Wetenschap - 25 september 2019

De stikstofproblematiek in vijf vragen

tekst:
Albert Sikkema
8

De commissie-Remkes heeft geadviseerd over de stikstofproblematiek. Maar wat is het stikstofprobleem, wie zorgen voor de stikstofemissies en hoeveel moeten die afnemen? Wim de Vries,persoonlijk hoogleraar bij Milieusysteemanalyse en gespecialiseerd in stikstof, geeft antwoord.

1. Wat is het stikstofprobleem?

Waarom probleem.png

Stikstof (N) is een element dat in de vorm van een reukloos gas (N2) overal om ons heen is; 80 procent van de lucht bestaat eruit. Het is ook de belangrijkste voedingsstof voor plantengroei en wordt daarom in de landbouw toegediend als (kunst)meststof. Door de hoge stikstofimport in de vorm van veevoer zit er veel stikstof in Nederlandse mest. Samen met waterstof wordt de stikstof omgezet in het gas ammoniak (NH3), dat terechtkomt in de atmosfeer. Daarnaast wordt stikstof samen met zuurstof omgezet in stikstofoxiden (NOx). Met name het verkeer en de industrie zijn daarvoor verantwoordelijk.

Deze reactieve stikstofverbindingen vormen het probleem. Ze dalen neer op de grond (depositie, zie kader onderaan). In natuurgebieden verhogen ze zo de voedselrijkdom en dragen ze bij aan de bodemverzuring. Hierdoor neemt de biodiversiteit af en verzwakt de vogelstand en andere fauna. Bovendien leiden de stikstofoxiden in de atmosfeer tot de vorming van fijnstof en smog, waardoor het ook schadelijk is voor de humane gezondheid.

2. Waarom is er nu zo’n ophef over stikstof?

De stikstofproblematiek speelt al sinds 1980, toen Nederland zich druk maakte over de ‘zure regen’. Deze zure regen bestond naast zwaveldioxide (SO2) uit NOx en NH3. Toen ging het dus al om hetzelfde stikstofprobleem. Sindsdien heeft de Nederlandse overheid de stikstofuitstoot verminderd. Vanaf 1990 zijn de emissies van zowel NOx als NH3 meer dan gehalveerd. Wel neemt de uitstoot van ammoniak sinds 2010 niet of nauwelijks meer af.

Europese lidstaten zijn vanwege de Vogel- en habitatrichtlijn verplicht om de aangewezen habitattypen in natuurgebieden in een ‘goede staat van instandhouding’ te brengen, en daarbij ook de milieucondities te verbeteren. Die milieucondities zijn in Nederland nog altijd matig. Ondanks de stikstofdaling komt op ongeveer driekwart van het Nederlandse natuuroppervlak nog steeds te veel stikstof terecht.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS), dat de overheid in 2015 introduceerde, moest de uitstoot van stikstof verder verminderen. Maar in mei dit jaar oordeelde de Raad van State dat het PAS niet voldoet. Door deze 'stikstofuitspraak' zijn veel vergunningen voor de bouw van stallen, woonwijken of wegen nu ongeldig verklaard en is het lastiger geworden om nieuwe vergunningen te krijgen.

3 Wat deugde er niet aan de PAS-regeling?

PAS.png

Het programma was er op gericht om tegelijkertijd de stikstofdepositie in de natuur terug te dringen en ruimte te bieden aan nieuwe economische activiteiten die stikstof uitstoten. Als een gemeente of ondernemer aangaf dat hij emissiebeperkende maatregelen ging treffen, zoals emissiearme huisvesting voor vee of natuurherstelmaatregelen in natuurgebieden, dan kreeg hij toestemming om nieuwe stallen, wegen of huizen te bouwen. De Raad van State oordeelde echter dat globale plannen niet meer volstaan; een bouwer moet aantonen dat de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden niet toeneemt. In de praktijk is dit zeer moeilijk.

4 Wie produceren de stikstof?

De landbouw produceert 40 procent van de stikstof die in Nederland neerslaat, terwijl 35 procent van de stikstof met de wind mee uit het buitenland komt. Daarnaast produceren de industrie en scheepvaart 11 procent stikstof, het wegverkeer 6,5% en de Nederlandse huishoudens 6,5 procent. Nederland is overigens een ‘stikstof-exporteur’: we exporteren vier keer zoveel stikstof dan we importeren.

5 Hoeveel moeten de stikstofdepositie en -emissie afnemen?

Volgens het PAS moet de stikstofdepositie afnemen tot de zogenoemde kritische depositiewaarde (KDW). Deze KDW is verschillend voor de diverse typen natuur. Zo verdraagt een heischraal grasland of een ven minder stikstof dan een bos op zandgrond. De landelijke gemiddelde stikstofdepositie komt neer op 21 kilo stikstof per hectare. De kritische depositiewaarden variëren van 5 tot 25 kilo stikstof. Bij de meeste natuurdoeltypen ligt de KDW tussen 10 en 20 kg stikstof. Bij een gemiddelde depositiewaarde van 14 kilo stikstof wordt een groot deel van de natuur gezond.

Een gemiddelde depositiereductie van 21 naar 14 kilo stikstof per hectare per jaar lijkt een gematigde ambitie, maar in termen van emissiereductie is dit zeer ambitieus. Dat komt omdat de nationale bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden slechts 60 procent is; de andere 40 procent is afkomstig uit het buitenland. We importeren daarmee circa 8 kilo stikstof uit het buitenland. De Nederlandse regering kan deze 8 kilo stikstof uit het buitenland niet beïnvloeden. Om uit te komen op de veronderstelde ambitie van 14 kilo, is er nog slechts ruimte voor 6 kg stikstof vanuit Nederland. Dat komt overeen met een Nederlandse emissiereductie van ruim 50 procent. Als je die geleidelijk zou willen realiseren in bijvoorbeeld 2030, praat je wel over een emissiereductie van 5 procent per jaar.


Depositie is geen emissie!

Het is belangrijk om stikstofemissie en stikstofdepositie uit elkaar te houden. De stikstofemissie in Nederland is de uitstoot van alle stikstof door Nederlandse boeren, bedrijven en auto’s. De stikstofdepositie in Nederland is alle stikstof die neerkomt op landbouwgrond of natuurgebied. De emissie is niet gelijk aan de depositie, omdat een deel van ‘onze’ stikstof naar het buitenland waait en er ook stikstof uit andere landen hier terechtkomt. In Nederlandse natuurgebieden is de Nederlandse bijdrage aan de depositie bijvoorbeeld 60 procent en die uit het buitenland 40 procent. Dit is van belang als je cijfers ziet langskomen. Zo is een halvering van de stikstofuitstoot door de Nederlandse landbouw goed voor 20 procent minder stikstofdepositie in Nederland, aangezien de landbouw verantwoordelijk is voor 40 procent daarvan. Halvering van de stikstofuitstoot door auto’s, goed voor 6,5 procent van de stikstofdepositie, levert maar 3,25 procent minder depositie op.

Lees ook:

Re:acties 8

  • J. Kielekamp

    In dit artikel weer veel relativering van wat stikstofreducties in de landbouw en verkeer kunnen bijdragen, “maar” 20 % en “ maar” 3,25 %. Typisch weer een relativerend achteroverleunverhaal van de WUR. Het ligt niet aan ons, maar aan het buitenland, wij kunnen niet zo veel.....
    Deze relativering heeft ons in de huidige positie gebracht. Laat de WUR nu eindelijk het voortouw nemen en stellen dat er echt een ander koers nodig is. Mansholt had dat al door in 1970, wanneer volgt mevrouw Fresco?

    Reageer
  • J. Kielekamp

    In dit artikel weer veel relativering van wat stikstofreducties in de landbouw en verkeer kunnen bijdragen, “maar” 20 % en “ maar” 3,25 %. Typisch weer een relativerend achteroverleunverhaal van de WUR. Het ligt niet aan ons, maar aan het buitenland, wij kunnen niet zo veel.....
    Deze relativering heeft ons in de huidige positie gebracht. Laat de WUR nu eindelijk het voortouw nemen en stellen dat er echt een ander koers nodig is. Mansholt had dat al door in 1970, wanneer volgt mevrouw Fresco?

    Reageer
  • Peter de Weerd

    Wat ik mis is de stikstof productie door de akkerbouw. Voor zover ik het weet zijn er maar 4 bronnen van stikstofbinding. Dat zijn;
    - Blikseminslaag, Hiermeee is het allemaal begonnen. Nu slechts 10% van de nattuurlijke bindingsprocessen
    -De bacterieën in de bodem Goed voor ongeveer 90% van de natuurlijk bindingsprocessen

    De mens heeft hieraan toegevoegd;
    - NOx uitstoot door stook van fosiele brandstoffen. Ca 260 milj kg /jaar
    - NH4 in kunstmest goed voor 500 milj kg/jaar over de Nederlandse akkers. NL Productie ligt op ongeveer 1900 milj kg per jaar

    Waarom horen we hier niets over in het stikstof debat

    Reageer
  • E. G. Vossen

    Mijn dank en bewondering voor het heldere artikel van Sikkema / de Vries.
    Het vereist niet te veel voorkennis, is volledig zonder teveel in detail te gaan noch te sterk samen te vatten.
    Het is niet alarmistisch maar legt toch de vinger op de wonde.
    Het spreekt over het essentiële: WAT te DOEN?
    Ir. E. G. Vossen
    België

    Reageer
  • b.lyngbakken@gmail.com

    Wat doet het ertoe of we voorop lopen of achteraan? Waarom moeten anderen maar eerst stappen zetten voordat je zelf in beweging komt? Samen starten maakt juist het grootste verschil.
    En Thijs, je noemt je onderzoeker, maar je onderzoekt niet. De stikstofproblematiek is in Europa al in veel (lees: honderden) rechtszaken aan de orde geweest, die niet op Nederland zagen.

    Reageer
  • Kritisch2

    Laten het RIVM eerst de meetmethodiek maar eens verbeteren, of uberhaupt inzage geven in het model dat ze nu gebruiken.

    https://www.boerderij.nl/Rundveehouderij/Nieuws/2019/9/Mesdagfonds-daagt-RIVM-voor-rechter-476180E/

    En heeft de WUR de meetdata van het ammoniakmeetstation dat ze naast een stal hebben geplaatst al boven water?

    Reageer
  • Thijs M.

    Europa moet zich, door allerlei richtlijnen, ook aan normen houden maar doen ze dat ook? Mijn ervaring als onderzoeker is dat geen land zich iets aantrekt van de 'stikstofproblematiek'. Zijn wij in Nederland alweer het braafste jongetje van de klas? De 'zure regen' was toen toch ook een lachertje?

    Reageer
  • Kritische lezer

    Hoeveel procent van de stikstof wordt uitgestoten door de luchtvaart? Of komt bij verbranding van kerosine geen NOx vrij?

    Zelfde vraag voor energiecentrales.

    Reageer

Re:acties 1

  • Specht@birdlover.com

    Obviously any constructor will have a hard time proving that nitrogen deposition in Natura 2000 areas would not increase.
    But where can I find the proof that agriculture accounts for 40%?


Re:ageer