Wetenschap - 1 januari 1970

De melkveehouderij na Hongkong

Deze week komen ministers van handel van over de hele wereld bij elkaar in Hongkong op de conferentie van de wereldhandelsorganisatie WTO om afspraken te maken over liberalisering van de handel. Wageningse deskundigen vertellen over de gevolgen voor de Europese zuivelsector.

Er gaat van alles over tafel, deze dagen in Hongkong. Naast goederen en diensten gaat het ook over landbouw. Er wordt vooral onderhandeld over het verlagen van de importtarieven, wat de toegang tot westerse markten als de EU en de VS moet vergroten. Dat is geen sinecure want er zijn zo’n 2400 verschillende tarieven voor alle denkbare producten. Voor melkproducten bestaan bijvoorbeeld 120 verschillende tarieven.
Dr. Siemen van Berkum van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) maakte een inschatting van de gevolgen van handelsliberalisering voor de melkveehouderij in Europa. Ook dr. Roel Jongeneel van de leerstoelgroep Agrarische economie en plattelandsbeleid maakte samen met het Franse INRA een economisch model, dat een ander model is dan waar het LEI zich op baseert.
Desondanks zijn de wetenschappers eensgezind in de belangrijkste conclusie. De prijs van Europese melkproducten gaat dalen. Volgens Jongeneel komt dat vooral door de verlaging van de interventieprijs in het Europees landbouwbeleid die al in gang is gezet en in stappen wordt uitgevoerd. Daarnaast zullen nu in WTO-verband afspraken gemaakt worden over het afschaffen van de exportsubsidies. Zonder die exportsubsidies zijn veel Europese melkproducten te duur voor de wereldmarkt. Er komt daardoor meer aanbod op de interne Europese markt, en dat drukt de prijzen. Uitkomst van de WTO onderhandeling zal ook een daling van de importtarieven zijn, wat de toegang van anderen van buiten de EU tot de Europese markt vergroot.

Groot gat
Maar, zeggen beide economen, daar staat tegenover dat de wereldmarktprijzen voor melkproducten waarschijnlijk omhoog gaan. Dat komt omdat de interne steun in beschermende landen zoals de EU afneemt, waardoor vanuit deze landen waarschijnlijk minder geëxporteerd gaat worden. De vraag wereldwijd blijft gelijk of neemt zelfs iets toe, dus de wereldmarktprijs gaat omhoog.
Het grote gat tussen de melkprijs in de EU en die op de wereldmarkt wordt dus kleiner, deels omdat de melkprijzen in de EU lager worden, deels omdat de wereldmarktprijs omhoog gaat. Dat verbetert de concurrentiepositie van Europese boeren op de wereldmarkt. Maar let wel, melkveehouders in Europa zullen dus wel tegen lagere prijzen moeten produceren.
Siemen van Berkum waagt zich nog niet aan een schatting van de daling van inkomens van Europese melkveehouders, omdat nog niet duidelijk is hoe de onderhandelingen in Hong Kong uitvallen. Roel Jongeneel zegt na enig aandringen dat de daling van de melkprijs tussen de vijftien en twintig procent zal liggen. Maar, zegt hij erbij, die daling zal gedeeltelijk of geheel worden gecompenseerd door de melkpremies. Die melkpremie is een directe betaling ter compensatie van de voorgenomen verlaging van de interventieprijzen. Volgens economische modellen is die directe steun niet handelsverstorend, omdat die losgekoppeld is van de hoeveelheid productie. Maar daar denkt niet iedereen hetzelfde over, en ook Jongeneel heeft zijn twijfels.

Zuivelnatie
Wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse melkveehouderij? Van Berkum verwacht dat de trend van minder maar grotere bedrijven door deze ontwikkeling versterkt wordt. Ook volgens Jongeneel zullen er weer boeren verdwijnen omdat ze een lager inkomen krijgen. Maar Jongeneel verwacht dat Nederland ook in de toekomst een zuivelnatie zal blijven. Want die melkveehouders die er, bijvoorbeeld door schaalvergroting, in slagen tegen een lagere kostprijs te produceren, krijgen juist meer kansen op de wereldmarkt. Het verschil tussen de Europese prijs en de wereldmarktprijs wordt immers kleiner. Het gaat dan vooral om de export van speciale Franse kazen, en niet om boter, want daarvan is de huidige exportsubsidie erg hoog.
Roald Lapperre, hoofd Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bij het ministerie van LNV, zegt dat de sector door de eerdere hervorming van het Europees landbouwbeleid voorbereid is op de veranderingen die komen gaan. ‘Ik kan niet in de boeken van de individuele melkveehouders kijken. Er komen veranderen en voor sommigen zal het pijn doen want de interne zuivelprijzen dalen al en gaan verder dalen. Maar er komen ook nieuwe mogelijkheden omdat de interne prijzen dichter bij de wereldmarktprijs komen te liggen. Dat zal samen gaan met schaalvergroting.’

Mantra
Prof. Jan Douwe van der Ploeg vindt dat een al te vlotte conclusie. ‘De prijzen dalen, of dat nu door Hongkong komt of door andere ontwikkelingen. In Brazilië wordt heel goedkoop melk geproduceerd, en Parmalat is daar al bezig met nieuwe technologie waarmee die melk als verse melk in Europa verkocht kan worden. Maar schaalvergroting is niet het antwoord. Banken adviseren nu al om geen quota bij te kopen.’
Schaalvergroting is te duur volgens Van der Ploeg omdat de grond duurder wordt. Melkveehouders moeten het volgens hem zoeken in kostenbesparing, de multifunctionele landbouw en het toevoegen van nieuwe waarde, door zich bijvoorbeeld te richten op verse producten. ‘Maar het landbouwministerie en landbouwonderzoek stimuleren dat niet. Daarin staan ze in Europa alleen. Alleen in Nederland wordt nog vastgehouden aan de mantra van schaalvergroting.’

Joris Tielens

Re:ageer