Student - 29 april 2010

De strijd tegen studie-uitval

Bij Wageningen Universiteit stoppen relatief weinig studenten met hun studie. Toch onderzoekt die de oorzaken van de studie-uitval. Studiestaken gaat immers met teleurstelling en onnodige kosten gepaard. ‘Wanneer een student na vijf jaar de conclusie trekt dat hij beter kan stoppen, gaat dat meestal niet zonder tranen.’

14-Education-Monitor-20093.jpg
De verbetering van het onderwijs begint met de juiste student op de juiste plek. Dat schrijft de commissie Veerman in haar advies over een toekomstbestendig hoger-onderwijsstelsel. Een verkeerde studiekeuze leidt tot 'veel frustratie, teleurstelling en onnodige kosten', aldus de commissie. Selectie aan de poort moet dit leed voorkomen. Tegelijkertijd moet het hoger onderwijs toegankelijk blijven voor iedereen. De commissie suggereert dan ook om intakegesprekken te houden om de motivatie van toekomstige studenten te toetsen.
In Wageningen stopt ongeveer een kwart van de studenten met de studie. Dat klinkt dramatisch, maar vergeleken met andere universiteiten is de Wageningse uitval erg laag (zie diagram). Dat is grotendeels te danken aan het feit dat de Wageningen opleidingen vrij gespecialiseerd zijn.
Bijna tweederde van de uitval vindt al in het eerste jaar plaats. Uitval van eerstejaars mag best, vindt Pim Brascamp, directeur van het Onderwijsinstituut (OWI) van Wageningen Universiteit. 'Door in de voorlichting een goed beeld te geven van de opleiding kun je die uitval wel verminderen, maar niet voorkomen. In de daaropvolgende jaren zou uitval als gevolg van een verkeerde studiekeuze nul moeten zijn.'
Pittig karakter
De uitval verschilt per opleiding. Echte uitschieters heeft Wageningen niet. 'Bij Biotechnologie schommelen de uitvalspercentages gigantisch', vertelt studieadviseur Sonia Isken. Het is lastig om daar iets aan te doen, meent ze. 'Soms stappen studenten over binnen Wageningen. Ook fungeert Biotechnologie soms als een parkeerplek voor studenten die zijn uitgeloot voor Geneeskunde.' Isken onderstreept het belang van gesprekken met uitvallers. 'Elke uitval heeft een eigen verhaal.'
Bij de bachelor Bodem, Water en Atmosfeer liggen de uitvalscijfers in het eerste jaar iets boven het Wageningse gemiddelde. Opleidingsdirecteur Gerrit Epema denkt dat het bètakarakter een rol speelt. 'Dat valt een aantal mensen toch tegen, al zeggen we het wel duidelijk tijdens de voorlichting.' Het succespercentage na vier jaar studie is echter groot, tekent Epema aan. 'De opleiding is vrij pittig, dus de mensen die doorstuderen zijn gemotiveerd.'
Risicoprofiel
Op dit moment onderzoekt de universiteit de oorzaken van 'vermijdbare' uitval en vertraging tijdens de bachelor. Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning is als eerste onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat uitval onder meer samenhangt met het soort profiel dat studenten op de middelbare school kozen. Daarnaast is de uitval groter onder studenten met wiskunde A. 'Dat impliceert dat bij sommige vakken van een wiskunde B-achtergrond word uitgegaan. De stof anticipeert dus onvoldoende op de voorkennis', licht studieadviseur Stijn Heukels toe. Hij wil 'knelvakken' voor eerstejaars tegen het licht houden. 'Misschien schort er iets aan de werkvormen en de manier waarop we de inhoud aanbieden.'
Verder zou het goed zijn, denkt Heukels,  om een risicoprofiel op te stellen en meteen na de eerste onvoldoendes met studenten in gesprek te gaan. De uitval in latere jaren is gelukkig erg laag, zegt hij. 'Maar achter die cijfers gaan toch persoonlijke drama's schuil. De stap om te stoppen wordt steeds groter. Wanneer een student na vijf jaar tot de conclusie komt dat hij beter kan stoppen, is dat meestal niet zonder tranen.'
Een intakegesprek voor eerstejaars, zoals de commissie Veerman voorstelt, vindt Heukels geen slecht idee. 'Maar ik vraag me af of het de ultieme oplossing is. Juist in het eerste jaar moet een 18-jarige zich kunnen oriënteren. Studenten komen relatief groen binnen met een vaag beeld van de opleiding.'
Dat eerstejaarsuitval wel degelijk kan worden bestreden, bewijst de opleiding Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen. De laatste vijf jaar valt er gemiddeld maar een krappe tien procent van de eerstejaars af. Het geheim? 'Studeren is een proces waarbij mensen kiezen wat bij hen past. Daar draait het om', vertelt studieadviseur Gineke Boven. 'Dat begint al in de voorlichting. We willen beslist geen scholieren over de streep halen om bij ons te studeren. Het gaat erom dat ze een passende opleiding vinden.'
Het eerste jaar kent een strak studiebegeleidingstraject met meerdere informatiebijeenkomsten en individuele gesprekken voor álle studenten. Boven: 'Sommige opleidingen zien alleen de studenten die er aan de onderkant uitvallen. Ik zorg dat ik de kop van de groep mee heb. De studenten en hun persoonlijke keuzes staan centraal. Lage uitval is een neveneffect.'
Trage studenten
Wageninse studenten studeren langzaam. Meer dan de helft heeft na vier jaar de bachelor nog niet afgerond. Het ministerie van Onderwijs en de VSNU willen dat percentage in 2014 naar zeventig procent opschroeven.
'Studenten mógen er best iets langer over doen, maar meestal is vertraging geen doelbewuste keuze. Tijd glipt vaak tussen je vingers door', aldus Pim Brascamp, directeur van het Onderwijsinstituut. De invoer van de harde knip, waarbij studenten pas aan de master kunnen beginnen na het afronden van de bachelor, zou daar verandering in kunnen brengen. 'Hopelijk gaan studenten dan gedisciplineerder en bewuster plannen.'
De ervaring bij de bacheloropleiding Biotechnologie stemt hoopvol. Het aantal Biotechnologiestudenten dat na vier jaar het bachelordiploma haalde, lag in 2002 tegen de twintig procent. Een ommezwaai in de studieadvisering bracht daar verandering in. 'We zijn het belang om binnen een bepaalde tijd de bachelor af te ronden sterk gaan benadrukken', legt studieadviseur Sonia Isken uit. Met succes; het percentage dat na vier jaar de bachelor haalt, ligt inmiddels rond de vijfenzestig procent.
Iran: 'Je ranking bepaalt wat en waar je studeert'. Saeid Karimi uit Iran, PhD Entrepreneurship education 'In Iran doe je een nationaal toelatingsexamen. Je ranking bepaalt wat je studeert en waar. Er is een sterke competitie voor plaatsen aan openbare universiteiten. Ze staan hoog aangeschreven en zijn gratis. Bij mijn examen eindigde ik ongeveer op de tweeduizendste plek, van de 300 duizend bètakandidaten. Ik was niet blij, want ik wilde geneeskunde studeren, maar daarvoor moest je in de top-duizend zitten. Ik mocht landbouw studeren aan de Bu-Ali Sina Universiteit in de stad Hamedan. Terugkijkend heb ik geluk gehad. Veel mensen kregen helemaal geen plaats. In mijn klas zaten dertig mensen. Iedereen is afgestudeerd. Nu de bevolking terugloopt en er meer universiteiten zijn, wil de regering in 2014 het toelatingsexamen afschaffen.'
De VS: 'Behoorlijk wat druk op de cijfers'. Alexandra Borosova uit Slowakije, MSc Nutrition & Health 'Mijn bachelor deed ik aan George Washington University in Washington DC, een goede school met een erg gepolitiseerde sfeer. Ik had me bij verschillende universiteiten aangemeld. De meesten vroegen om een academisch essay en een motivatie. Ze kijken bijvoorbeeld ook naar je interesses en hobby's. Bij Yale kreeg ik een toelatingsgesprek. Dat bleek te hoog gegrepen; ik werd niet toegelaten. De score van de SAT-test, een soort nationale capaciteitentest, is heel belangrijk. Afhankelijk daarvan weet je waar je je op moet richten. In de VS is het makkelijk om van studie te veranderen. Als je hoge cijfers haalt, kun je naar een meer prestigieuze school. Er is behoorlijk wat druk op de cijfers. Tenzij je talent hebt op het gebied van kunst of sport, dan krijg je misschien een beurs. Dat is echt handig; het collegegeld is erg hoog.'
China: 'Bijna niemand doet er langer over'. Pu Wang uit China, MSc Environmental Sciences. 'Eerst moest ik het provinciale toelatingsexamen doen. Mijn score was hoog genoeg om naar een academische instelling te kunnen. Ik deed mijn BSc bij Nanjing Agricultural University,  het Wageningen van China. Ik had geluk dat ik toestemming kreeg om aan de universiteit van mijn eerste keuze te studeren. Ik ken veel mensen bij wie dat niet zo was. En sommige mensen kregen helemaal geen plaats, ook al hadden ze de examens gehaald. In China staat er vier jaar voor de bachelor. Bijna niemand doet er langer over of stopt; tenzij hij of zij zakt.
'Maar de dingen veranderen, ook in China. Tegenwoordig hebben universiteiten meer autonomie. Als je goed bent in sport, laten ze je misschien zelfs toe ook al zijn je cijfers wat lager. Een andere manier om binnen te komen is via nationale wetenschapscompetities.

Re:ageer