Organisatie - 24 april 2008

De tekenleraar die geschiedenis schreef

De Amerikaanse media noemden hem ‘the most famous cartoonist of the world’ en oud-president Theodore Roosevelt bejubelde hem. De betekenis van politiek tekenaar Louis Raemaekers tijdens de Eerste Wereldoorlog was zo groot dat de Duitse regering twaalfduizend mark op zijn hoofd zette. En dat allemaal voor een man die zestien jaar lang tekenleraar was aan de Rijkslandbouwschool in het gemoedelijke Wageningen. Een portret van misschien wel de beroemdste Wageninger.

Docent plant- en dierkunde Jan Ritzema Bos.
In Nederland kennen nog maar weinig mensen de naam van Louis Raemaekers (1869-1956), de man die rond de Eerste Wereldoorlog grote bekendheid kreeg als politiek tekenaar en karikaturist. Zijn Wageningse jaren zouden waarschijnlijk al helemaal niet zijn opgemerkt, als hij niet aan het begin van de vorige eeuw 22 spotprenten had gemaakt van leraren en medewerkers van de Rijkslandbouwschool. De prenten van onder meer Luitje Broekema, Adolf Mayer en Jan Ritzema Bos zijn nog steeds onderdeel van de historische collectie van de universiteit.
Dit vroege tekenwerk is opmerkelijk luchtig als je het vergelijkt met Raemaekers’ latere politieke spotprenten en propagandistische tekeningen, waar de felheid en dreiging van afspat. Het waren deze tekeningen die hem in de Eerste Wereldoorlog korte tijd wereldfaam bezorgden. Na 1918 was zijn rol als politiek tekenaar weer uitgespeeld en was de erkenning voor zijn werk in Nederland aanvankelijk zeer gering. De tentoonstelling die zijn geboortestad Roermond in 1949 verzorgde ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, bracht hem pas de erkenning waarnaar hij zo verlangde. Dit voorjaar werd het vijftigste sterfjaar van Raemaekers herdacht met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Roermond.

Avondteekenschool
Al op jonge leeftijd valt Raemaekers op door zijn tekentalent. Hij maakt veel portretten, landschappen en stadstaferelen en denkt erover te kiezen voor het vrije kunstenaarschap. Op aandringen van zijn vader wordt hij echter tekenleraar. Hiervoor volgt hij opleidingen in Amsterdam en Tilburg. Na wat omzwervingen vestigt hij zich in 1895 in Wageningen, waar hij eerst directeur en tekenleraar wordt aan de Avondteekenschool voor Ambachtslieden. Een functie waarnaar Piet Mondriaan tevergeefs solliciteerde.
In zijn memoires schrijft Raemaekers dat hij er aanvankelijk niks voor voelde om naar Wageningen te gaan. Hij veranderde van gedachten toen hij ‘het mooi gelegen kleine stadje’ had bezocht. ‘Ik nam het aan omdat de streek zeer schilderachtig was.’ Op de avondschool geeft Raemaekers les in ‘natuurtekenen, vaktekenen en projectietekenen’. Na een jaar krijgt hij er nog een baan bij; hij wordt tekenleraar aan de Rijkslandbouwschool voor ‘eene jaarwedde van 1200 gulden’.
Zijn beste vriend in Wageningen wordt Paul Stricker, administrateur van de Rijkslandbouwschool, waarmee hij ook later nog een intensieve correspondentie zal voeren. Van deze markante figuur, plaatselijk bekend als ‘Oompje Paul’, maakt Raemaekers een groot aantal tekeningen. Stricker behoort ook tot de 22 docenten en andere medewerkers van de Rijkslandbouwschool die Raemaekers rond 1900 portretteert in het ‘Schetsboek van Pietje’. De houtskoolschetsen zijn echte karikaturen: de afgebeelde figuren hebben een groot, fijn getekend hoofd op een kleiner, grof geschetst lichaam. Hun kleding en attributen verwijzen naar hun beroep. Zo beeldt hij Luitje Broekema - docent plantenteelt, veeteelt en zuivelkunde - af met een speelgoedkoe op wieltjes.
De zorg voor zijn vrouw en drie kinderen zijn voor Raemaekers een belangrijke reden om lang aan zijn betrekking bij de landbouwschool vast te houden. ‘Niet dat ik zoo sterk aan de betrekking hecht, die zou ik zonder leed vaarwel zeggen. Als ik kip nog kraai bezat was ’t iets anders en trok ik gaarne op goed geluk de wereld in’, zo schrijft hij aan één van de auteurs waarvoor hij illustraties verzorgt.

De Telegraaf
Buiten zijn werkzaamheden voor de school schnabbelt Raemaekers bij als boekillustrator. Het is het prentenboek ‘Guitenstreken van Pim, Piet en Puckie’ – oorspronkelijk bedoeld voor zijn kinderen - dat in 1905 wordt uitgegeven en zo de weg vrijmaakt voor zijn nieuwe loopbaan als politiek tekenaar. Een kunstcriticus van het Algemeen Handelsblad is gecharmeerd van de tekeningen en vraagt Raemaekers tekeningen te maken over de binnenlandse politiek. Voor dit blad maakte hij wekelijks politieke portretten.
Als Raemaekers in 1909 overstapt naar De Telegraaf komt het einde van zijn Wageningse tijd in zicht. Drie jaar later neemt hij ontslag bij de Rijkslandbouwschool en richt hij zich volledig op zijn politieke tekenkunst. Hij verkoopt zijn huis aan het Bowlespark en verhuist naar Haarlem. Bijna dagelijks drukt De Telegraaf spotprenten van hem af. Raemaekers is in die jaren evenals het dagblad politiek neutraal, waardoor zijn oeuvre veelzijdiger is dan dat van zijn tegenhanger, de bevlogen socialistische karikaturist Albert Hahn.
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekent een ommekeer. Raemaekers is diep geschokt door de inval van de Duitsers in het neutrale België en kiest onverholen partij tegen Duitsland en voor de geallieerden. Een standpunt dat in het neutrale Nederland – en ook in Raemaekers directe kennissenkring - niet op veel waardering kan rekenen.
Volgens historica Ariane de Ranitz, die in 1989 aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op een proefschrift over Louis Raemaekers, was zijn diepgewortelde haat tegen Duitsland ‘niet gericht tegen individuen, maar tegen het militaristische systeem.’ De tekenaar kan worden gezien als initiator van de opmerkelijke anti-Duitse positie die De Telegraaf in de Eerste Wereldoorlog aanneemt, aldus De Ranitz. Zijn tekeningen – die de gruwelen van de oorlog, de brutheid van de Duitse keizer en vooral het leed van het Belgische volk in beeld brengen – maken veel emoties los bij de lezers.
In politieke kringen worden de tekeningen gevreesd omdat ze de strikte neutraliteit van Nederland in gevaar brengen. De Duitse gezant eist maatregelen tegen de publicaties, maar de Nederlandse regering volstaat met terechtwijzingen. In het najaar van 1915 krijgt Raemaekers te horen dat de Duitsers een prijs van twaalfduizend mark op zijn hoofd hebben gezet. Hij maakt hierover een spotprent en zorgt dat het nieuwtje zich snel verspreidt.

Amerikaanse held
De tekeningen van Raemaekers worden al spoedig ook in Frankrijk en Engeland gepubliceerd en in 1916 verhuist hij naar Engeland om van daaruit de geallieerde pers beter te kunnen bedienen. Zijn albums, briefkaarten, affiches en lantaarnplaatjes worden door het Britse War Propaganda Bureau in tientallen landen verspreid. Soldaten die naar het front gaan krijgen kleine prentenalbums mee. Raemaekers wordt een internationale bekendheid.
Het hoogtepunt van zijn roem is ongetwijfeld zijn bezoek aan de Verenigde Staten in 1917. Hij gaat op audiëntie bij president Woodrow Wilson, zijn tekeningen verschijnen dagelijks in een paar honderd kranten, en de Amerikaanse pers noemt hem ‘the world’s most famous cartoonist’. Oud-president Theodore Roosevelt roemt de moed van de Nederlander en noemt zijn tekeningen de ‘krachtigste bijdragen van neutralen aan het doel van beschaving in de wereldoorlog’.
‘Een van de grootste verdiensten van de tekenaar was het feit dat hij in Amerika de lezer wees op gebeurtenissen uit een oorlog die voor de meesten ver en onwerkelijk leek’, schrijft biografe De Ranitz in haar proefschrift. De uiteindelijke deelname van de VS aan de oorlog wordt mede op zijn conto geschreven. Of zoals de Amerikaanse minister van Oorlog, Newton D. Baker, het in 1918 verwoordde: ‘Deze oorlog is niet alleen met het zwaard gewonnen, maar ook met de pen.’

Re:ageer