Wetenschap - 1 januari 1970

De ruis van een historicus

De ruis van een historicus

De ruis van een historicus

Een maand geleden stuurde de redactie van dit blad mij de concept-forumbijdrage van Kooijman toe (geplaatst in Wb 10) met de vraag wat ik ervan vond. Per email gaf ik een antwoord dat als forumbijdrage in Wb 11 werd opgenomen

In mijn oorspronkelijke antwoord had ik ook geschreven dat Kooijmans verhaal de moeite niet waard was, maar dat plaatsing geen kwaad kon. Daar ben ik inmiddels van terug gekomen, want Kooijman blijft maar doorgaan met het produceren van ruis. In zijn overmoed meent hij zelfs modelbouwers op het matje te moeten roepen (Wb 12) met de vraag of wel aan zijn Drie Criteria voor houdbare modellen is voldaan

In Wb 10 luidde zijn eerste criterium dat modellen gebaseerd moeten zijn op een verrassende waarneming. Ik gaf vervolgens (Wb 11) een aantal voorbeelden van waardevolle modellen die niet aan dit criterium voldoen. Zo noemde ik NUCOM, gebaseerd op de heden-ten-dage toch weinig verrassende waarneming dat plantensoorten concurreren om licht, water en nutriƫnten. Het model beschrijft op een verrassend goede manier de concurrentie tussen soorten, wat erop wijst dat de modelbouwers de belangrijkste processen waarschijnlijk verrassend goed begrijpen. Ik sluit niet uit dat NUCOM ook verrassende verklaringen voor waargenomen verschijnselen kan geven, en verrassende uitkomsten van klimaatscenario's kan produceren. Allemaal zeer verrassend en nog waardevol ook. Maar gebaseerd op een verrassende waarneming, nee, dat is het model toch niet

Wat doet Kooijman nu om mijn kritiek te pareren? Hij stelt zijn criterium gewoon bij en vervolgens beticht hij mij met behulp van dit gewijzigde criterium van onbenullige uitspraken. Zijn eerste criterium luidt sinds 1 april, de verschijningsdatum van Wb 12, dat alle modelonderdelen iets inzichtelijk moeten maken. Wat een grapjas. De deugniet heeft ook zijn andere twee criteria bijgesteld. Eerst moest er sprake zijn van een verklaringspoging (criterium 2) die een toetsing succesvol doorstaat (3). Op 1 april is dit verandert in: Hoe ziet dat inzicht er uit en vervolgens wat pleit er voor?

In Wb 11 heb ik over de opeenstapeling van onzekerheden die je krijgt als je met allemaal causale modelstapjes gaat modelleren. Kooijman maakt van onzekerheden vervolgens meetfouten, wat toch iets wezenlijk anders is. Uit izjn betoog maak ik op dta hij meent dat als we maar nauwkeurig alle processen tot in de kleinste detail mechanistische modelleren, we uiteindelijk betrouwbare voorspellingen kunnen doen. Zijn extreme standpunt komt neer op het waanidee dat we het weer in Nederland kunnen voorspellen vanuit de vleugelbeweging van een vlinder in China

In zijn eerste verhaal gaat Kooijman te keer tegen correlatieve modellen. In Wb 12 komt het woord correlatief niet meer voor; dat is inmiddels vervangen door inzichtloos. Als voorbeeld van een goed correlatief model noemde ik een neerslagafvoermodel (dat wel degelijk goed hoge afvoeren kan voorspellen). Kooijman zegt nu dat dit geen goed voorbeeld is omdat het gebaseerd is op het inzicht dat neerslag tot afvoer komt. ja, als Kooijman hier al tevreden mee is, waar heeft hijn het dan eigenlijk over? Dan bestrijdt hij schimmen, want modellen met totaal inzichtloze verbanden, bestaan die eigenlijk wel? Wat moet ik me hierbij voorstellen? Modellen met correlatieve relaties tussen het IQ van historici en de kwaliteit van het Wb? Ook ken ik geen wetenschappers die blindelings standaardformules gebruiken om hun meetgegevens te beschrijven, bijvoorbeeld een rechte lijn voor de beweging van een slinger. Kooijman kent zulke oliedomme wetenschappers en inzichtloze modellen blijkbaar wel, al laat hij na ook maar oon concreet voorbeeld te noemen

Zo, en wat mij betreft is er nu een eind gekomen aan deze heiloze discussie

Re:ageer