Wetenschap - 1 januari 1970

De laatste Muggenenquête

Stapels vragenlijsten heeft ir. Geert Muggen gedurende zijn loopbaan gemaakt. Nu de naamgever van de Muggenenquête met pensioen gaat, mag hij er zélf eens een invullen.

‘Werk is mijn hobby. Maar ik fiets onder de middag wel naar huis om een boterham te eten.’ / foto Guy Ackermans

Ik houd mijn hele leven al onderwijsenquêtes.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Mijn eerste enquête maakte ik tijdens mijn studie Agrarische Sociologie, hier aan de Landbouwhogeschool, rond 1967. Voor een afstudeervak Sociale Psychologie werd een enquête gehouden over verwachtingen van eerstejaars studenten. Ik heb toen wat vragen over studiemotivatie en studieattitude gemaakt. Om het politieke bewustzijn te testen vroeg ik ze ook om spontaan namen van Tweede-Kamerleden op te schrijven. Na mijn afstuderen heb ik wat losse opdrachten gedaan en in 1970 ben ik op het bureau onderzoek van onderwijs terechtgekomen.
Toen werden er ook al enquêtes gehouden onder studenten en vakken geëvalueerd. Dat ging uit van de studentendecaan en had een informele status. Wij vroegen bijvoorbeeld aan studenten of ze de collegedictaten goed te bestuderen vonden. Maar er gebeurde niets met de resultaten. Pas in 1985 werd evalueren een officiële taak. Universiteiten kregen in dat jaar meer zelfstandigheid, in ruil voor de plicht om hun onderwijs extern te laten beoordelen. Daar hoort dan ook interne kwaliteitszorg bij.’

Enquêtes zijn de enige manier om vakken te evalueren.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘De WSO hield vroeger gesprekken met studenten en docenten. Dat was nogal een dure en tijdrovende methode omdat de gespreksleiders getraind moesten worden. Maar een andere mogelijkheid is om vakgenoten dictaten door te laten nemen en colleges te laten volgen. Ik zie wel logistieke problemen aan dit peer review, maar vakinhoudelijk is het wel goed.’

De kwaliteit van het onderwijs is verbeterd door mijn enquêtes.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Zie je dit grafiekje hier?’ Muggen wijst op een A-4tje op zijn prikbord. ‘Hierop zie je het aantal knelpunten per periode. Een vak heeft een knelpunt als het aantal keer dat in de vragenlijst een score 1 of 2 is gegeven, 45 procent of hoger is. De evaluaties zijn tenslotte gericht op het verminderen van het aantal knelpunten. In 2000 was er nog 1 knelpunt per vak, en dat is gedaald naar een half.’

Ingevulde enquêtes moeten worden behouden.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Er liggen hier wel stapel papier, waarin ik overigens altijd alles kan vinden, maar de ingevulde enquêtes zijn weer terug naar de docent. Ze worden hier automatisch ingelezen. Vroeger gingen ze naar het rekencentrum, tegenwoordig leggen we ze onder de scanner. Nu, halverwege de periode, is de tafel bij de scanner dan ook weer schoon. Alles gaat naar de docenten zodat die de toelichting op de achterkant kunnen lezen.
Een docent mag de formulieren na lezing weggooien, maar ik vind het belangrijk dat de resultaten ook naar de opleidingscommissie gaan zodat die de vakken met knelpunten in de gaten kan houden.’

Ik vind dat we uit de verzamelde gegevens alle informatie halen die erin zit.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Maar er is nog wel iets dat ik uit zou willen zoeken. De laatste vraag in de enquête gaat over de algemene waardering. Ik zou graag nog willen bekijken of dit samenhangt met de beoordeling van bijvoorbeeld studiemateriaal, de docent, of de vakinhoud. Ik wil daar uit eigen nieuwsgierigheid misschien nog wel een wetenschappelijk artikel aan wijden. Maar op het bestuurscentrum zit niemand te wachten op dit soort analyses.
Er moet in ieder geval een nieuwe afstudeerenquête komen voor mensen in het MSc-model, nu de ingenieurs oude stijl opraken.’

Ik heb de enquête naar mezelf genoemd.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Nee, de vakevaluaties hebben dat label gekregen toen een onderzoekster in 1992 de effecten van de evaluatieprocedures beoordeelde. Het waren er toen drie. De WSO hield gesprekken met studenten en docenten, rector Bert Speelman had van de hogeschool in Groningen waar hij vandaan kwam een methode meegenomen, en ik maakte vragenlijsten. Om ze uit elkaar te houden werden mijn vragenlijsten de Muggenmethode genoemd. Uiteindelijk is in 1994 een verbeterde versie van de vragenlijst ingevoerd die het label ‘Muggen’ hield. Ik vind dat wel mooi. Maar ik ben wel zo realistisch dat ik niet denk dat die naam nog lang blijft.
De naam van studentenvakbond WSO heb ik wel bedacht. We wilden in 1965 een vereniging oprichten die de belangen van studenten behartigde, los van de studentenverenigingen. Ik was als secretaris de uitvoerende spin in het web. Zo heb ik bij de belastingdienst de legeszegel van honderd gulden gekocht om de statuten officieel op te kunnen sturen.’

Ik ben altijd aan het werk.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Werk is mijn hobby, ik zie meer dan veertig uur werken niet als straf. Maar ik fiets onder de middag wel naar huis om een boterham te eten. Toen de kinderen nog op de lagere school zaten bracht ik ze daarna vaak weer naar school. En ik breng iedere middag ons paard naar de wei. Ik ben soms ook weg om mijn pijp te roken, sinds dat niet meer op mijn werkkamer mag.
Ik rook al pijp sinds mijn studietijd. Mijn eerste pijp kreeg ik op een verjaardag van mijn verloofde. En ik vind het heerlijk om aan het eind van de avond met mijn pijp aan thuis achter de computer een spelletje FreeCell te spelen, een kaartspel. Met een biertje erbij.’

Als ik terugkijk op mijn loopbaan ben ik tevreden.
oneens eens 1 2 3 4 5
‘Het moment dat mij het meest is bijgebleven is een vergadering van de universiteitsraad. Ik heb altijd gevonden dat je de controleur moet kunnen controleren. In 1997 werd er voor het eerst een jaarverslag over de onderwijskwaliteit uitgebracht, met daarin een samenvatting van de resultaten van de follow-up van de enquêtes. Even kijken waar ik het heb…’ Hij grijpt in zijn kast. ‘Hier, een boekje, met een aardige cover. Ik zat er bij toen dat in de universiteitsraad werd besproken en tot mijn verbazing hadden alle fracties lovende woorden. Daar was ik heel blij mee. Helaas verschijnt het niet meer.
Voor de tijd na mijn pensionering heb ik nog weinig invulling gevonden. Ik ben nu mijn opvolgers aan het inwerken en ga pas na 1 maart mijn kamer opruimen, als ik officieel met pensioen ga. We hadden brochures in huis voor een reis naar Australië. Maar mijn vrouw is helaas ernstig ziek dus mijn tijd wordt automatisch gevuld. Vroeger heb ik wel eens met de gedachte gespeeld om mensen te gaan helpen die problemen hebben met het databaseprogramma Access, waar ik altijd mee werkte. Maar we moeten nog zien hoe het allemaal gaat lopen.’

Yvonne de Hilster

Re:ageer