk woonde vijf maanden op het platteland van Malawi, waar ze onderzocht hoe de bevolking omgaat met onzekerheden als voedseltekort en ziektes. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft groeit, maar aids en landdegradatie ondermijnen de opvang. Mensen kunnen en willen vaak niet meer voldoen aan hun verplichtingen tegenover wezen, ouderen en gehandicapten.


In Malawi zijn nauwelijks formele sociale-zekerheidssystemen, stelt Sabine Mastwijk. Bovendien zijn ze alleen toegankelijk voor de urbane bevolking. Er zijn wel informele systemen, maar daar is relatief weinig over bekend. Om daar meer over te weten te komen schakelde de overheid van Malawi de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ in. GTZ deed onderzoek op vijf plaatsen, verspreid over het hele land. Voor het onderzoek ter plaatse huurde GTZ vijf Nederlandse studenten in, elk bijgestaan door een counterpart: een bachelor student uit Malawi. De studenten gingen steeds een periode van drie tot vier weken het veld in en kwamen dan voor een week terug naar de hoofdstad Lilongwe voor een workshop onder leiding van GTZ. Mastwijk: In de workshops wisselden we onderzoeksgegevens en ervaringen uit, en scherpten we interviewvragen aan.

Tijdens haar veldwerk woonde Mastwijk met haar counterpart in een dorpje in het noorden. In een hutje met een rieten badkamer erachter, een gat in de grond als wc en een waterput vijfhonderd meter verderop. Het contact met elkaar was intensief: we werkte samen aan het onderzoek en omdat we ook samenwoonden, waren we 24 uur per dag bij elkaar. Bovendien was mijn counterpart zo ongeveer de enige met wie ik kon communiceren, want de rest sprak allemaal Chitumbuka. Z362 wonen is meer dan een huwelijk.

Dat leidde wel eens tot spanningen. Mijn counterpart was heel religieus. Als er een kind stierf zei ze altijd: Dat is Gods wil. Dat kon ik er op een gegeven moment niet meer bij hebben. Ik had haar wel door elkaar willen schudden: even terug naar aarde graag. Eerst hadden we redelijke discussies, maar dingen echt uitpraten ligt niet in hun cultuur. Als ik iets wilde uitpraten liep ik tegen een muur van zwijgen of een stroom religieuze teksten op. Dus heb ik het maar zo gelaten.

Van oudsher garandeerden familiebanden enige sociale zekerheid in het dorp waar Mastwijk veldwerk deed. Traditioneel moet de broer van een gestorven man trouwen met de weduwe. Maar weduwen en hun kinderen worden tegenwoordig steeds vaker verjaagd door de schoonfamilie. Die wil de last niet meer dragen van meer monden om te voeden. Dat geeft aan dat het traditionele zekerheidssysteem niet meer goed werkt.

Mastwijk zag al snel dat er in het dorp nauwelijks sociale zekerheid was. De dorpelingen zeiden: Sociale zekerheid? De enige zekerheid die we hebben is 362nzekerheid. Belangrijke veroorzakers van onzekerheid zijn landdegradatie, voedselschaarste en aids. De groep kwetsbaren, zoals wezen en ouderen, neemt toe, en er is zijn steeds minder hulpbronnen beschikbaar om de groep te onderhouden. Bovendien zijn er steeds minder mensen die voor deze hulpbehoevende groep kunnen zorgen, omdat aids vooral mensen in de kracht van hun leven treft

Mensen kunnen en willen vaak niet meer voldoen aan hun verplichtingen tegenover wezen, ouderen en gehandicapten, stelt Mastwijk. In plaats daarvan zie je toenemende individualisatie. Mensen beginnen bijvoorbeeld een eigen handeltje. Ook bouwen ze eigen netwerken op om materieel voordeel te behalen. Zo werden veel mensen in mijn dorp lid van een kerk of een kerkelijke women of youth group of een politieke organisatie. Wie lid is van zo'n gemeenschap kan in moeilijke tijden op meer mensen een beroep doen.

In haar verslag doet Mastwijk aanbevelingen. Er moeten kredietfaciliteiten komen voor de aanschaf van kunstmest en zaaizaad, om de voedselschaarste tegen te gaan. En de communicatie over waar mensen terecht kunnen voor hulp moet beter. Ook moeten vrouwen eigendomsrecht krijgen op land, want dat hadden ze niet in het gebied waar ik onderzoek deed. Daardoor hadden alleenstaande vrouwen praktisch niets om van te leven. Verder moet er iets gedaan worden voor de opvang van de vele wezen; sommige vrouwen verzorgen naast hun eigen gezin wel zes of zeven wezen.

Mastwijk is nog steeds aangeslagen door de armoede die ze in Malawi zag. Ik ben ook in Zuid-Afrika en Kenia geweest, maar Malawi is absoluut het armst. Het is wel zo dat de Wereldbank binnenkort tien jaar lang 34 miljoen dollar per jaar in Malawi gaat investeren, om een safety netwerk op te zetten ter verbetering van de levensomstandigheden van de armste en meest kwetsbare groepen. Ik hoop dat het helpt. E.R

Re:ageer