Organisatie - 6 oktober 2016

De nieuwe voedselcoalitie

tekst:
Albert Sikkema

Er tekent zich een Haagse bijna-meerderheid af voor een ministerie van Voedsel. Zo’n ministerie is nodig om vorm te geven aan een nieuw, integraal voedselbeleid, vinden zes Kamerfracties. Hun gelegenheidscoalitie is echter broos, want de inhoudelijke meningsverschillen zijn talrijk.

<illustratie: Pascal Tieman>

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) publiceerde twee jaar geleden het rapport Naar een voedselbeleid. Daarin breekt de adviesclub een lans voor een integraal voedselbeleid. Op dat moment liepen er rechtszaken over voedselfraude, werden er maatschappelijke debatten gevoerd over megastallen, dierenwelzijn en gezondheid en klaagden boeren over lage prijzen en de nieuwe machtsverhoudingen in de voedselketens. De Nederlandse agrofoodsector mocht dan een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie, het maatschappelijk vertrouwen was gering, constateerde de WRR.

Het huidige landbouwbeleid moest worden verbreed naar een voedselbeleid, vond de WRR. ‘In dat beleid moeten naast economische waarden ook ecologische waarden, de gezondheid van voedsel en mens, en de robuustheid van voedselketens een plek krijgen. De afweging tussen die waarden moet plaatsvinden binnen een voedselstrategie.’ Verder stelde de WRR: ‘Dit vergt een stevige institutionele verankering.’ Vrij vertaald: er moet een ministerie van Voedsel komen.

Gek genoeg heeft de Tweede Kamer nog steeds niet gedebatteerd over de twee jaar oude voedselvisie van de WRR. Blijkbaar weet het kabinet zich er niet goed raad mee. Ondertussen scharen echter wel steeds meer politieke partijen zich achter de voedselvisie. Het CDA, de ChristenUnie, de PvdA, de SGP en de Partij voor de Dieren spraken zich de afgelopen maanden uit voor een ministerie van Voedsel. De SP behoort ook tot de voorstanders van de WRR-visie, maar ziet liever een ministerie van VIM (Voedsel, Infrastructuur en Milieu).

Behalve politieke partijen hebben ook maatschappelijke organisaties zich uitgesproken. Oude tegenstanders als landbouworganisatie LTO en natuurorganisaties Natuurmonumenten en Natuur & Milieu steunen allemaal het pleidooi voor een minister van Voedsel. Die is nodig ‘om samenhangende oplossingen door te kunnen voeren met oog voor zowel gezondheid, duurzaamheid als welvaart’, stelde Natuur & Milieu deze zomer.

De nieuwe Haagse voedselcoalitie is wel een tere coalitie, omdat de motieven voor het inrichten van een nieuw ministerie behoorlijk uiteenlopen. Dat wordt duidelijk zodra we de motivaties van de verschillende partijen op een rij zetten.

‘Het opheffen van het ministerie van LNV in 2010 was een fout’
Jaco Geurts (CDA)

Het CDA wil om te beginnen eigenlijk het oude landbouwministerie terug. Het opheffen van het ministerie van LNV in 2010 was een fout, vindt CDA-Kamerlid Jaco Geurts. Hij wil een nieuw ministerie dat de landbouw weer op de kaart zet en een landbouwminister die weer aan het kabinetsberaad kan deelnemen. ‘Zo’n ministerie kan het voedselbeleid verder vormgeven.’ Voedselveiligheid, productie en export zijn daarbij belangrijke thema’s voor het CDA.

Ook landbouworganisatie LTO wil dat de boeren weer een stem krijgen in Den Haag. ‘De maatschappelijke functies van boeren en tuinders rechtvaardigen een nieuw departement van Voedsel, Natuur en Platteland’, vindt LTO-voorzitter Albert Jan Maat. ‘Niet alleen voor veilig, betrouwbaar en betaalbaar voedsel, maar ook omwille van klimaat, platteland en landschap.’

‘Het ministerie van Voedsel moet het vehikel zijn van een ander landbouwbeleid’
Sjoera Dikkers (PvdA)

De PvdA pleit om geheel andere redenen voor een ministerie van Voedsel. ‘Het nieuwe ministerie moet het vehikel zijn van een ander landbouwbeleid’, vindt PvdA-Kamerlid Sjoera Dikkers. In dat beleid stellen het milieu en de consument grenzen aan onze landbouw, aldus Dikkers. Onder het ministerie van EZ is de landbouw volgens haar heel economisch georiënteerd. In het nieuwe ministerie moeten de voedselkwaliteit, het milieu, de voedselveiligheid en authenticiteit van voedsel een veel belangrijker plek krijgen. ‘Ik denk dat je de verschillende partijen, van industrie tot actiegroepen, bij elkaar moet brengen in een overkoepelende visie op ons voedsel.’

Daarom moet het LNV-deel weer worden losgeweekt uit het ministerie van EZ en worden samengevoegd met het milieu-deel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het gezondheidsdeel van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), aldus Dikkers. Ten slotte moet volgens de PvdA ook de Arbeidsinspectie een rol spelen in het nieuwe voedselministerie, om de goedkope arbeid en twijfelachtige contracten in de tuinbouw en slachterijsector onder de loep te nemen.

‘Breng boerenbelang onder bij het ministerie van Voeding, Infrastructuur en Milieu’
Henk van Gerven (SP)

De voedselvisie van de PvdA komt sterk overeen met die van de SP. Kamerlid Henk van Gerven wil ook een integraal voedselbeleid waarbij de landbouw wordt begrensd en meer aandacht wordt besteed aan gezondheid, natuur, milieu en voedselkwaliteit. Ook de SP vindt het huidige landbouwbeleid onder het ministerie van EZ teveel nadruk leggen op productie, wereldhandel en export. Daarom moet het LNV-deel weg bij dat ministerie, vindt Van Gerven, maar we hoeven niet een heel nieuw ministerie op te tuigen. ‘Wat mij betreft breng je LNV onder bij het ministerie van Infrastructuur & Milieu. I&M is een ministerie met een krachtige publieke inbreng dat kijkt naar het algemeen belang. Het lijkt me goed om het boerenbelang onder te brengen bij het ministerie van Voeding, Infrastructuur en Milieu (VIM).’

‘In plaats van onze blik te verkleinen binnen een ministerie, moeten we deze juist vergroten’
Helma Lodders (VVD)

De huidige coalitie van PvdA en VVD is sterk verdeeld over voedsel en landbouw. Dat is vermoedelijk de reden dat de WRR-studie over voedselbeleid nog niet is geagendeerd in de Tweede Kamer. De VVD is tegen een ministerie van Voedsel. ‘Partijen die pleiten voor een eigen ministerie van Voedsel vergeten dat onze land- en tuinbouwsector raakvlakken heeft met vele andere ministeries’, stelt het Kamerlid Helma Lodders van de VVD. ‘Het gaat om economie, handel en financiën. De VVD wil daarom niet in hokjes van ministeries denken. In plaats van onze blik te verkleinen binnen een ministerie, moeten we deze juist vergroten.’

Daarmee verdedigt Lodders het huidige landbouwbeleid, dat zich oriënteert op de wereldmarkt. ‘In Nederland hebben we een land- en tuinbouwsector die er wereldwijd toe doet. Dat willen we zo houden.’ Dus moet die landbouw mondiaal concurrerend zijn. ‘Een hoogproductieve landbouw, zoals we die in Nederland kennen, heeft zijn voordelen. Hoe hoger de productie, hoe minder schaarse landbouwgrond je nodig hebt voor ons voedsel en hoe meer ruimte je over houdt voor natuur en recreatie. Dat spreekt aan. Bovendien moeten we kijken naar innovatie, om te zorgen dat de landbouw zich kan ontwikkelen, zonder dat dit ten koste gaat van natuur en milieu.’

De verdeeldheid tussen VVD en PvdA op voedselgebied staat een gezamenlijke voedselvisie in de weg, maar na de verkiezingen in maart volgend jaar kan er weer van alles verschuiven. Dan gaan mogelijk de PVV en de kleinere partijen meepraten en kunnen er wellicht coalities ontstaan die wél een voedselministerie willen. De PVV laat zich niet uit over het thema, maar D66, SGP, ChristenUnie en Partij voor de Dieren wel.

‘De voedselproductie moet vanuit duurzaamheid, kwaliteit en gezondheid worden opgezet’
Fatma Koser Kaya (D66)

D66 wil wel een voedselvisie, maar niet per se een voedselministerie. ‘D66 wil dat we nu samen met de boeren beginnen aan de omslag naar een nieuwe, duurzame landbouw met meer nadruk op kwaliteit in plaats van bulk en de laagste prijs’, zegt het D66-Kamerlid Fatma Koşer Kaya. ‘Welke naam een ministerie daarbij heeft, is een beetje een Haags spel. Het belangrijkste voor D66 is dat de voedselproductie vanuit duurzaamheid, kwaliteit en volksgezondheid wordt opgezet.’

In tegenstelling tot D66 hechten de Partij voor de Dieren en de christelijke partijen en wel aan een voedselministerie. De SGP wil bijvoorbeeld, net als CDA, terug naar een zelfstandig landbouwministerie met een eigen minister. Een nieuw ministerie van Voedsel, die het boerenbelang beter behartigt dan EZ, is een verkiezingsthema voor de SGP.

‘De boeren krijgen te weinig voor hun producten en daar hoor je niemand over bij EZ’
Carla Dik (CU)

De ChristenUnie wil juist een voedselministerie dat een brug slaat tussen de aanhangers en de critici van het huidige landbouwbeleid. ‘Natuur, milieu en volksgezondheid moeten een plek krijgen in het voedselbeleid’, vindt Kamerlid Carla Dik van de ChristenUnie. ‘Niet als zelfstandig element, maar als randvoorwaarde bij de voedselproductie. De agrarische sector is de kern van het ministerie van Voedsel. Ik benadruk steeds dat er een herwaardering van ons voedsel nodig is. De boeren krijgen te weinig voor hun producten. Boeren werken 80 uur per week en hebben nauwelijks een inkomen omdat ze hun producten onder de kostprijs moeten verkopen.’

Die eerlijke voedselprijs komt er niet onder de vleugels van Economische Zaken, denkt Dik. ‘Bij EZ wordt de landbouw vanuit een puur economische visie benaderd. Er wordt technocratisch en procedureel met voedsel omgegaan. Wat ontbreekt bij EZ is passie voor voedsel. Gezondheid, natuur, milieu en dierenwelzijn passen niet in de economische wetmatigheden van EZ, maar zijn net zo belangrijk. We moeten niet alleen kijken naar de voedselprijs voor de consument, zoals de Autoriteit Consument en Markt doet, maar ook naar de prijs voor de producent en de beschikbaarheid, diversiteit en kwaliteit van ons voedsel.’

In de huidige Tweede Kamer heeft de voedselcoalitie ongeveer de helft van het aantal Kamerzetels. Wat de Kamerleden in deze gelegenheidscoalitie bindt, is een afkeer van het afstandelijke en procedurele ministerie van EZ en de roep om een betrokken voedseldebat. Want neem nu de laatste Troonrede van het kabinet. De woorden boer, landbouw en natuur kwamen er niet in voor. Daar wil de nieuwe Voedselcoalitie verandering in brengen.

Ook Wageningen UR draagt zijn steentje bij. Carla Dik verwijst niet alleen naar het WRR-rapport, maar ook naar de Mansholt-lezing van WUR-bestuursvoorzitter Louise Fresco in Brussel. Haar pleidooi voor een integraal voedselbeleid was gericht op de EU, maar zou weleens meer effect kunnen hebben in Den Haag, aldus Dik. ‘Haar lezing is een goede basis voor een Kamerdebat.’

Voorstanders van ministerie van voedsel       Aantal zetels nu:

CDA                                                               13

PvdA                                                              36

SP                                                                  15

CU                                                                   5

PvdD                                                               3

SGP                                                                2

Totaal:                                                            74 (van 150)


Re:ageer