Wetenschap - 1 januari 1970

De onmisbare illegaal

Het lijkt logisch. De overheid pakt illegale arbeid in de glastuinbouw hard aan en hoopt zo banen te creëren voor Nederlandse werklozen. Maar de realiteit is anders, zeggen onderzoekers van onder meer Wageningen UR. Werklozen zijn niet te porren voor seizoensarbeid en daardoor hebben de strengere controles alleen tot gevolg dat de omstandigheden voor illegalen verslechteren.

Foto: De boete voor een tuinder bij illegale tewerkstelling is 3500 euro. Maar alternatieven zijn er nauwelijks. / foto Hans Dijkstra

Vorige week zei staatssecretaris Henk van Hoof van Sociale Zaken het nog maar eens in de Tweede Kamer: Nederlandse werklozen moeten het seizoenswerk gaan doen in de land- en tuinbouw in plaats van de illegale Polen. Dat zou de samenleving een hoop geld schelen aan uitkeringen. Het is onder politici een geliefd standpunt, waar ook een meerderheid van de Tweede Kamer achter staat.
Maar de praktijk is dat Nederlandse werklozen het vermoeiende, saaie, ongezonde en slecht betaalde werk in de kassen niet willen doen. Een studie van Wageningse onderzoekers namens de Wetenschapswinkel wees bovendien uit dat glastuinbouwers in het Westland weinig vertrouwen hebben in werklozen als vervanging van illegalen. Een van de onderzoekers, dr Erik de Bakker, verbonden aan het Landbouw Economisch Instituut, zegt daarover: ‘De praktijk heeft bewezen dat werklozen het werk van illegalen niet overnemen.’ Het loon is net iets hoger dan een uitkering, en werklozen zien in de paar maanden tijdelijk werk nauwelijks een reden hun uitkering stop te zetten. Zij zoeken liever naar vast werk. Polen daarentegen komen graag een paar maanden in Nederland werken, en gaan daarna met een voor hen aanzienlijke som geld weer terug naar eigen land.

Strengere controle
Economen van de leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid, onder wie dr Roel Jongeneel, rekenden uit dat het nogal wat uitmaakt of de illegale arbeid kan worden overgenomen door werklozen of niet. Gaan legale uitzendkrachten het werk van de illegalen doen, dan scheelt dat de schatkist inderdaad zo’n 11.000 euro per vervangen illegaal arbeidsjaar. Maar gebeurt dat niet, dan kost dat de samenleving geld. Want de gederfde inkomsten van tuinders die dan met werk blijven zitten dat niemand wil doen, komen neer op zo’n 30.000 euro per illegaal arbeidsjaar. Zo bezien kosten illegalen Nederland geen geld, maar leveren ze de samenleving juist geld op.
Er is nog een reden waarom glastuinbouwers, die de onderzoekers interviewden, niet blij zijn met het overheidsbeleid. De afgelopen jaren verhardden de controles op illegale arbeid. Erik de Bakker schetst hoe dat gaat: ‘Een interdisciplinair fraudeteam, het Westland Interventie Team, sluit alle uitgangen van het bedrijf af en stormt naar binnen. Daarbij kan het er volgens tuinders hard aan toe gaan. Mensen worden tegen de muur gedrukt en gefouilleerd. Wie illegaal of verdacht blijkt te zijn wordt afgevoerd.’ De boete voor een tuinder bij illegale tewerkstelling is 3500 euro. Maar het is vooral het ‘anoniementarief’ dat afschrikwekkend werkt. Dat is het hoge fiscale straftarief dat de tuinder betaalt als een illegaal helemaal geen identiteitspapieren heeft.

‘Het aangescherpte vreemdelingenbeleid maakt de meest kwetsbaren in dit proces nog kwetsbaarder’

Deze strenge controles maken dat de tuinders de verantwoordelijkheid van zich af schuiven. In plaats van dezelfde illegalen meerdere jaren in dienst te houden, zoals voorheen, gaan steeds meer tuinders over op tijdelijke arbeiders. Die huren ze in via bemiddelingsbureaus. Daarnaast werd de laatste jaren steeds meer gewerkt met Duitse Polen die vanwege hun dubbele nationaliteit wel legaal waren. Maar, zeggen de tuinders in het Westland, de overheid heeft die situatie zelf veroorzaakt. In de eerste plaats door de privatisering van de ziektewet, die als gevolg had dat vaste werknemers steeds meer financiële risico’s met zich meebrachten. En in de tweede plaats door de invoering van de Waadi in 1998, een wet die het makkelijker maakt om een uitzendbureau te beginnen. Dat leidde in Den Haag tot een wildgroei van uitzendbureaus. Sommigen daarvan zijn bonafide, maar vele zijn dat ook niet. Tuinders zeggen dat ze niet meer kunnen weten welke bonafide is en welke niet.

Tegenstrijdig
Erik de Bakker: ‘De overheid is in haar beleid inderdaad tegenstrijdig geweest. Enerzijds vraagt ze van tuinders dat ze een beter personeelsbeleid voeren en geen illegalen in dienst nemen. Bijvoorbeeld door brancheprojecten samen met LTO, waarin gezocht wordt naar legale alternatieven voor de vraag naar arbeid. Maar anderzijds heeft de overheid veel tijdelijke arbeid zelf in het leven geroepen door de privatisering van de ziektewet en de Waadi, en daar zit juist het probleem. Want voor kortdurende tijdelijke arbeid blijken vaak alleen illegalen beschikbaar. De legale arbeiders willen een langduriger contract.’
Tuinders en overheid hebben verschillende morele oordelen over illegaliteit, bleek ook uit het onderzoek. De overheid ziet illegale arbeid als een zwaar vergrijp dat moreel verwerpelijk is omdat het de legale arbeidsmarkt verstoord. Tuinders zijn er lang niet zo zeker van dat dat zo is, en zien illegale arbeid eerder als een overtreding. Samengevat in de titel van de studie: ‘Als je te hard rijdt, weet je ook dat het niet mag.’
Erik de Bakker: ‘Gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan de wet geeft nog geen uitsluitsel over de morele goedheid of slechtheid van de tuinder. De praktijk zit vol met morele gevallen die niet wit of zwart zijn, maar grijs.’ Een grote tuinder die De Bakker sprak hield zich aan de wet en controleerde uit angst voor controles streng op illegalen. ‘Economisch begrijpelijk, maar de manier waarop hier illegalen werden gezien als ongewenste elementen die buiten de poort moesten worden gehouden, is haast meedogenloos te noemen.’
Een andere tuinder die De Bakker sprak hield zich niet aan de regels en kwam daar ook openlijk voor uit. ‘Hij werkte nog steeds met een illegale werknemer waar hij veel respect voor had en die hij ook goed betaalde. Het risico van controles nam hij op de koop toe. Op de meetlat van de wettelijke regels zou deze tuinder slecht scoren, maar uit zijn handelen sprak een opmerkelijke humaniteit en eigenwijze betrokkenheid.’

Concurrentie
De Wageningse studie was onderdeel van een bredere studie van OKIA, het OndersteuningsKomitee Illegale Arbeiders. De Wageningers interviewden tuinders die bereid waren te praten, waardoor de tuinders die slecht met illegalen omgaan misschien buiten beeld bleven. OKIA hield een enquête onder honderd illegalen, waar een negatiever beeld uit kwam. Deze studie, ‘Onzichtbaar achter glas’, concludeert dat door de trend naar meer tijdelijke arbeid de concurrentie tussen illegalen groter is geworden. Tuinders kunnen kiezen uit verschillende uitzendbureaus, en die intermediairs kunnen weer kiezen uit verschillende illegalen uit verschillende landen. Voorheen werkten veel Turken en Marokkanen in het Westland voor langere tijd, nu worden die vervangen door Oost-Europeanen die voor kortere tijd komen werken.
Door die grotere onderlinge concurrentie tussen illegalen worden de lonen lager en het werk zwaarder met langere werktijden. Soms wordt loon zelfs helemaal niet uitbetaald. Daar komt bij, schrijft OKIA, dat door de automatisering het werk eentoniger en ongezonder is geworden. De illegalen kunnen tegen deze verslechtering niet veel inbrengen. Enerzijds omdat ze makkelijker vervangen worden door een ander. Anderzijds omdat ze door de strengere controles op illegaliteit sneller uitzetting uit Nederland riskeren. Conclusie van OKIA: ‘Het aangescherpte vreemdelingenbeleid maakt de meest kwetsbaren in dit proces nog kwetsbaarder en daarmee aantrekkelijker vanuit concurrentieoverwegingen.’

Piekdrukte
Toch, zegt dr Roel Jongeneel, kan de Nederlandse glastuinbouw best internationaal concurreren zonder illegale arbeid. Jongeneel: ‘Voor de sector als geheel geldt niet dat ze de kosten van legale arbeid niet kunnen betalen. Voor het overleven van de meer marginale bedrijven kan illegale arbeid wel van belang zijn.’ Maar het lijkt er op dat de blijvende vraag naar illegale arbeid in de glastuinbouw niet berust op de lagere kosten. Beschikbaarheid van tijdelijke werkers, die bereid zijn om zwaar werk te doen bij piekdruktes is misschien belangrijker. En Nederlanders die een vaste baan zoeken willen dat tijdelijk en zware werk niet doen.

Joris Tielens

Re:ageer