Student - 8 oktober 2015

De magie van roeien

tekst:
Linda van der Nat

Studentenroeivereniging Argo barst bijkans uit zijn voegen. Ze verslaat de traditionele Wageningse studentenverenigingen met dubbele cijfers. Een verschijnsel dat niet op zichzelf staat: overal in Nederland zijn roeiverenigingen ongekend populair. Is dat geploeter op het water dan zo aantrekkelijk? Ja, maar er is meer.

Het is de beste combinatie van verenigingsleven en sport


Wageningen is niet de enige stad waar de studentenroeivereniging goede zaken doet. Ook in Delft, Groningen, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Leiden en Enschede bleken de roeiverenigingen tijdens de introductieweken fl ink in trek. Her en der moesten studenten teleurgesteld worden omdat niet overal genoeg boten waren om alle eerstejaars roeiers te plaatsen. In Wageningen schreven aanvankelijk bijna 300 studenten zich in, van wie er 80 al meteen teleurgesteld moesten worden.

Kristel Kooij, manager sportparticipatie bij de Koninklijke Nederlandsche Roeibond (KNRB) bevestigt dat de studentensportverenigingen enorm belangrijk zijn voor de roeisport. ‘De KNRB heeft ongeveer 34.000 leden waarvan ruim een derde student is. Nederland telt 120 roeiverenigingen. Zo’n 20 daarvan zijn studentenroeiverenigingen. Elk jaar groeien we en dat hebben we voor een groot deel aan de studenten te danken.’ Volgens Kooij is roeien populair onder studenten omdat het een sport is waarbij sportiviteit en verenigingsleven goed samenkomen. ‘Er wordt gesport maar ook ervaring opgedaan in commissies en besturen en er is voldoende ruimte voor gezelligheid. Met wedstrijdroeien leer je te functioneren in een team, te werken met doelen, om te gaan met tegenslagen en door te zetten. Je kunt dus echt iets toevoegen aan je persoonlijke ontwikkeling. Verder word je door het vele trainen gedwongen om goed alles te plannen.’

Samen aan iets nieuws beginnen schept een band

De beste combi
Voor Jip Jordaan en Bart Middelburg was precies die combinatie van sport en gezelligheid de reden om zich aan te melden bij Argo. Bart, masterstudent Earth and environment: ‘Sport is voor mij echt een uitlaatklep; ik vind het heerlijk om met vrienden toe te werken naar een wedstrijd. Een vereniging waar het alleen maar draait om alcohol zou mij weinig voldoening geven. Argo heeft wat dat betreft de beste combinatie van verenigingsleven en sport. Het is een echte studentenvereniging, met tradities en mores, maar het roeien staat voorop.’

Jip Jordaan (links) koos voor het wedstrijdroeien, Bart Middelburg (midden) voor het wat minder fanatieke competitieroeien. Rechts staat Argo-voorzitter Bas Ooteman
Jip Jordaan (links) koos voor het wedstrijdroeien, Bart Middelburg (midden) voor het wat minder fanatieke competitieroeien. Rechts staat Argo-voorzitter Bas Ooteman

Bart maakte drie jaar geleden na zijn afroeiperiode bewust de keuze om competitieroeier te worden. ‘Wedstrijdroeiers sporten heel erg veel en hun lichaam vraagt dan om rust. Ik vind het leuk om naast het roeien ook actief te zijn bij de vereniging. Zo sta ik al lange tijd op de dinsdagavond regelmatig achter de bar. Dan wordt het vaak laat en dat valt niet te combineren met wedstrijdroeien. Ik heb wel getwijfeld, want ik til mijn prestaties graag naar een hoger niveau. Voor een competitieroeier ben ik dan ook behoorlijk fanatiek; vorig jaar heb ik heel intensief geroeid, zo’n vier, vijf keer in de week. Dit jaar ga ik me richten op het coachen. Wedstrijdroeier word ik niet meer. Ik vind roeien echt leuk, maar ik wil er niet alles voor opofferen.’

Jip Jordaan koos er wel voor om te gaan wedstrijdroeien. Al was dat niet al bij eerste kennismaking met een roeiboot duidelijk. ‘Ik bleek geen natuurtalent’, aldus de tweedejaars Levensmiddelentechnologiestudente. Op aandringen van haar oom, die zei dat ze gezien haar lengte van 1,85 m een goede roeister zou kunnen zijn, zocht Jip tijdens de AID de roeivereniging op. ‘Ik wilde bij een vereniging, maar ik wilde er ook iets naast doen. Sport leek me het leukst; in een team, lekker fanatiek. Maar het roeien was best lastig, de volgorde van de halen, balans houden. Volgens mijn coach zag het er niet uit.’

Fantastisch rommeltje
Het is een herkenbaar beeld bij eerstejaars roeiers, zegt voorzitter Bas. ‘Bijna niemand die zich bij ons inschrijft, heeft ervaring met roeien. De meesten hebben jarenlang een andere sport beoefend en aan het begin van hun studententijd zin om aan iets nieuws te beginnen.’ Ook dat is een reden waarom roeien populair is bij studenten, denkt hij. ‘Samen aan iets nieuws beginnen, dat schept een band. Die eerste training is vaak meer uitproberen dan dat het daadwerkelijk kwalitatief roeien is. Balans is moeilijk, gelijk roeien gaat moeizaam, kort gezegd is het een rommeltje. Maar het is wel een fantastisch rommeltje. Iedereen is op een ontdekkingsreis, het avontuurgehalte in de boot is groot.’

Als het alleen om alcohol draait, geeft dat mij weinig voldoening

Jip had het roeivirus snel te pakken. Ze schreef zich zelfs in voor de selectie van wedstrijdroeiers. ‘In het begin twijfelde ik soms of het een goede beslissing was. Er wordt veel van je gevraagd; je bent bijna elke dag op Argo, soms waren we al om zeven uur ’s ochtends aan het roeien. Voor mijn lichaam was het ook zwaar, ik had weinig sportervaring, dus dat was wel even wennen. Als je met pijn in de boot zit, is het minder leuk. Ik heb mezelf wel even afgevraagd: wil ik dit echt wel?’

Ja dus. Want een jaar later is Jip nog steeds wedstrijdroeier. Ze heeft de beschikking over de beste coaches en de snelste boten. Dat ze op haar voeding moet letten, vroeg naar bed moet en een half jaar geen alcohol mag drinken, vindt ze niet zo’n probleem. ‘Het leuke aan wedstrijdroeien is dat je je samen met je ploeg echt voor 110 procent geeft. Je verlegt je grenzen en je wordt er mentaal en fysiek heel sterk van. We zijn als ploeg heel hecht en gaan vaak samen naar feestjes of etentjes. Dan is het minder erg om niet te kunnen drinken. En appelsap is ook best lekker.’

Olympisch niveau
Eerstejaars roeiers kunnen vrij snel op een hoog niveau worden gebracht. Voorzitter Bas denkt dat ook dat voor studenten een aantrekkelijk perspectief is. ‘Als je bij volley- bal op hoog niveau wilt spelen, moet je op je achtste beginnen. Als je pas op je achttiende begint, kom je niet verder dan recreatief niveau. Begin je echter op je achttiende met roeien, dan kun je op Olympisch niveau komen. Dat is een mooi vooruitzicht.’

18 Sven Menschel-2551.jpg

Kristel Kooij van de KNRB: ‘Ongeveer 40 procent van onze equipe bestaat uit roeiers die vanuit de jeugd zijn doorgestroomd, de rest komt uit het studentroeien. Roeiers die snel de top halen zijn dan vaak wel studenten die bijvoorbeeld vroeger op hoog niveau hebben gezwommen of geschaatst en dus al heel sportief zijn. Er zijn voorbeelden van sporters die in 2008 zijn gaan roeien en vier jaar later op de Spelen een medaille hebben gewonnen. Dat kan allemaal.’

Vanuit de KNRB is er dan ook ondersteuning voor de studentenroeiverenigingen. Kooij: ‘We zorgen dat de randvoorwaarden goed zijn. Zo begeleiden we door middel van de Aegon Bestuursbokaal de besturen, die elk jaar wisselen, om hen beter te maken en moedigen we aan dat iedere vereniging een betaalde, professionele coach heeft. Omdat de studentenroeiverenigingen een belangrijke leverancier zijn van toproeiers, vinden we het belangrijk om een goede samenwerking te hebben.’

Jip droomt niet van een carrière als toproeier. ‘Er is nu een project gestart om in 2020 naar de Olympische Spelen te gaan. Dat lijkt me wel heel erg gaaf, maar dan moet je vrij snel in Amsterdam gaan wonen en twee keer per dag gaan trainen. Ik ben fanatiek en ik ga echt helemaal voor het roeien, maar dat heb ik er niet voor over. Ten eerste zou ik niet naar Amsterdam willen verhuizen en ten tweede houd je dan helemaal geen studentenleven meer over.’

Foto's: Sven Menschel


Re:ageer