Organisatie - 2 november 2006

De moord op de allerarmsten

Het Wageningse Hogeschoolblad (WHB) publiceert in 1983 een interview met de antropoloog dr. Jan den Ouden dat nog jarenlang zal nadreunen in de Wageningse sociale wetenschappen. De aanleiding is de Herijkingsnota van minister van Ontwikkelingssamenwerking Eefje Schoo. Aan die nota heeft Den Ouden, lid van de VVD, meegewerkt.
De nota krijgt forse kritiek. Volgens de opstellers moet Nederland minder geld besteden aan klassieke, kleinschalige ontwikkelingshulp, en meer aan grootschalige economische projecten, zoals het aanleggen van havens en wegen.
‘Als we inderdaad bezorgd zijn over het lot van de ontwikkelingslanden moeten we de waarheid onder ogen zien’, zegt Den Ouden op 21 oktober 1983 in het WHB. ‘Het gaat dan echt niet aan om te blijven zwetsen over basic needs en alternatieve ontwikkelingsstrategieën.’
Die ‘witte-pater-projecten’, die bedoeld zijn om de armsten der armen te helpen, zetten geen zoden aan de dijk, aldus Den Ouden. Nederland is de armoede van de negentiende eeuw ook niet op die manier te boven gekomen. Het land werd welvarend door de ontwikkeling van de scheepsbouw, de elektrotechniek en het bankwezen, niet door kleinschalige projectjes in afgelegen veendorpen.
‘Weg met de armsten der armen’, zet het WHB boven het artikel. Na publicatie barst de bom. Het regent reacties. Collega’s van Den Ouden reageren inhoudelijk. Hun kritiek komt erop neer dat Nederland in de negentiende eeuw niet te maken had met de economische grootmachten die de ontwikkeling van de huidige arme landen frustreren. Met dat aspect houdt Den Ouden volgens hen geen rekening.
De reacties van studenten zijn emotioneler. Waarschijnlijk zouden media ze nu, in een Nederland waarin de moorden op Fortuyn en Van Gogh het publieke debat van zijn onschuld hebben ontdaan, niet meer afdrukken.
‘In het WHB staan af en toe de meest ergerlijke stukken’, begint de ingezonden brief van Maarten Molenaar. ‘Maar vrijdag 31 oktober was wel weer heel erg.’ Het steekt Molenaar dat Den Ouden in het interview sluw gebruik maakt van Marxistische theoretici om zijn eigen punt te maken. ‘Een sociologisch sausje’, moppert Molenaar, die zijn brief besluit met ‘Weg met Den Ouden!’
Een stapje verder gaan de studenten Arjan Agema en Astrid Suurmond. Zij schrijven dat de door Den Ouden voorgestelde aanpak ontwikkelingslanden zal veranderen in net zulke verschrikkelijke landen als Nederland, waar ‘een elite de grote massa onmondig houdt en uitbuit’. Ongetwijfeld zal Den Oudens recept voor economische ontwikkeling leiden tot het verdwijnen van de armoede, schamperen de briefschrijvers: de allerarmsten zullen eenvoudig omkomen. Vandaar dat de studenten de antropoloog ‘regelrechte moord’ in de schoenen schuiven.
Na enkele weken grijpt de redactie in, en sluit het WHB de discussie. Tot in lengte van jaren bleef de rel echter na-echoën. Dat kwam niet in de laatste plaats door Den Ouden zelf. De antropoloog verhief sommige ingezonden stukken in het WHB in de jaren tachtig tot collegestof, en voegde ze toe aan de readers die zijn studenten moesten lezen. Als hij over de stukken kwam te spreken, vertelde hij hoofdschuddend over ophef die ontstond naar aanleiding van ‘Weg met de armsten der armen’. Hij keek er heel tevreden bij.
Jan den Ouden overleed in 2003.

Re:ageer