Wetenschap - 1 januari 1970

De les van Herman: openheid voor alles

Het leven van de transgene stier Herman – het eerste genetisch gemanipuleerde rund ter wereld – zat vol met valse verwachtingen en controverses. Het Leidse biotechnologiebedrijf Gene Pharming en de Dierenbescherming eisten hierin hoofdrollen op. Een opmerkelijke bijrol was er voor het voormalige Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek (IVO), later opgegaan in de Animal Sciences Group, waar Herman en zijn nakomelingen de eerste jaren werden verzorgd en onderzocht. Het Wb vroeg direct betrokkenen naar hun herinneringen aan de stier en naar de lessen die Herman ons geleerd heeft.

,,Het beeld dat mij het meest is bijgebleven is dat van de persconferentie die in 1990 na de geboorte van Herman werd gehouden. Het was vlak voor kerst, het schemerde en ik geloof zelfs dat er sneeuw lag. De journalisten hadden volgens voorschrift allemaal stofjassen aan en liepen in de rij naar de stal van Herman. Het waren net de herdertjes die een bezoek gingen brengen aan de kerststal.’’ Gert Kolstee, voormalig bedrijfsleider van het proefbedrijf ’t Gen in Lelystad waar Herman de eerste helft van zijn leven doorbracht, heeft levendige herinneringen aan de transgene stier.
Agnes de Wit, die als laborante op het proefbedrijf verantwoordelijk was voor de embryotransplantaties en dus letterlijk aan de wieg van Herman heeft gestaan, herinnert zich vooral de spanning rond de geboorte. ,,Vooraf waren er toch veel mensen die dachten dat prutsen aan de natuur welhaast zeker moest leiden tot misvormde kalveren. Herman was een mooi beest, aan de buitenkant was er niks aan hem te zien. Hij was het levende bewijs dat genetische modificatie niet gelijk hoeft te staan aan wanpraktijken. We waren trots dat wij Herman op ons proefbedrijf hadden staan.’’
Proefbedrijf ’t Gen was in die tijd onderdeel van het IVO, dat toen nog rechtstreeks onder het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij viel. Volgens prof. Akke van der Zijpp, hoogleraar Dierlijke productiesystemen en toenmalig directeur van het IVO, had die ministeriële bemoeienis grote consequenties voor het project. ,,Je bent als wetenschapper gewend aan openheid, maar rond dit onderwerp kreeg vrijwel alles een politieke lading. Als je vandaag iets zei, werden er de volgende dag in de kamer vragen aan de minister gesteld. We moesten als rijksinstituut altijd als eerste aan de minister rapporteren.’’
Het IVO had volgens haar twee belangrijke redenen om samen met Gene Pharming onderzoek te doen naar genetische modificatie bij runderen en in het bijzonder de productie van het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine in koemelk. ,,In eerste instantie hadden wij het idee dat verhoging van de hoeveelheid lactoferrine in de koemelk wellicht de problemen met mastitis, uierontsteking, zou kunnen verminderen. Dat was een onderzoekslijn waar we bij het IVO al goed in thuis waren. Anderzijds waren we ook nieuwsgierig naar de gevolgen van biotechnologie op landbouwhuisdieren. Ik denk dat we een flinke bijdrage hebben geleverd aan de gevolgen van biotechnologische ingrepen op de gezondheid en het welzijn van dieren’’, aldus Van der Zijpp.
Ze erkent wel dat de samenwerking met een net gestart biotechnologiebedrijf, dat liefst zo snel mogelijk resultaten wil boeken om de aandeelhouders tevreden te houden, niet altijd eenvoudig was. ,,We hadden als IVO wel ervaring met contractonderzoek voor productschappen of bedrijven als Intervet, maar dit was een hele nieuwe ervaring’’. Achteraf denkt ze dat het beter was geweest meer openheid van zaken te geven. ,,Als je een keer begint met achterhouden van informatie, roep je de kritiek over jezelf af’’, aldus Van der Zijpp.
Een van de politiek gevoelige punten rond Herman was het geheime contract dat Gene Pharming had met Nutricia. Dr Peter Booman, directeur management van de Plant Sciences Group en voormalig adjunct-directeur van het IVO, geeft ronduit toe dat zij van het begin af hebben geweten dat Nutricia het onderzoek van Gene Pharming mede financierde omdat zij geïnteresseerd was in de toepassing van gezondheidsbevorderende eiwitten in babyvoeding. Een opvallende ontboezeming aangezien landbouwminister Bukman nog in 1994 geschrokken reageert op de ‘onthulling’ van de geheime contracten tussen Nutricia en Gene Pharming. Booman: ,,Wat mij betreft was dat een loze onthulling want bij mij was het contract met Nutricia in ieder geval wel bekend.’’ Geheimhouding van financiers komt volgens hem vaker voor, zeker als het gaat om bedrijven die opereren op zo’n gevoelige markt als die van babyvoeding.
Terugkijkend heeft Booman zeker niet het gevoel aan een mislukt project te hebben meegewerkt. ,,Ik denk dat we de gezondheidsrisico’s van de toen gebruikte techniek goed in kaart hebben gebracht. Als ik het voorzichtig formuleer waren de ervaringen niet positief. We hebben het als IVO goed gedaan en mede dankzij Herman en ons werk is er een ethische discussie op gang gebracht.’’
Dr Elmar Theune, die in 2001 promoveerde op een proefschrift dat het maatschappelijk debat rond Herman als onderwerp had, vindt dat het debat veel heeft opgeleverd. ,,Het heeft onderzoekers er veel bewuster van gemaakt dat je met een breder publiek moet communiceren. Dat geheimhouding weinig zin heeft en zich tegen je kan keren.’’ Het feit dat Herman een stier was heeft volgens haar zonder meer meegeholpen. ,,Transgene muizen hadden nooit de aandacht gekregen die Herman kreeg. In dat opzicht heeft de Dierenbescherming het debat ook niet gewonnen, want er worden steeds meer transgene muizen in onderzoek gebruikt.’’
Drs Michiel Linskens, die destijds als beleidsmedewerker biotechnologie van de Dierenbescherming fel campagne voerde tegen genetische modificatie van dieren, vindt dat de dierenbeschermers als winnaar uit het debat tevoorschijn zijn gekomen. ,,We hebben dankzij Herman biotechnologie bij dieren op de kaart gezet en alertheid bij de overheid bewerkstelligd. Maar ik moet inderdaad toegeven dat het een druppel op de gloeiende plaat is.’’
Linskens kwam als Utrechts bioloog via Wageningen in aanraking met de problematiek rond transgene dieren. Hij volgde een aantal vakken bij voorlichtingkunde en stelde voor de wetenschapswinkel een rapport op onder de titel ‘Transgene dieren, het overwegen waard?’ Op basis hiervan werd hij nog door het IVO benaderd of hij het project rond transgene dieren ethisch wilde begeleiden. Ze werden het echter niet eens over de aanstelling en Linskens kwam na enige omzwervingen bij de Dierenbescherming terecht en werd een van de belangrijkste criticasters van de experimenten rond Herman. ,,Door de directe relatie tussen het IVO en Gene Pharming had het instituut voor ons haar onafhankelijkheid verloren. Wij vertrouwden ze niet meer en hadden ook wel eens het gevoel dat er gegevens werden achtergehouden. Ik denk dat ze zich aan Gene Pharming hebben vertild en ook dollartekens in de ogen hebben gekregen’’.
Linskens heeft sterk de indruk dat er bij het ministerie van Landbouw een sterke lobby was om vooral ‘de biotechnologie-boot niet te missen’. Een paar jaren geleden ontmoette hij voor een tv-programma een aantal sleutelfiguren uit de Herman-tijd. ,,De mensen van Gene Pharming waren heel amicaal, maar minister Bukman was nog steeds zo giftig op mij. Hij verweet me zo’n beetje dat ik in mijn eentje de hele biotechnologie in Nederland naar de verdoemenis had geholpen. Dat was wel een beetje veel eer’’, aldus Linskens.
Het imago van Herman als boegbeeld voor biotechnologie is volgens hem ijzersterk. ,,Ik denk dat zeventig procent van de mensen bij het beeld van Herman denkt aan een succes. Terwijl eigenlijk alles fout ging wat maar fout kon gaan. Allereerst was Herman een stier die geen uier had om melk te produceren, vervolgens bleek het genconstruct niet helemaal in orde en uiteindelijk blijkt de stof waar het allemaal om gaat ook niet echt bruikbaar. Technisch is het een verhaal met allemaal minnen, maar dankzij Herman was het beeld positief. Eerlijk gezegd was ik ook pislink toen de VPRO in haar documentaire beelden uitzond van die kat die uitgebreid met Herman ging staan knuffelen’’, aldus Linskens.
Prof. Piet Wiepkema, oud-hoogleraar Ethologie en lid van de commissie die de experimenten met Herman moest beoordelen, vindt dat de Dierenbescherming een ‘laffe, smakeloze rol heeft gespeeld’ in het debat rond Herman. ,,De suggestie werd gewekt dat je vooral niet aan het genoom mag zitten, terwijl veefokkers niets anders doen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat een dier in zijn gedrag of gezondheid ernstig geschaad zou worden door de aanwezigheid van een genconstruct. De hele geschiedenis met Herman heeft dit ook laten zien. Als ik opnieuw advies zou moeten geven, denk ik niet dat ik tegen zou hebben gestemd. Het leed dat Herman is aangedaan is mijn inziens veel kleiner dan wat we veel van onze productiedieren aandoen.’’

Gert van Maanen


Levensloop Herman

1990
Stier Herman wordt op 16 december geboren in Lelystad. Hij is een toevalstreffer: van de 129 embryo’s die bij draagmoeders zijn ingebracht is hij het enige kalf waarbij het gen voor de productie van het gewenste menselijke eiwit lactoferrine in het genoom is opgenomen. Herman wordt vernoemd naar Herman Ziegeler, de medewerker van het biotechbedrijf Gene Pharming (later: Pharming), die de eierstokken uit slachthuizen verzamelde waaruit de embryo’s werden opgekweekt.

1991
Herman verschijnt op de omslag van het septembernummer van het tijdschrift BioTechnology met de hoopvolle tekst: ‘Herman, de komende ster van de farmaceutische industrie’.

1992
Een meerderheid van de ‘Voorlopige Commissie Ethische Toetsing Genetische Modificatie Dieren’ spreekt zich uit voor voortzetting van het experiment met Herman ten behoeve van medicijnproductie en de Tweede Kamer sluit zich hierbij aan. Herman mag nakomelingen verwekken. De stier heeft inmiddels de status van mediaster bereikt dankzij zijn optreden in de VPRO-uitzending ‘Het Gouden Kalf’.

1993
Op 20 oktober wordt Herman voor het eerst vader. In totaal zal hij 55 nakomelingen krijgen. De dochters van Herman blijken maar weinig van het gewenste menselijke eiwit lactoferrine in de melk te produceren.

1994
De Dierenbescherming begint een omstreden postercampagne waarin wordt gesuggereerd dat het experiment met Herman vooral gericht is op de productie van babyvoeding. In mei komt NRC Handelsblad met de onthulling dat Nutricia het onderzoek naar Herman in het geheim financierde. Minister Bukman zegt in de Tweede Kamer geschrokken te zijn van het contract tussen Gene Pharming en Nutricia, waaruit blijkt dat Nutricia de lactoferrine inderdaad wil gebruiken voor de productie van babyvoeding. Het experiment met Herman kan echter, met instemming van de Tweede Kamer, worden voortgezet.

1995
Het boek ‘Herman – biografie van een genetische gemanipuleerde stier’ verschijnt.

1996
Het experiment met Herman is formeel afgerond en de stier moet eigelijk worden gedood. Herman mag blijven leven als hij wordt gecastreerd. Os Herman verhuist naar een stal van Pharming in Polsbroek.

2002
Pharming verkeert in geldnood en zegt geen geld meer te hebben voor de verzorging van Herman. In september verhuist Herman naar zijn nieuwe onderkomen op het terrein van Naturalis in Leiden.

2004
Op 2 april 2004 laten artsen Herman inslapen, omdat het dier zichtbaar pijn lijdt als gevolg van botvergroeiingen. Hij is dertien jaar oud geworden en zijn resten, met uitzondering van de huid, worden conform de wettelijke richtlijnen vernietigd.

Re:ageer