Organisatie - 10 april 2008

De raadselachtige wegen van NWO

Er gaat steeds meer geld naar NWO, maar niemand kan nagaan of de wetenschapsfinancier dat geld goed besteedt. Welke onderzoekers zijn afgewezen, en waarom? NWO houdt de luiken gesloten.

achtergrond_0_129.jpg
achtergrond_0_129.jpg

Foto: Guy Ackermans

Biowetenschapper Ronald Plasterk was nog maar net minister of hij haalde honderd miljoen euro weg bij de universiteiten en gaf het aan NWO. De beste wetenschappers en de grootste talenten moeten het geld krijgen, vindt hij, en daar kan NWO voor zorgen. Die verdeelt de zogeheten ‘tweede geldstroom’ en dat gaat om miljoenen euro’s. Een paar keer per jaar merkt de buitenwacht daar iets van, want dan stuurt de ‘Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek’, zoals NWO voluit heet, naar alle kranten een lijst met wetenschappers die in de prijzen zijn gevallen.
Vooral de Venisubsidies van de zogeheten ‘Vernieuwingsimpuls’ zijn interessant. Daar kunnen pas gepromoveerde wetenschappers een aanvraag voor indienen. De uitverkiezing is enorm belangrijk voor hun carrière. Niet alleen kunnen de uitverkoren wetenschappers drie jaar lang hun eigen onderzoeksdroom najagen, ze zullen ook eerder voor de volgende subsidies in aanmerking komen. Volgens NWO zelf zijn de Venibeurzen ‘bepalend voor het carrièreperspectief’. Afgewezen onderzoekers krijgen het ‘doorgaans moeilijker’.
Dat de selectie door NWO belangrijke gevolgen heeft, is dus helder. Maar hoe gaat die eigenlijk in zijn werk? Bekend is dat een commissie van wetenschappers (peers, vakgenoten) de voorstellen beoordeelt van andere wetenschappers. Er gaan diverse rondes overheen, met kritiek van anonieme collega’s buiten de selectiecommissie, het weerwoord van de indieners en indringende gesprekken met potentiële kandidaten.
Maar verder gaat de duidelijkheid niet. NWO wil alleen de procedures toelichten, en weigert inhoudelijke informatie te verstrekken. Zelfs de uitverkoren onderzoeksvoorstellen worden niet openbaar gemaakt, afgezien van een vierregelige samenvatting en de naam van de onderzoeker. De afgewezen voorstellen blijven achter slot en grendel. Ook de motivering van de selectiecommissie blijft geheim.
Er is kortom geen controle op de werkwijze van NWO mogelijk, ook al gaat er steeds meer overheidsgeld naar de organisatie. De wetenschapsfinancier is een zwarte doos: je stopt er voorstellen in, het rommelt van binnen en dan rollen de ‘beste’ voorstellen eruit.
Telkens opnieuw klinkt bij de NWO het argument dat wetenschappers hun onderzoeksvoorstellen niet meer zouden insturen als anderen ze kunnen lezen. De concurrentie zou met hun idee aan de haal kunnen gaan. Zelfs na een periode van pakweg vijf jaar blijft NWO bang voor zulk jatwerk; ook oude voorstellen worden geheim gehouden.
De gelukkigen die een NWO-beurs hebben gekregen, tasten vaak in het duister over de redenen van hun uitverkiezing. Een kwart van hen durft de selectieprocedure niet ‘transparant’ te noemen. Onder afgewezen wetenschappers is de scepsis logischerwijs nog groter; slechts 29 procent noemt de procedure transparant, tegen een overgrote meerderheid van 71 procent die dat niet doet. Dat valt te lezen in de evaluatie van de Vernieuwingsimpuls die NWO dit jaar heeft laten uitvoeren; een evaluatie van het hele instituut volgt spoedig.

Mensenwerk
Nu zou dit allemaal geen probleem zijn, als de beoordeling door vakgenoten vlekkeloos zou werken. Maar het blijft mensenwerk en een objectief oordeel vellen is niet eenvoudig. Dat erkent NWO ook ruiterlijk. Hoe moet men bijvoorbeeld omgaan met peer review in de sociologie? ‘Er zijn daarbinnen twee stromingen’, vertelt Jan Karel Koppen, directeur beleid van NWO, ‘en die verguizen elkaar.’ Hij doelt op de cijfervreters (kwantitatief) en de voorbeeldgravers (kwalitatief). Je kunt de ene groep niet de andere laten beoordelen, maar je kunt ze eigenlijk ook niet om een oordeel over hun eigen vrienden vragen. ‘Het is een ware scholenstrijd’, aldus Koppen.
En dan is er nog het eeuwige probleem dat de ‘peers’ niet altijd zin hebben om mee te werken. ‘Soms moeten we er twintig bellen voordat we er eentje bereid vinden’, meldt Koppen. Dit geringe animo brengt hij in stelling tegen openbaarheid: als hun teksten gelezen kunnen worden door buitenstaanders, zouden de peers nog minder vaak zin hebben.
Het Hoger Onderwijs Persbureau wilde desondanks graag zien hoe de miljoenen in de praktijk verdeeld worden en vroeg daarom inzage in een willekeurige ronde voor de Venisubsidies van het domein geesteswetenschappen: onderzoeksvoorstellen, referentencommentaren, enzovoorts. NWO valt immers onder de wet openbaarheid van bestuur.
Pas na enig juridisch getouwtrek, waarbij het HOP moest dreigen met een rechtszaak, was de onderzoeksfinancier bereid enige extra informatie vrij te geven. Dankzij een brief van het NWO-gebiedsbestuur van geesteswetenschappen aan het algemeen bestuur kunnen we een glimp opvangen van de realiteit achter de verdeling van twaalf Venibeurzen. De goedkeuring van de hoogste bestuurders blijkt daarbij een formaliteit. Eigenlijk weet zelfs het NWO-bestuur niet hoe de selectie werkelijk tot stand komt.
In de brief staat een lijst met beoordelingen van de 22 beste aanvragers in volgorde van kwaliteit. Erg informatief is die niet. Bij nummer zeven staat bijvoorbeeld: ‘De Commissie is van mening dat het hier om een competente en talentvolle onderzoeker gaat.’ Nummer zeven staat iets lager in de lijst, omdat die in het gesprek ‘minder overtuigend overkwam’ dan de onderzoekers die boven hem zijn geëindigd. Logisch.
Vreemder wordt het als de commissie wél iets inhoudelijks zegt. De wetenschapper met het voorstel ‘Towards postmodern metaphysics’ moest een toelichting geven op de term metafysica. Die toelichting was ‘niet helemaal overtuigend’. ‘De commissie heeft dit mee laten wegen in haar eindoordeel, en kwam daarom uit op de kwalificatie excellent/very good.’ Een onderzoek naar postmoderne metafysica, maar de wetenschapper kan niet uitleggen wat hij daarmee bedoelt. Geef hem toch maar een beurs.

Heimelijkheid
Natuurlijk doet NWO haar best. Zij probeert zo goed en zo kwaad als het gaat de onafhankelijkheid te bewaken. Zo wisselt de samenstelling van de selectiecommissie iedere ronde. ‘Anders krijg je een cultuur waarin sommige soorten voorstellen meer kans maken dan andere’, legt Koppen uit. Ook moeten beoordelaars mogelijke belangenverstrengeling melden.
NWO kijkt verder hoe buitenlandse geldverdelers werken en laat zich geregeld een spiegel voorhouden door een externe commissie. En, zoals gezegd, binnenkort komt een nieuwe evaluatie naar buiten. Meer wil NWO niet doen. Zij handhaaft de heimelijkheid, al was het maar uit gewoonte. ‘Zo doen we het sinds jaar en dag’, zegt Koppen. ‘Wetenschappers die kritiek leveren, vragen we vaak om in een commissie te komen zitten.’
Nee, NWO doet het vast niet slecht. Anders zou er in de academische wereld allang een opstand zijn uitgebroken. Misschien dat er wel eens iemand onterecht een beurs misloopt, maar het omgekeerde zal zelden voorkomen: dat een volslagen dwaas er met het geld ervandoor gaat.
Maar waarom dan ‘nee, tenzij’ in plaats van ‘ja, tenzij’? Waarom zo angstvallig de ingang barricaderen, als iemand eens om het hoekje wil kijken?

Op verzoek van NWO is de titel ‘Towards postmodern metaphysics’ gefingeerd, om de privacy van de aanvrager te garanderen.


Kosten NWO
NWO heeft meer dan 500 miljoen euro op de begroting staan, waarvan ruim 470 miljoen van de overheid komt. 300 miljoen gaat naar de acht wetenschapsgebieden waar NWO in verdeeld is, plus de stichtingen Nationale Computerfaciliteiten en WOTRO Science for Global Development. De Vernieuwingsimpuls (Veni-, Vidi- en Vicibeurzen) kost dit jaar 79,5 miljoen euro. De beheerkosten besloegen vorig jaar 6, 2 procent van de begroting, voor 2008 mikt NWO op 5,6 procent.




Weinig beurzen voor Wageningen
Wageningen UR is geen kleintje in wetenschappelijk Nederland. Bij de universiteit en DLO samen werken ongeveer evenveel mensen als bij de grootste universiteit, die van Utrecht. Bij het verdelen van de Veni-, Vidi- en Vicibeurzen is Wageningen wel een kleintje. Van de vijfhonderd beurzen die NWO de afgelopen twee jaar uitdeelde, kwamen er maar negen naar Wageningen. Van de zestig vici’s kreeg Wageningen UR er zelfs niet één.
Volgens Henrieke de Ruiter van de stafafdeling Onderwijs en onderzoek doet Wageningen het niet slecht, maar heeft het last van stevige concurrentie. Waar brede universiteiten in aanmerking komen voor beurzen uit veel verschillende vakgebieden, put Wageningen vooral uit één vijver: die van aard- en levenswetenschappen.
De universiteit doet de laatste jaren wel veel meer moeite om de beurzen binnen te slepen. Aanvragen worden beoordeeld door de voorzitters van de onderzoeksscholen, die ook tips geven voor het verbeteren van de voorstellen. Kanshebbers krijgen ook steeds meer begeleiding bij het schrijven en presenteren van hun plannen. Korné Versluis

Re:ageer