Wetenschap - 28 juni 2001

De onvoltooid toekomende tijd van de vleesvervanger

De onvoltooid toekomende tijd van de vleesvervanger

Terwijl de BSE- en MKZ-crises huishielden op de bedrijven van veehouders, knalden de champagnekurken in de kantoren van de producenten van vleesvervangers. Toen de tv dagelijks beelden van ruimingen en Engelse massagraven uitzond, zag Marlow Foods, een producent van quorn, zijn omzet in Nederland met zestig procent stijgen. Enkele maanden eerder, toen op de valreep van 2001 de laatste BSE-crisis uitbrak, steeg de afzet van sojaproducten met ongeveer een kwart. In de supermarkten, blijkt uit verschillende recente onderzoeken, horen vleesvervangers bij de drie belangrijkste trends. Komt er een einde aan het vleestijdperk?

Ondanks alle juichende berichten over economische successen van de vleesvervangers, is het marktaandeel van die producten te verwaarlozen. Jaarlijks geven we in Nederland ongeveer zestig tot tachtig miljoen gulden uit aan vleesvervangers. Een schijntje, vergeleken met de meer dan zeven miljard die we uitgeven aan rundvlees, kip en varkensvlees. Het is minder dan een procent. Organisaties als het Productschap voor Vlees en Eieren wijzen er verder op dat de groeicijfers van de vleesvervangers eigenlijk aan de lage kant zijn. Nieuwe kansrijke producten, die een markt te veroveren hebben, horen de stijgingen van tientallen procenten te hebben die bedrijven als Marlow Foods tijdens de voedselcrises naar buiten brachten. Maar die omstandigheden zijn niet representatief - en hopelijk niet herhaalbaar. Minder vlees eten doet de Nederlandse consument niet, meldt het Voorlichtingsbureau Vlees. In het eerste kwartaal van dit jaar steeg de consumptie ??n procent.

Pseudohormonen

Met de interesse van de consument in vleesvervangers valt het dus wel mee. En als de media straks gaan berichten over wat nu nog, buiten het blikveld van publieke opinie, in de wetenschappelijke tijdschriften, op symposia en congressen verteld wordt, dan zou het met die interesse wel eens bergafwaarts kunnen gaan. Sinds 2000 regent het onderzoeken naar de negatieve effecten van de populairste alternatieve eiwitbron van dit moment: soja. Ze hebben allemaal betrekking op de hormoonachtige stoffen die in sojaburgers, sojamelk, sojatoetjes en de klassieke tahoe zitten.

Al in de jaren tachtig ontdekten wetenschappers een aantal positieve effecten van de pseudohormonen. Ze bleken het cholesterol op een gunstige manier te be?nvloeden. Onderzoekers, onder andere betaald door life science bedrijven als Monsanto, leverden zoveel en zulk overtuigend bewijs, dat de Amerikaanse voedselautoriteit FDA in 1999 soja officieel uitriep tot cholesterolverlagend voedingsmiddel. Maar niet lang daarna kwamen bijwerkingen van die stoffen aan het licht.

Onderzoekers van de Wageningse leerstoelgroep Toxicologie, die de werking van verschillende hormonen en hormoonachtige stoffen onderzochten, ontdekten bijvoorbeeld dat kankercellen bijna net zo gevoelig waren voor de pseudohormonen in soja als voor gevaarlijke lichaamseigen hormonen. Rikilt en het zuivelinstituut Nizo achterhaalden dat de pseudohormonen bij ratten de groei van kankercellen versnelden. Al in de jaren tachtig hadden Nizo-onderzoekers ontdekt dat dieren die veel soja aten vaker kanker kregen. Amerikaanse neurologen merkten dat de hersenen van oudere soja-eters sneller achteruit gaan dan die van vleeseters. Bejaarde soja-eters hadden een reactietijd en een herinneringsvermogen dat je gemiddeld bij iemand van vier jaar ouder zou verwachten.

De ernstigste effecten traden op bij foetussen en baby's die via de sojaconsumptie van de moeder of sojababyvoeding werden blootgesteld aan de pseudohormonen. Onderzoekers van het Amerikaanse National Institute of Environmental Health Sciences publiceerden onlangs dat volwassen ratten vaker kanker kregen als ze als pup kleine hoeveelheden soja-hormonen hadden gekregen. Een equivalent van wat de gemiddelde soja-eter per dag binnenkrijgt, vijf dagen achter elkaar. Dat was genoeg. Nu gaan de Amerikanen kijken naar de effecten van pseudohormonen op mensen.

Biologisch wapen

Biologen zullen niet verbaasd zijn. Evolutionair gezien liggen de schadelijke effecten van de soja voor de hand. De hormoonachtige stoffen in planten als soja, zeggen ze, dienen waarschijnlijk als biologisch wapen, om zich te verdedigen tegen planteneters. Dieren die de plant aten, werden onvruchtbaar of verloren hun jongen.

Het laatste woord over soja is nog niet gezegd. Veel onderzoek loopt nog, en zolang een gedegen afweging van de risico's en baten nog niet is gemaakt, zullen wetenschappers ervoor terugdeinzen om voor de camera krasse uitspraken te doen. Maar als het zover komt, dan wordt de massale take off van soja afgelast. Wat het wegvallen van de wegbereider van de vleesloze toekomst zal betekenen voor de andere vleesvervangers, laat zich raden.

Er zijn veel factoren die het voortbestaan van de veehouderij, nu of op de langere termijn, bedreigen. De vleesvervanger zit daar niet bij.

Willem Koert

Re:ageer