Student - 27 augustus 2009

Dé student

Een nieuwe lichting studenten dient zich aan. Aan welk beeld kunnen zij zich spiegelen? Gesmeerde kelen, beerenburg, bemodderde schoenen, biologisch tuinieren; het zijn wellicht karikaturen, gemeenplaatsen. Maar dergelijke clichés leunen wel zwaar op de realiteit.

Velpse bosbouwer
Berenburg-Friezen 
Het sluimerende stadje Leeuwarden ondergaat een ingrijpende verandering als op maandag de studenten massaal terugkeren in de stad en de locals doen schudden op hun grondvesten.  
Met niets meer dan een weekendtas en een schooltas arriveert de student op het station Leeuwarden en elke straat en elke wijk zal vanaf dat moment letterlijk en figuurlijk wakker worden geschud. Niet alleen door het oorverdovende lawaai van de oude rammelfiets, gekocht van een zwerver voor vijftig cent tijdens het nachtelijke bezoekje aan de FEBO. Ook de met bier gesmeerde kelen brengen veel herrie voort. Vooral met het meeschreeuwen van het Leeuwarder kroegenlied; ik ben su eil van twee rasechte Leeuwarders Aart Lus & Ed Lip, stijgen de decibels fors.
Het devies luidt: gezelligheid, niet moeilijk doen en schijt aan regeltjes. Diermanagers, Biotechnologen en Watermanagers vertegenwoordigen het grootste gedeelte van de Van Hall-studenten. Van de biologisch bewuste, dreadlocks dragende diermanager tot de watermanager die met zijn hoogwaterklederdracht al is voorbereid op het stijgende waterpeil; de Friese klederdracht is ver te zoeken.
De afstand tussen de Leeuwarder student en de Friese tradities is zo groot, dat het zelfs niet met fierljeppen te overbruggen is. Zo zal je in geen enkele broodtrommel het bekende Friese suikerbrood vinden. Nee, wat de student niet kent, dat vreet hij niet. Er is echter één traditie die de Leeuwarder student graag hooghoudt: in de vele kroegen die Leeuwarden rijk is, vliegen de liters Sonnema Berenburg over de bar. Dat de stad is afgezonderd in het hoge Noorden en omringd door koeien en dorpjes waarvan de naam niet uit te spreken is, heeft gelukkig geen afschrikkende werking op de internationale student. Hordes Duitse diermanagers en leergierige Chinese hotello's zorgen voor een unieke sfeer in het Leeuwarder studentenleven. Een taalprobleem is er zeker niet, aangezien aan het einde van de avond iedereen elkaar toch begrijpt. Het Engels komt dan verdomd veel overeen met het Fries. /Marlot Roelofs
'Wageningse meisjes weten nog niet dat ze mooi zijn'
We zitten op de bovenste verdieping van Forum. Henk kijkt schuchter voor zich uit en slurpt nerveus aan zijn brandnetelthee. Op de vraag waarom hij zo zenuwachtig is, haalt hij zijn schouders op. 'Ach',  zegt hij, 'Ik praat nou eenmaal niet graag over mijzelf, en zeker niet als alles wat ik zeg wordt geïnterpreteerd als een uitspraak van De Wageningse Student. Ik vind hokjesdenken een gevaarlijk verschijnsel. Ik begrijp dan ook niet dat dit blad het nodig vindt een karakterschets te maken. Maar goed, als het per se moet, wil ik wel mij best doen.' Voorzichtig beginnen we aan de eerste vraag.

Henk, wat zijn je hobby's?
'Tja, die zijn heel divers. Tuinieren vind ik bijvoorbeeld heel leuk, maar ook vogels kijken en knotsballen.'
Niet echt doorsnee voor een 22-jarige gezonde Hollandse jongen.
'Vind je? Ik ken anders heel veel mensen die hier ook van houden. Mijn huisgenoten bijvoorbeeld.'
Je woont toch op Droef?
'Ja, dat is een heerlijke omgeving. Heel groen en gezellig. En iedereen is er vegetariër. Hartstikke duurzaam.'
Snap je dat sommige mensen jou een 'stinkhippie' of 'droeftoeter' noemen?
'Ach, daar probeer ik me niet zoveel van aan te trekken. Dat zijn meestal toch die Cereslui die de Hoogstraat domineren. Omhooggevallen boeren zijn het.'
Heb je iets tegen boeren?
'Nee, helemaal niet, mits ze biologisch boeren. Ik heb evenmin iets tegen hippies trouwens.'
Wat vind jij het grootste voordeel van Wageningen in vergelijking met andere studentensteden?
'Dat de mooie meisjes hier nog niet weten dat ze mooi zijn. Dat scheelt een heleboel arrogant geouwehoer in de kroeg.'
Ter afsluiting, zou je in één zin Wageningen willen omschrijven?
Small is beautiful! /Iris Roscam-Abbing
Ruwe Velpse bolsters
Het prototype VHL Velp-student is een bosbouwer. Te herkennen aan grote ruige schoenen en gemakkelijke kleding. Twijfel je? Schuif dan voorzichtig de groene sneldroogbroek - eventueel spijkerbroek - naar boven. Zie je geitenwollen- of wandelsokken dan zit je goed; dit is een echte bosbouwer. Vind je het toch iets ver gaan om zomaar een broek omhoog te trekken? Geen nood! Buk voorzichtig alsof je iets wil pakken en bekijk de schoenen aandachtig. Zit er modder op? Tja, dan is het 99 procent zeker een bosbouwer. Gemakkelijk toch?
Maar helaas, naast dit prototype zijn er meer Velpse varianten. Globaal in te delen in drie varianten. Naast de in de wijde omgeving bekende bosbouwer zijn er studenten tuin- en landschapsarchitectuur (T&L'ers) en land- en watermanagement (LWM'ers). T&L'ers gaan nog wel; altijd keurig gekleed. Meestal hebben ze een grote zwarte plastic koker bij zich waar ze posters van hun zelfgemaakte ontwerpen in bewaren. Er wordt wel eens gezegd dat T&L'ers de hele dag uitsluitend posters fabriceren, maar dat is niet waar. Soms maken deze ontwerpers - meestal vrouw - ook maquettes of brochures.
LWM'ers zijn het lastigste te herkennen. Bij 'een stevig gebouwde man in spijkerbroek' houdt het eigenlijk wel een beetje op. Sommigen lijken op bosbouwers, maar er zijn ook LWM'ers die een beetje richting T&L'er gaan. Nee, wil je een LWM'er echt met zekerheid herkennen dan moet je luisteren. Klinkt het allemaal agrarisch? Bingo! En is het accent een beetje Achterhoeks, dan weet je zeker dat het goed zit. Mocht je iets van de gesprekken kunnen verstaan dan gaat het over water, rioleringen of asfalt.
Alle Velp-studenten zijn gemakkelijk te benaderen. Ze zijn graag buiten, meestal niet vegetarisch en noemen zichzelf 'Larensteiner'. Idealisten zijn het beslist niet, maar ze werken wel allemaal mee aan een mooi en veilig Nederland. /Stijn van Gils

Re:ageer