Wetenschap - 1 januari 1970

De liefde voor Open Access ontluikt

Publiceren in tijdschriften die voor iedereen met een internetverbinding toegankelijk zijn. Onderzoekers in de Derde Wereld en maatschappelijke organisaties omarmen het idee. De interesse onder wetenschappers groeit, ook in Wageningen. Maar hoe chic is een publicatie in de nieuwe Open Access media?

De resultaten van wetenschappelijk onderzoek zouden voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Wetenschappers zouden hun bevindingen niet alleen moeten publiceren in exclusieve tijdschriften die je pas kunt inzien als je een prijzig abonnements hebt betaald, maar ook in bladen die iedereen via het web gratis kan downloaden. Dat is het idee achter nieuwe bladen als Public Library of Science (kortweg: PloS) Biology en het nieuwe PloS Medicine.
In PloS Medicine publiceerde dr Margreet Olthof van het WCFS een paar weken geleden een onderzoek naar de effecten van betaïne op het cholesterol en het homocysteïne in het bloed. De keuze voor PloS Medicine was vooral ingegeven door de kwaliteit en de impact van het tijdschrift. ‘PloS Medicine bestaat pas sinds 2004’, zegt Olthof. ‘PloS Biology bestaat al een jaar langer, en het gaat goed met het tijschrift. Dat zal bij PloS Medicine ook wel gebeuren, dachten we.’

Breed publiek
Wat meespeelde was dat het artikel interessant was voor een breed publiek van medici, onderzoekers en bedrijven die de Wageningers niet zo makkelijk zouden bereiken via de reguliere tijdschriften. ‘Ons artikel gaat over de gezondheidseffecten van betaïne’, zegt Olthof. ‘Betaïne is een verbinding die je in kleine hoeveelheden tegenkomt in bijvoorbeeld tarwe en spinazie. Geef je hem in extreme hoeveelheden aan mensen, dan daalt de concentratie van het aminozuur homocysteïne in hun bloed. Dat is gunstig, want een hoge spiegel homocysteïne gaat samen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. In het artikel beschrijven we een ongewenste nevenwerking. In hoge doseringen verhoogt betaïne het slechte cholesterol LDL. Dat is nuttig om te weten voordat je mensen supplementen met betaïne gaat adviseren.’
De samenwerking met PLoS Medicine verliep vlot, zegt Olthof. ‘Toen we informeerden of ons artikel in het blad paste, kregen we al binnen een dag antwoord. Toen we de eerste versie opstuurden, kregen we al een paar weken later de opmerkingen van de referenten binnen. Ze hadden het stuk goed gelezen, merkten we.’
Onder de referenten bevonden zich bovendien ‘topmensen’, zegt begeleider prof. Martijn Katan. ‘Ze waren wel erg kritisch. Ze hanteren strikte regels voor evidence based medicine, het aangeven van belangenconflicten en dubbel publiceren. Het stuk is een aantal keren heen en weer gegaan. Maar we wilden er per se in voordat het blad een Nature-achtige status krijgt en moeilijk bereikbaar is geworden.’

Meer impact
Dr Gijs Kleter van onderzoeksinstituut Rikilt publiceerde al vaker in Open Access-tijdschriften. Met collega’s schreef hij veel over het toepassen van gentechnologie in de landbouw voor bladen die vallen onder BioMed Central, een initiatief dat je kunt vergelijken met PloS. Kleter heeft ervaren dat het publiceren in Open Access inderdaad zorgt voor meer impact. ‘Als mensen het abstract van je artikel vinden in PubMed kunnen ze met een muisklik bij het volledige artikel komen’, zegt Kleter. ‘Daardoor bereik je een groter deel van de doelgroep.’
Twee jaar geleden schreef Kleter voor het jaarverslag van de bibliotheek van Wageningen UR al over de impact van Open Access. ‘We kregen reacties uit de industrie, niet-gouvernementele organisaties en zelfs een sollicitatie’, meldde hij toen. Bovendien had een Amerikaanse activist vragen gesteld aan de Amerikaanse overheid naar aanleiding van een artikel van de Rikiltenaren. In het antwoord zeiden woordvoerders van de regering dat ze kennis van het artikel hadden genomen.
Het aantal Wageningers dat publiceert in de nieuwe Open Accessperiodieken is beperkt. In PloS Biology en Plos Medicine hebben drie Wageningse publicaties gestaan.
Ir Ger Spikman van de bibliotheek van Wageningen UR denkt dat het vooral de glans van de klassieke wetenschappelijke toptijdschriften is die de onderzoekers daar houdt. ‘Onderzoekers staan het liefst in Nature’, zegt Spikman. ‘Of in Science. Of anders in een sjiek tijdschrift van Elsevier.’ Tegelijkertijd bestaat de vrees dat de nieuwe media ‘vollopen’ met artikelen waarvoor de oude tijdschriften hun neus ophalen, en publicatie in het domein van Open Access geen fluit voorstelt. Spikman denkt dat die angst ongegrond is. ‘PloS Biology heeft een impact factor van bijna veertien’, zegt hij. ‘Het blad staat bijna in de top vijftig van de meest invloedrijke tijdschriften in zijn categorie.’

Duur
Een andere drempel is financieel. Wie publiceert in Open Access betaalt geld omdat de uitgevers geen geld uit abonnementen binnen kunnen halen. ‘De bibliotheek ondersteunt PloS met een jaarlijkse bijdrage’, zegt Spikman. ‘Daardoor krijgen Wageningse onderzoekers een korting van tien procent als ze in een PloS-tijdschrift publcieren. Onderzoekers die het volle pond moeten betalen zijn vijftienhonderd euro kwijt.’ Publiceren bij BioMed Central kost maximaal vijfhonderd euro, maar omdat de bibliotheek een contract met BioMed Central heeft afgesloten hoeven Wageningers niets te betalen.
‘Wij zijn als bibliotheek voor Open Access’, zegt Spikman. ‘Maar we kunnen niet zoveel doen om Open Access verder te helpen. Daar zijn we te klein voor. Maar de Nederlandse universiteiten zijn er gezamenlijk wel mee bezig.’ Die willen een publiek toegankelijk wetenschappelijk archief opzetten dat al hun publicaties bevat. De Wageningse inbreng is Wageningen Yield. Het archief is nu nog een combinatie van Open Access en klassieke publicaties die alleen voor betalers toegankelijk zijn. Spikman blijft echter hopen op een goede afloop. ‘Als die database er komt, dan heb je natuurlijk iets prachtigs’, zegt hij.

Willem Koert

Re:ageer