Organisatie - 27 maart 2008

De natuur in met hightech

Koeien melken in de natuur is de droom van Frank Lenssinck, ondernemer en onderzoeker bij de Animal Sciences Group. Lenssinck bedacht een mobiele melkrobot die dienst kan doen in natuurgebieden. Straks wil hij natuurmelk gaan verkopen, een product met emotie.

achtergrond_0_125.jpg
De mist is hardnekkig op een koude februarimorgen in het Utrechtse Zegveld. Een vliesdunne laag ijs ligt op de sloten in het Veenweidegebied bij Woerden. Straks, als de temperatuur tot voorjaarsproporties is gekomen, het gras weer groeit en de koeien weer buiten lopen, zal uit de nevel de Natureluur opdoemen.
Dit is de naam van een mobiele melkrobot. Maar de associatie met natuur en de schuwe tureluur is plotsklaps verdwenen als het gevaarte van staal op rupsbanden binnen het gezichtsveld komt. Daar staat een futuristisch bouwwerk dat bij de eerste aanblik eerder de associatie oproept met een nieuw wapensysteem dan met een apparaat dat onzichtbaar in een natuurgebied staat opgesteld om het vee te melken.
Bedenker en bouwer van de Natureluur is ir. Frank Lenssinck, die het apparaat ‘het eerste zelfrijdende automatische melksysteem’ noemt. Hij is naast ondernemer ook onderzoeker bij Praktijkcentrum Zegveld van de Animal Sciences Group. Zijn droom is dat hij straks met een kudde melkkoeien natuurterreinen afgraast. De mobiele melkrobot reist met de kudde mee en wint de melk, die Lenssinck als natuurmelk op de markt kan zetten. Gangbare melkveehouders zien geen brood in zijn plannen, maar Lenssinck gelooft er heilig in. Natuurkoeien melken kán, weet hij. En hij zal het realiseren.

Souvenir
De oorsprong van Lenssincks idee ligt meer dan een kwart eeuw achter ons. Toen hadden zijn ouders nog een boerenbedrijf bij het Naardermeer. Ze produceerden boerenzuivelproducten, die in de smaak vielen bij de lokale bevolking. Maar beheerder Natuurmonumenten wilde liever geen traditionele agrarische bedrijvigheid meer in het natuurgebied. Het bedrijf van de Lenssincks werd uitgekocht.
De bezoekers van het natuurgebied denken er nu anders over. Ze zouden het juist leuk vinden als er nog ambachtelijke bedrijvigheid aanwezig was, en als ze een product konden kopen uit het gebied waar ze ook recreëren. ‘Je merkt dat ze het jammer vinden dat er niet gemolken wordt.’
Lenssinck maakt de vergelijking met de toerist die terugkomt uit Afrika met een houten beeldje als souvenir. ‘Zelf kocht ik zo’n beeldje, maar niet omdat ik het echt mooi vindt. Het staat op de kast om me te herinneren aan de vakantie in een exotisch oord. Het is emotie’, zegt Lenssinck. ‘En natuurmelk is dat ook.’
Wil je koeien houden in natuurgebieden, dan moet je voorzieningen treffen. Maar bouwen mag niet. Vanwege de natuurdoelstellingen kun je koeien ook niet elke dag naar dezelfde plek laten komen en je moet vooral niet beginnen over leggen van betonnen platen, weet Lenssinck. ‘En dan kun je niet uit de voeten met de huidige melkerijconcepten.’
Dus bedacht Lenssinck een melkstal op rupsbanden, geschikt om in natuurgebieden te kunnen rijden. Een robot melkt de koe, een computer bepaalt de hoeveelheid voer die de koe krijgt, de melk wordt opgeslagen in een tank op het rupsvoertuig, en de installatie wordt schoongehouden met water dat in het apparaat wordt meegenomen.
De computer in de melkrobot houdt aan de hand van verschillende indicatoren in de melk in de gaten hoe het staat met de individuele koe. Al die gegevens stellen de veehouder in staat in te grijpen als dat nodig is. Om de twee of drie dagen moet hij naar het apparaat om voer te brengen, vuil water af te voeren, vers spoelwater te brengen en de melk op te halen.
Maar Lenssincks idee houdt niet op met het inzetten van de mobiele melkrobot, die draadloos verbonden is met het thuisfront. De ASG’er werkt ook mee aan de ontwikkeling van zenders die koeien bij zich dragen, en waarmee onder meer hun bewegingen kunnen worden gevolgd.

Wantrouwen
Niet iedereen staat direct te applaudisseren bij de gedachte dat je koeien kunt melken in de natuur. Toen Lenssinck ermee bij Natuurmonumenten kwam, kreeg hij te horen dat alle veehouders zeggen dat het onmogelijk is. ‘Maar het goede van Natuurmonumenten is dat ze ook zeggen: we helpen je verder als jij de eerste stap zet en aantoont dat het wel kan.’ Zien doet geloven, zegt Lenssinck, die nog wel wat hindernissen moet nemen voordat de natuurmelk uit de Natureluur in het glas van de consument terechtkomt.
‘Wat ik leuk vind is dat ik met mijn idee een natuurdoelstelling kan dienen en er op termijn nog geld mee te verdienen is ook. Ik wil graag samenwerken met Natuurmonumenten. Echt samenwerken’, zegt Lenssinck, die vindt dat het op voorwaarden van Natuurmonumenten pachten van natuurgronden niet onder de noemer van samenwerken valt. De huidige beheercontracten zijn gebaseerd op gestold wantrouwen, meent hij. Om broedende vogels te beschermen zijn data vastgelegd, waarvoor geen gras gemaaid mag worden. Het gaat echter niet om die datum, maar om de vraag of vogels uitgebroed zijn of niet. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarin ieder zijn rol heeft, vindt Lenssinck.
De mobiele melkrobot staat momenteel nog in de ligboxstal van het Praktijkcentrum Zegveld, waar ing. Jaap Gielen de scepter zwaait. De koeien raken nu gewend aan de robot. Ze lopen continu door het apparaat, waar ze niet alleen gemolken worden, maar ook voer krijgen. Het apparaat blijft functioneren, ook als de stroom uitvalt of de druk van de waterleiding gaat. Dat blijkt als bedrijfsleider Gielen zijn gasten geen koffie voor kan zetten bij gebrek aan kraanwater. De Natureluur draait gewoon door, dankzij zijn opslagtanks met 1800 liter water.
Als straks het weideseizoen begint moet de robot zich in de praktijk bewijzen. Het is trial and error. ‘We gaan het gewoon proberen en zien wel wat er gebeurt’, zegt Lenssick. Hoewel hij overtuigd is van de innovatie waaraan hij werkt, blijkt het lastig daarvoor steun los te krijgen.’Wij hebben zero subsidie gehad. Mijn ervaring is dat je geen subsidie krijgt zodra de aanvraag het risico van mislukken met zich meedraagt. Ze stellen al snel de vraag of het ook gaat lukken. Tja, dat weet ik vooraf natuurlijk niet zeker.’
Ondanks het gebrek aan financiële steun, staat het apparaat er nu. ASG en Lenssinck zelf hebben er geld ingestoken. Mocht Lenssincks onderneming op de klippen lopen, dan houdt ASG er een melkrobot aan over, die zo ingezet kan worden op bijvoorbeeld het proefbedrijf in Zegveld.

Weinig innovatie
Met de werkende mobiele melkrobot als tastbaar experiment komt het idee van de natuurmelk een stap dichterbij realisatie. Niet iedereen die aan innovatie werkt komt aan die fase toe, ziet Lenssinck om zich heen. ‘De laatste jaren zijn er veel goedbedoelde adviesbureaus ontstaan. Zij verzamelen groepen boeren om zich heen. En maar praten. Het valt me bijvoorbeeld in het westen van het land op hoeveel innovatieprojectgroepen er in de melkveehouderij actief zijn. Maar wat is er nu écht geïnnoveerd in het veenweidegebied? De ligboxstal voor de koeien is nog hetzelfde als vijftien jaar geleden. Er komen elk jaar tien koeien bij en twee extra standplaatsen in de melkstal; en de nieuwe trekker heeft tien pk meer. De enige echt spectaculaire vernieuwing van de laatste vijftien jaar die ik zo kan bedenken is de melkrobot.’
Ondertussen heeft nog niemand bedacht hoe je melkvee kunt houden op graslanden bij een hoog waterpeil, zegt Lenssinck, terwijl dat een belangrijk probleem is. Hij denkt dat veel ideeën de tekentafel niet afkomen omdat er geen ondernemers zijn die durven te investeren, omdat het benodigde kapitaal te groot is, of de terugverdientijd te lang. ‘Doodzonde natuurlijk. Ik zou graag willen dat we iets minder energie stoppen in beelden en schetsen en iets meer in experimenten. Maar ja, een schets kan niet mislukken en een experiment wel.’
Natuurlijk vindt wetenschappelijke kennis wel zijn weg naar de praktijk, zegt Lenssinck. Maar dat blijft beperkt tot een paar vooruitstrevende boeren die hun oor direct te luisteren leggen bij onderzoekers en zich niet tevreden stellen met de kennis van de mengvoerfabriek, zuivelindustrie of vleesverwerkers. Lenssinck zou graag zien dat de kennisketen vaker zo kort is. ‘Daardoor zullen innovaties sneller uit de babyfase komen en in de puberteit belanden.’

Re:ageer