Organisatie - 11 januari 2007

De meisjes van Larenstein

Toen hogeschooldirecteur Anne Bierma in 1973 aanbelde bij het klooster in Velp had hij weinig idee van wat er achter de muren van het gebouw gebeurde. Hij wist uit de krant dat het klooster leegliep en dat de nonnen wilden vertrekken. Bierma wilde een bod uitbrengen op het gebouw en het landgoed.

64_opinie_0.jpg
De oude moeder overste was er niet, dus Bierma moest even wachten op een antwoord op zijn aanbod. Uiteindelijk werd de koop onverwacht snel geregeld. De bosbouwschool, voordien in Arnhem gevestigd, betaalde 3,5 miljoen en betrok het enorme pand in Velp.
Van 1892 tot 1973 was het klooster het Liefdesgesticht De Goede Herder, opvangtehuis voor katholieke meisjes. In het ‘liefdesgesticht’ vonden twee groepen meisjes onderdak. ‘Gevallen meisjes’ die in aanraking waren geweest met justitie of een buitenechtelijk kind hadden gekregen, en weesmeisjes van katholieke huize.
Volgens een documentaire van het VPRO-geschiedenisprogramma OVT uit 2003 laat het regime in het klooster zich het best vergelijken met een jeugdgevangenis met een ontspoorde directeur. Met liefde had het in ieder geval weinig te maken.
Meisjes die bij het klooster werden afgeleverd werd bijna alles afgenomen. Ze kregen een nieuwe naam, en moesten hun kleren verruilen voor het zwarte jurkje dat alle Larensteinmeisjes aanhadden, en een bordeauxrood jurkje voor de zondag. De meisjes mochten niet praten over hun verleden, en op het uitwisselen van adressen of andere persoonlijke gegevens stonden flinke straffen. Net als op het overtreden van andere huisregels, zoals het spreekverbod tot tien uur ’s morgens.
Een vrouw vertelt in het radio-programma bijvoorbeeld over de angst van haar bejaarde moeder. Die sliep haar hele leven met het licht aan en raakte in grote paniek toen zij op een zaal van een verpleeghuis moest slapen met het licht uit. De reden voor haar paniek was een belevenis in het klooster Larenstein. Ze had als zevenjarig meisje een nacht lang opgesloten gezeten in de kelder, samen met een overleden, opgebaarde non.
Het harde regime zorgde er voor dat meisjes probeerden te ontsnappen, maar de hoge kloostermuur was een barrière die voor de meesten te hoog was. Wie die wist te nemen, moest nog afrekenen met terreinbeheerder en deeltijd veldwachter Broekhof, die het terrein op zijn duimpje kende en de ontsnapte meisjes bijna altijd wist te vinden voordat ze de dichtstbijzijnde tramhalte konden bereiken.
Inmiddels is een groot deel van het klooster afgebroken, en maakt de hogeschool plannen voor de exploitatie van de rest van het terrein. De hogeschool krijgt nog af en toe bezoek van vrouwen die vroeger in het klooster hebben gewoond. De receptioniste van de hogeschool beschrijft in de OVT-documentaire zo’n bezoek tijdens een open dag. De vrouw moest al haar moed bij elkaar rapen om het kerkhof dat nog steeds op het terrein ligt te bezoeken. Na het bezoek kwam ze opgelucht terug. ‘Gelukkig, ze zijn allemaal dood.’

De documentaire over Liefdesgesticht De Goede Herder is te beluisteren op geschiedenis.vpro.nl. Klik op OVT en zoek naar de programma’s van 12 en 19 januari 2003.