Organisatie - 5 juli 2007

De omzwervingen van Linnaeus’ herbarium

Het Wageningse herbarium is de trotse bezitter van 250 herbariumbladen die nog door de handen zijn gegaan van Carolus Linnaeus zelf. De peetvader van alle botanici maakte deze bladen in 1737 voor de Britse zakenman en VOC-bestuurder George Clifford. Het was waarschijnlijk prof. Jan Valckenier Suringar, de eerste hoogleraar plantensystematiek in Wageningen, die ze in 1899 cadeau kreeg van zijn vader.

Herbariumblad van de Oosterse klaproos of papaver (<em>Papaver orientale</em>) uit het Wageningse deel van het Clifford-herbarium. / bron: <a target=new href=http://www.george-clifford.nl>www.george-clifford.nl</a>
Herbariumblad van de Oosterse klaproos of papaver (Papaver orientale) uit het Wageningse deel van het Clifford-herbarium. / bron: www.george-clifford.nl

Foto: .

Het is de oudste en in historische opzicht waarschijnlijk de belangrijkste wetenschappelijke collectie die in Wageningen te vinden is. In het herdenkingsboekje Herbarium Vadense 1896-1896 wordt de Clifford-collectie dan ook een ‘belangrijke schat’ genoemd. Die is alleen al van onschatbare waarde vanwege de link met Linnaeus, wiens driehonderdste geboortejaar dit jaar wordt gevierd. Een groot deel van de plantbeschrijvingen in zijn boek Species Plantarum, de eerste publicatie waarin consequent de tweeledige Latijnse naamgeving voor plantensoorten gebruikt wordt, stoelt op het herbarium dat hij maakte voor Clifford.
Daarnaast is het een collectie waarin uitbundig gebruik gemaakt is van ornamenten. De planten werden versierd met tekeningen van sierlijke vazen, etiketten en linten. Zulke versieringen worden eigenlijk alleen gevonden bij collecties uit de achttiende eeuw van Nederlandse origine. Het grote George Clifford Herbarium in het Natural History Museum in Londen is met 3461 herbariumbladen wel veel groter, maar een stuk minder frivool dan dat in Wageningen.
De wijze waarop de bladen in Wageningen belanden is zeer opmerkelijk. Het begint eigenlijk als Linneaus in 1735 van Uppsala naar Nederland reist om even snel te promoveren in Harderwijk. De ‘flitspromotie’ heeft een reden: Linnaeus wil trouwen maar zijn aanstaande schoonvader eist dat hij eerst promoveert en een medische praktijk start. Nog dezelfde dag dat Linnaeus in Harderwijk aankomt wordt hij als student ingeschreven. Na het afleggen van een examen is hij de volgende dag al candidatus medicinae en binnen een week is hij gepromoveerd op een proefschrift naar malariakoortsen.
Uiteindelijk moet zijn verloofde Sara Lisa Moraea toch nog even geduld hebben. Tijdens een bezoek aan Cliffords landgoed De Hartecamp bij Heemstede laat Linnaeus zich verleiden om een herbarium te maken van de verzamelde exotische planten op het landgoed. Clifford weet de Zweed tevens te bewegen om als lijfarts over zijn gezondheid te waken. Na negen maanden produceert Linnaeus het boek Hortus Cliffortianus, met de hele collectie levende en gedoogde planten die op de Hartecamp aanwezig is, inclusief vele nieuwe soorten.
Als Linnaeus eind 1737, na drie jaar, eindelijk weer teruggaat naar zijn geliefde krijgt hij van Clifford een set van honderdtwintig bladen mee. Het grootste deel van het herbarium verkoopt Clifford aan de Britse botanicus sir Joseph Banks, die de duplicaten meeneemt naar London. Waarom een deel van de collectie in Nederland blijft is niet bekend. Waarschijnlijk belandt dit deel eerst in het Leidse Herbarium en wordt daarna in 1899 door de directeur cadeau gedaan aan zijn zoon, de latere Wageningse hoogleraar prof. Valckenier Suringar. Deze schenkt in 1928 op zijn beurt zijn collectie aan het Herbarium Vadense.
En de omzwervingen van het Clifford-herbarium zijn nog niet ten einde. De Wageningse bladen gaan straks weer terug naar Leiden, waar het Wageningse Herbarium deel gaat uitmaken van het Nederlands centrum voor biodiversiteitsonderzoek. / Gert van Maanen

De tentoonstelling In de lusthof van Linneaus, met een aantal bladen uit het herbarium van Clifford, is nog tot 24 februari 2008 te bezichtigen in Museum De Casteelse Poort aan het Bowlespark in Wageningen.

Re:ageer