Wetenschap - 1 januari 1970

De loopbaan van onderwijskoning Speelman

De loopbaan van onderwijskoning Speelman

De loopbaan van onderwijskoning Speelman

De Drent Bert Speelman (56) is al enige jaren de onderwijskoning van de LUW. Hij was niet alleen de voorzitter van de invloedrijke vaste commissie voor onderwijs, maar ook directeur van het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen. Van de bestuurders van Wageningen UR heeft Speelman het beste gevoel voor de werkvloer van de Landbouwuniversiteit. Hij weet dat de medewerkers van de universiteit plannen uit het hoofdkantoor over het algemeen begroeten met een forse dosis scepsis en houdt daar in zijn presentatie rekening mee

Speelman studeerde in de jaren zestig Landbouwtechniek aan de Landbouwhogeschool. Van 1968 tot 1979 was hij docent bij de vakgroep Landbouwtechniek en deed hij onderzoek naar landbouwspuiten en kunststofstrooiers. In oktober 1979 promoveerde hij op een fundamenteel onderzoek naar het dynamisch gedrag van korrelvormige materialen in oscillerende strooipijpen

Vlak voor zijn promotie was hij benoemd tot directeur van de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen. Onder zijn leiding voerde die school blokonderwijs in en werd de opleiding Milieukunde opgezet, die zou uitgroeien tot een van de grootste van Nederland. Ook naast zijn directeurschap was Speelman bestuurlijk actief. Hij was onder andere voorzitter van de vereniging van directeuren van instellingen voor hoger beroepsonderwijs, van zwemvereniging Aqua 68 en bondsofficial van de zwembond. Van 1982 tot 1988 was hij fractievoorzitter van de VVD in de gemeenteraad van Norg

In 1988 keerde Speelman terug naar de Landbouwuniversiteit als hoogleraar Landbouwmechanisatie en bedrijfsuitrusting. Hij was vooral teruggehaald naar Wageningen om orde op zaken te stellen bij de vakgroep Landbouwtechniek en grondbewerking. Die groep was vernietigend slecht beoordeeld. De wetenschappelijke kwaliteit zou ver onder de maat zijn en de opleiding Landbouwtechniek kon volgens een beoordelingscommissie beter naar het hbo

In 1991 werd Speelman vice-voorzitter van de vaste commissie voor onderwijs en in 1993 werd hij voorzitter. Speelman zette zich in voor de operatie Onderwijs 2000, een bundeling van verschillende onderwijsplannen die onder andere moest leiden tot invoering van het Angelsaksisch MSc/BSc-model, grotere vakken en samenwerking met het Hoger Agrarisch onderwijs. Veel van de plannen liepen echter stuk op weerstand van de richtingsonderwijscommissies. De invoering van het blokkenrooster was het belangrijkste resultaat

In 1998 werd Speelman benoemd tot prorector en projectleider onderwijs. Hij was in oktober lid van de commissie die het ondernemingsplan Krachtig op koers opstelde. Dat plan is een reactie op een bezuiniging van 25 miljoen die het ministerie van Landbouw de LUW in september oplegde. Volgens Krachtig op koers stelt voor 25 leerstoelen op te heffen, samen met zes van de achttien studierichtingen. In Krachtig op koers herhaalde Speelman de mislukte plannen uit Onderwijs 2000. In de raad van bestuur zal Speelman de komende jaren de uitwerking van het ondernemingsplan als belangrijkste verantwoordelijkheid krijgen. K.V

Good water management can help control mosquito numbers in forest areas. The inhabitants of Ruigahuizen in Southwest Friesland are regularly bitten by mosquitoes from the nearby woodland area. Researchers from IBN-DLO came up with two recommendations to help the problem. Ditches with stagnant water, which provide ideal breeding grounds for mosquitoes, need to be linked to flowing waterways such as canals or rivers. The beetles and fish there feed on mosquitoes, thereby keeping numbers down. Another alternative is to clear a strip of land between the forest and the houses, which is more difficult for the mosquitoes to cross

Conclusions about using the Internet as part of research methodology have been brought into question. Paul Romeijn carried out research for his PhD thesis on the investment promises made by insurance company Ohra for their teak fund. IBN-DLO researcher Frits Mohren does not doubt the conclusions, but has his doubts about the role Romeijn attributes to his use of the Internet in carrying out his research: the more responses received does not necessarily bring you closer to the truth. Cees van Woerkum, head of Communication and Innovation Studies suggests that Romeijn takes a too rigid view of the truth: there is no absolute truth; good science is about debate and there must be room for differences of opinion

The DLO institutes for agricultural research should gain more research programmes through competition with other research institutes. However, the market for agricultural research doesn't function very well, claim agricultural researchers Johan Rozeboom and Hans Rutten in a publication for World Development. A competitive research market would mean that the Dutch Ministry of Agriculture would allow several institutes to tender for research funds, but the ministry channels all its research towards DLO to guarantee the continuity of the institutes. As a result, the tariffs of the research programmes are not established by the laws of supply and demand. DLO wants to attract research funds from other European countries, but in most of these countries the situation is the same as in Holland: governments don't award contracts to foreign institutes. This situation will only change when the European Union makes competition in the service sector compulsory, they conclude

More and more food products claim to make improvements to consumer health. These functional foods overlap with pharmaceutical products and the division between the two is often unclear in advertisements. A health claim for food products cannot be associated with disease, says pharmaceutical professor Douwe Breimer. The dose of a drug in food cannot be high enough to make curative claims for that food. The technology for developing functional foods and pharmaceuticals is increasingly the same, but the testing budgets for pharmaceuticals are much higher. Breimer was speaking at a seminar about functional foods of the VLAG graduate school of the WAU

WAU should concentrate its education in four programmes: Biology; Environment and Land Use; Rural Development, and Food. This proposal came from WAU professor Rudy Rabbinge at a meeting about the university Business Plan. Rabbinge is in favour of a few broad studies in Wageningen, in which students have a lot of freedom to choose their specialisation. He would like to see a tutor system introduced, in which incoming students are given guidance by lecturers and older students

Re:ageer