Wetenschap - 1 januari 1970

De nieuwe voorzitter Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen Evert

De nieuwe voorzitter Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen Evert

De nieuwe voorzitter Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen Evert

Schouten:
,,Honderd procent veiligheid bestaat niet''

De supermarkten liggen vol nieuwe voedingsmiddelen. De verscheidenheid is
zo groot dat marktverkenners rapporteren dat een groeiende groep
consumenten het spoor bijster is in het woud van functional foods,
gemaksvoeding en nieuwe exotische voedingsmiddelen. Vooral ouderen
verliezen het overzicht. Maar ondanks de constante vernieuwingsstroom is
het aantal werkelijk nieuwe voedingsmiddelen klein. Dat zegt prof. Evert
Schouten. Hij is de nieuwe voorzitter van de Veiligheidsbeoordeling Nieuwe
Voedingsmiddelen.
,,De meeste nieuwe voedingsmiddelen in de supermarkt zijn 'wezenlijk
gelijkwaardig' aan de producten die in Europa al op de markt zijn'', zegt
Schouten, die is verbonden aan de sectie Humane voeding en epidemiologie.
,,Dat is de term die Brussel daarvoor bezigt. Met die categorie producten
houden we ons niet bezig. De commissie kijkt alleen naar producten die
volkomen nieuw zijn, en adviseert de overheid of ze toegelaten kunnen
worden. Producenten zijn verplicht die bij het ministerie van
Volksgezondheid aan te melden, en via de Gezondheidsraad komen de dossiers
dan bij ons. Op dit moment krijgen we een half tot een heel dozijn
aanvragen per jaar binnen. Niet meer.''
Schouten zit al enkele jaren in de commissie, waarover tot 1 januari 2004
de Wageningse entomoloog prof. Louis Schoonhoven de scepter zwaait. De
commissie, die al sinds 1997 bestaat, heeft het nu minder druk dan in de
beginjaren. ,,In dat jaar stelde de EU dat elk land zo'n
beoordelingscommissie moest hebben, waar producenten die de Europese markt
op willen hun aanvraag indienen. Nederland had als een van de eerste landen
zijn zaakjes voor elkaar. Veel producenten kozen Nederland daarom uit om
hier de procedure te doorlopen.''

Spreads

Een product dat wat de commissie betreft niet zonder meer op de markt komt
is het voedselingrediënt betaïne. Het advies, dat de Gezondheidsraad een
paar weken geleden openbaar maakte, hield in dat de mogelijke risico's te
groot werden. ,,Betaïne is een aminozuur en zit van nature in onze
voeding'', zegt Schouten. ,,De fabrikant haalt het uit suikerbieten, en
wilde het in zulke hoeveelheden in voedingsmiddelen stoppen dat consumenten
een veelvoud zouden binnenkrijgen van wat er nu in hun voeding. Daardoor
zou de concentratie van het homocysteïne in het lichaam moeten afnemen, en
daarmee ook de kans op hart- en vaatziekten.''
Dat betaïne het homocysteïne verlaagt staat inmiddels wel vast, maar
onderzoekers hebben nog geen veilige bovengrens vastgesteld. Bovendien
hebben studies laten zien dat de stof het slechte LDL-cholesterol verhoogt,
en daarmee de kans op hart- en vaatziekten juist verhoogt. ,,Wat novel
foods met betaïne met de ene hand zouden geven, zouden ze met de andere
weer wegnemen', zegt Schouten. ,,Dat was de reden om voorlopig negatief te
adviseren.''
In het verleden heeft de commissie wel positief geadviseerd over margarines
en spreads met cholesterolverlagende sterolen. Schouten en zijn collega's
waren kritisch over voorzetten van de industrie om die sterolen ook in
andere voedingsmiddelen te stoppen. ,,Zeker met bioactieve stoffen moet je
ervoor waken dat de inname niet te hoog wordt. We kijken daarom ook naar
consumptiepatronen, zodat we kunnen uitsluiten dat er ergens groepen zijn
waarbij de consumptie onverantwoord hoog oploopt.''

Nonisap

Andere categorieën nieuwe voedingsmiddelen zijn die van de exotische
producten - zoals het nonisap uit het Stille Zuidzeegebied, waarover de
commissie nog nadenkt - en de genetisch gemodificeerde gewassen. In alle
gevallen geldt dat de producent zelf met onderzoek over de brug moet komen
waaruit blijkt dat het product veilig is. De beoordeling van dat materiaal,
vertelt Schouten, verloopt zo objectief mogelijk. ,,Alles gaat
schriftelijk. De commissieleden hebben geen contact met de aanvragers. De
briefwisseling wordt verzorgd door het secretariaat van de gezondheidsraad
en de voorzitter. We willen objectief ons werk doen en alle schijn van
belangenverstrengeling en pressie vermijden.''
Geregeld vindt de commissie het ingebrachte dossier voldoende. Schouten mag
geen concrete voorbeelden noemen, maar wil wel kwijt dat er geregeld
'verschil van mening' is tussen de producenten en de wetenschappers, al is
slaande ruzie nooit voorgekomen. ,,Alles gaat met vriendelijke brieven,
hoor. Wat regelmatig speelt is dat we anders denken over het gewicht van
het bewijsmateriaal dat de producenten aandragen. De aanvrager heeft
bijvoorbeeld de veiligheid van een product onderzocht met een proef met
muizen van een maand, terwijl wij vinden dat je dat eigenlijk met een proef
van negentig dagen zou moeten doen. Of we vinden dat de aanvrager niet kan
volstaan met dierproeven maar ook humane studies moet laten verrichten.''
In het geval van een genetisch gemodificeerd gewas besloot de commissie dat
de producent zijn product chemisch moest analyseren. ,,De kans bestond dat
er buiten het inbrengen van nieuwe genen onbedoeld nog meer veranderd was
in de plant'', zegt de hoogleraar. ,,De stofwisseling van de plant kan zijn
veranderd, waardoor die giftige stoffen is gaan aanmaken. De kans daarop
was theoretisch aanwezig. Tegenwoordig vragen we de aanvragers ook of ze
aan beide kanten van het ingebrachte gen duizend basenparen van het DNA in
kaart willen brengen, zodat we beter kunnen zien wat er gebeurd is.''

Garanderen

Het komt meer dan eens voor dat producenten zich halverwege uit de
procedure terugtrekken, vertelt Schouten. ,,Het proces neemt nu eenmaal
veel tijd in beslag, en onderzoek kost geld. Vooral voor kleinere bedrijven
is dat een probleem.'' Daarbij komt nog dat de EU het oordeel van de
commissie opstuurt naar alle lidstaten, die daarop hun eigen
veiligheidscommissies om advies kunnen vragen. Dat is de tweede
beoordeling. Komen de commissies met tegenstrijdige adviezen, dan kan
Brussel nog een scientific committee om raad vragen. Er zijn dus maximaal
drie verschillende beoordelingsrondes.
Het is een grondig systeem, vindt Schouten. ,,Maar honderd procent
veiligheid kunnen we natuurlijk niet garanderen. Honderd procent veiligheid
bestaat niet.'' |
Willem Koert, foto Guy Ackermans

Re:ageer