Organisatie - 3 oktober 2013

De opvolger van Aalt

tekst:
Albert Sikkema

Aalt Dijkhuizen vertrekt in maart als bestuursvoorzitter van Wageningen UR. Aan welke eisen moet zijn opvolger voldoen? Denk mee met de headhunters. Deel 1: Dre Kampfraath. emeritus hoogleraar bedrijfskunde, en Peter Zuurbier, Wageningen International:

'De raad van toezicht (RvT) heeft een bureau opdracht gegeven om een profielschets van de opvolger van Aalt op te stellen', stellen Kampfraath en Zuurbier. 'Maar bij die keuze heeft de RvT een probleem. Een profielschets is een uitvloeisel van een strategie, een Strategisch Plan, maar het strategisch plan van Wageningen UR loopt tot 2014, precies het jaar van de opvolging. Dat roept dan de vraag op in welke richting Wageningen UR zich volgens de RvT moet ontwikkelen.

Laten we eens fantasierijk zijn in welke richting Wageningen UR zich kan ontwikkelen.

Wageningen UR ziet dat de relatie voeding en gezondheid steeds meer op de voorgrond komt en besluit tot een samenwerking met de twee universitaire medische centra in Utrecht en Nijmegen. Deze samenwerking wordt gematerialiseerd door de vestiging in Wageningen van een gemeenschappelijk Centrum voor Biomedisch onderzoek, gericht op  de relatie voeding – gezondheid. Zou dit de ontwikkeling zijn, dan is een voorzitter nodig  die het denken en doen van Universitaire Medische Centra kent en begrijpt en die zeer vaardig is in het ontwikkelen en in stand houden van samenwerkingsverbanden in de wetenschappelijke wereld .

Een andere richting is dat de toekomst van Wageningen UR meer ligt in internationale samenwerking met overeenkomstige wetenschappelijke  instellingen elders, bijvoorbeeld door de inmiddels gevestigde “ bruggenhoofden” in de verschillende landen ook met die anderen te delen en te versterken tot universitaire dependances. In zo’n ontwikkeling past een voorzitter die doorkneed is in de in en outs van internationale samenwerking van wetenschappelijke instellingen.

Of we kiezen een ontwikkeling waarin de universiteit losser wordt gemaakt van de Stichting DLO, een opening biedend aan een grotere samenwerking tussen de grote technologische instituten (GTI’s) in Nederland, zoals TNO en ECN. In dat geval zal een voorzitter van het College van Bestuur voor een reuze taak staan om zowel te ontvlechten als ook DLO te incorporeren in een GTI NL, nieuwe stijl. Dit vraagt van de voorzitter een sterke profilering op politiek-bestuurlijk niveau, met competenties en ervaring met grote bestuurlijke reorganisaties.

Wie de opvolger van Aalt moet worden, hangt dus af van de strategie.'


Re:ageer