Student - 24 februari 2016

De kleefkracht van Wageningen

tekst:
Lieke de Kwant

Voor een klein stadje oefent Wageningen een opvallend grote aantrekkingskracht uit op haar alumni. Die blijven er in groten getale wonen of keren na een paar jaar tropen of Randstad terug. En lang niet altijd omdat ze werk vinden aan Wageningen UR. ‘Wageningen heeft nestwarmte.’

Universiteitssteden krijgen na elke buluitreiking een opfrisbeurt. Alsof ze ondersteboven worden gekeerd en uitgeklopt. Pas afgestudeerden rollen eruit, op weg naar een toekomst elders. Maar er zijn er ook die gezellig blijven hangen. Zij beginnen een carrière aan hun alma mater, gaan forenzen of vinden hun bijbaan bij nader inzien leuker dan de wetenschap. Na verloop van tijd krijgen deze ‘plakkers’ gezelschap van oude bekenden: de ‘terugkeerders’.

De tienkoppige redactie van Resource en Wageningen World telt één plakker en drie terugkeerders: een score van 40 procent. Toeval, kun je denken. Maar dat is de vraag. Wie een tijdje in Wageningen rondloopt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de stad voor een opvallend groot deel wordt bevolkt door – al dan niet gesjeesde – oud-studenten van Wageningen UR en haar voorgangers. De ouderraad van scholengemeenschap Pantarijn bestaat bijvoorbeeld voor een kwart uit Wageningse ingenieurs, de gemeenteraad voor een derde. Café De Vlaamsche Reus en Loburg worden gerund door oud-studenten. Zoek in de stad naar een loopbaancoach, yogadocent of tekstschrijver/journalist en de kans is groot dat je een Wageningse alumnus treft. En dan hebben we het nog niet over Wageningen UR zelf, waar alumni naar schatting 24 procent van het personeelsbestand uitmaken (bijna 1400 alumni die volgens het adressenbestand van alumnivereniging KLV in Wageningen wonen, op circa 5800 WUR-medewerkers).

Uitvliegers

Dit kan tot de aanname leiden dat Wageningse afgestudeerden meer dan gemiddeld blijven plakken in hun studentenstad, maar dat is niet zo. Uit de landelijke WO-monitor 2013 blijkt juist dat WU-afgestudeerden in de eerste anderhalf jaar na hun studie uitgesproken ‘uitvliegers’ zijn. Het percentage Wageningse afgestudeerden dat in dezelfde provincie blijft wonen, is lager dan het landelijke gemiddelde (44 versus 68 procent) en het aandeel dat naar het buitenland gaat, is bijna twee keer zo groot (23 versus 12 procent).

shutterstock_55075906_welkom.jpg

Lastig aan deze cijfers is wel dat de terugkeerders er niet in worden meegenomen. Bovendien is het appels met peren vergelijken: blijven plakken in grote steden als Amsterdam of Rotterdam is van een andere orde dan blijven plakken in Wageningen, stelt Rien Bor, oud-woordvoerder van Wageningen UR en gemeenteraadslid voor Stadspartij Wageningen. ‘De algemene universiteiten hebben vaak ook een regiofunctie. Dus als er veel studenten in Groningen blijven hangen, is dat logisch: de meeste kwamen al uit die omgeving. In Wageningen is dat niet zo.’

Een vergelijking met een andere gespecialiseerde universiteit buiten de Randstad, zoals Universiteit Twente (UT), is daarom eerlijker. Maar zelfs dan blijkt de Wageninger geen bovengemiddelde ‘plakker’. Van alle Wageningse alumni van wie de woonplaats bekend is, woont volgens KLV/Wagenings Universiteitsfonds ruim 15 procent in Wageningen (bijna 5700). Enschede gaat daar met 26 procent (ruim 10.000) fors overheen, blijkt uit cijfers van de UT.

Optisch effect

Klopt er dan helemaal niets van het beeld dat oud-studenten hier zo talrijk zijn? Toch wel, zo blijkt als je het aantal gebleven of teruggekeerde alumni afzet tegen het aantal inwoners van de stad. In Enschede maken alumni bijvoorbeeld 6,4 procent uit van de totale bevolking van 160 duizend mensen, terwijl Wageningen met zijn bijna 38 duizend inwoners voor 15 procent uit homegrown academici bestaat. Dus hoewel Wageningers minder vaak dan andere afgestudeerden in hun universiteitsstad blijven wonen, drukken ze wel een bovengemiddeld groot stempel op de stad.

Het is wat Louise Fresco – zelf serial terugkeerder – het optische effect noemt. ‘Alumni vallen erg op vanwege de kleine omvang van de stad.’ Waar nog bijkomt, aldus Rien Bor, dat alumni zich graag tegen van alles aan bemoeien. ‘De mensen die hier komen studeren, hebben vaak hart voor de wereld en bekommeren zich om hun omgeving. Ze zijn bewust en actief.’ Geboren en getogen Wageninger Willem Straatman, oud-gemeenteambtenaar en columnist bij huis-aan-huisblad De Stad Wageningen, ziet dat ook. ‘Alumni hebben vaak een visie op het leven en voegen iets toe. Ze zitten in besturen en commissies en zorgen voor een goede doorbloeding van de politiek.’ Al zit er ook een keerzijde aan al die betrokkenheid, weet Bor: ‘Je kunt in Wageningen geen paaltje verzetten of er schrijft wel iemand een brief.’

Nestwarmte

Wat maakt dit stadje aan de Rijn aantrekkelijk als woonplaats voor een deel van de alumni? Uiteraard speelt Wageningen UR als grote werkgever en magneet voor meer werkgelegenheid een centrale rol. Bijna 1400 Wageningse alumni hebben bij alumnivereniging KLV opgegeven dat ze werken aan Wageningen UR en een onbekend aantal werkt bij het groeiend aantal kennisintensieve bedrijven dat zich in deze regio heeft gevestigd. Maar werk kan niet de aanwezigheid verklaren van alle circa 5700 alumni die volgens het KLV-bestand in Wageningen wonen. Hordes Wageningse ‘plakkers’ reizen uren per dag naar hun werk. Waarom vinden ze dat de moeite waard?

Een pull factor die vrijwel iedereen noemt, is de maat van de stad. ‘Wageningen heeft nestwarmte’, zegt Straatman daarover. Het is klein genoeg om je gekend en betrokken te voelen, groot genoeg om hinderlijke sociale controle te voorkomen en heeft alles te bieden wat je nodig hebt. Fresco meent daarnaast dat er zoiets bestaat als een Wageningse cultuur. ‘Het feit dat Wageningen een gespecialiseerde universiteit is, geeft identificatie: “wij zijn Wageningers”. Het is een aantrekkelijke gemeenschap om deel van uit te maken, met een eigen cultuur: een mooie mix van pragmatisme, idealisme en goed zijn in je vak. Schouders eronder en ergens in geloven.’

Eeuwig jong

De diversiteit van de bevolking is nog een pluspunt. ‘Ik geloof dat we honderd nationaliteiten hebben op 37 duizend inwoners’, zegt Fresco. ‘Dat gevoel van welkom raakt iedereen.’ Straatman: ‘Je woont tussen mensen van allerlei culturen in een relaxte, veilige ambiance, met weinig racisme.’ Bor voegt hier nog aan toe dat de nieuwe generatie studenten die jaarlijks binnenstroomt, frisheid en levendigheid met zich meebrengt. ‘Deze stad blijft eeuwig jong.’

Verder kunnen de al aanwezige alumni en andere hoogopgeleiden in Wageningen met hun doorgaans goedgevulde portemonnee aantrekkelijke voorzieningen in de lucht houden, zoals een bibliotheek, bioscoop en schouwburg, zegt Han ter Maat, zelf terugkeerder en wethouder van onder meer Ruimte en Binnenstad.

Het laatste geheime wapen van Wageningen is haar ligging. ‘Waar anders vind je binnen een straal van 5 kilometer zo’n diversiteit aan landschappen?’ zegt Ter Maat. ‘Uiterwaarden, berg, polder, bos, heide, Betuwe.’ Volop ruimte voor de veelal natuurminnende alumni om te wandelen, fietsen, rennen en de hond of de kinderen uit te laten. Maar daar zit volgens Ter Maat ook meteen de zorg van de gemeente: er kunnen niet veel mensen meer bij zonder dat de open ruimtes die zo bepalend zijn voor de kwaliteit van leven, in het geding komen. Dus: ‘Dit is een geweldige stad, maar zeg het niet tegen te veel mensen…’


Freek Aalbers, Bodem, water en atmosfeer 2001–2005

Projectleider bij Wareco Ingenieurs in Deventer

freek aalbers 1.jpg

‘Wageningen is niet te groot, maar ook niet te klein. Het heeft goede faciliteiten, zoals een theater, bioscoop, zwembad en bibliotheek. Daarnaast zijn er mooie landschappen en natuurgebieden in de buurt, zoals de Eng, de Wageningse Berg, de uiterwaarden en de Blauwe Kamer. We hebben weleens overwogen om naar Deventer te verhuizen, maar we houden toch te veel van Wageningen om afscheid te nemen.’

Arjen Wals, Milieuhygiëne 1982–1987

Hoogleraar Sociaal leren & duurzame ontwikkeling, Wageningen Universiteit

Arjen wals.png

‘Na mijn afstuderen ging ik in de Verenigde Staten samenwonen met mijn Amerikaanse vriendin. Ik promoveerde aan de Universiteit van Michigan en daarna kon ik daar of in Wageningen aan de slag. Mijn vriendin zei: “Jij hebt bijna 5 jaar in Amerika gewoond, nu wil ik weleens vijf jaar in Nederland wonen”. Die 5 jaar zijn er al bijna 25 geworden. Hier zit een mondiale universiteit met mensen uit de hele wereld. En hoewel het geen wereldstad is, is alles er wel.’

Geraldine Sinnema, Sociologie 1985–1992

Zelfstandig loopbaancoach en trainer

Geraldine Sinnema GA--20120712-ND7_9281 22.jpg

‘De stad heeft zo’n bijzondere populatie dat er voor mij genoeg interessante dingen gebeuren. Film, theater, cursussen, lezingen, grappige initiatieven. De aanwezigheid van alumni heeft een vormend effect op de stad. Neem het initiatief van ecoloog Patrick Jansen en de stichting Mooi Wageningen om nieuwe natuur te ontwikkelen in het Binnenveld. Dat is zo typisch van hier. Er is veel kennis aanwezig en die wordt ook lokaal toegepast, want Wageningers zijn vrij praktisch.’

Simon Vink, Biologie 1974

Woordvoerder van de Raad van Bestuur van de Wageningen Universiteit

Simon_Vink_IMG_8640.jpg

‘In Wageningen is het niet bijzonder als je zegt: “ik zit volgende week in Burundi”. Ook werken en studeren hier veel mensen uit andere landen. Dat internationale karakter maakt de stad aantrekkelijk. Verder is het de kracht van Wageningen dat iedereen hier bezig is met voeding, voedselzekerheid en leefomgeving. Wageningen UR is een prachtige organisatie in een belangrijk werkveld. Daar lever ik graag mijn bijdrage aan. Wageningen mist wel een bruisend stadsleven. Af en toe even teruggaan naar Rotterdam, waar ik vandaan kom, is een must voor mij.’

Bas Breman en Anne van Doorn, Rurale ontwikkelingssociologie 1993–1998 en Biologie 1995–2002

Beide werkzaam bij Alterra als projectleider

Bas breman anne van doorn 2.JPG

‘Toen we afgestudeerd waren, kreeg Anne een PhD-positie in Portugal. Na vier jaar daar kwam er een kantelpunt: of blijven en wortelen, of teruggaan. Samen besloten we tot het laatste. We wilden onze kinderen laten opgroeien in Nederland en hechten veel waarde aan een sociaal netwerk. Wageningen kenden we. Je voelt je deel van de gemeenschap en we hebben inhoudelijk uitdagend werk op fietsafstand. Met kinderen leer je ook een hele andere kant van de stad kennen, via hun school en sportclubs, en na een tijdje gaan oude en nieuwe vrienden zich mengen. Het is een leuke brij van mensen.’

Elmar Theune, Milieuhygiëne 1974–1982

Beleidsmedewerker ministerie van Economische Zaken, Den Haag

elmar Theune22.jpg

‘Ik ga niet meer weg. Ik voelde me hier vanaf het begin thuis. Ik hield en houd van de open, bruisende en intellectuele sfeer in de stad. Wat ik altijd bijzonder vind en waarin Wageningen afwijkt van andere studentensteden, is dat mensen vanuit verschillende studierichtingen, met verschillende ambities en van verschillende politieke kleur plezierig met elkaar omgaan. Dat heeft met de breedte van de universiteit te maken, met de manier waarop het onderwijs is vormgegeven en met de mensen die voor Wageningen kiezen.’

Jacobijn van Etten en Hugo Hoofwijk, Beide Tropische cultuurtechniek 1987–1993

Projectmanager bij het Ctgb in Ede en zelfstandig adviseur participatie in Wageningen

Jacobijn en Hugo 1.JPG

‘Na onze studie zaten we tien jaar in de tropen. Eenmaal weer in Nederland gingen we een jaar lang van hot naar her voor we besloten om in Wageningen te gaan wonen. We hadden er samen historie. Ook is Wageningen ideaal om onze kinderen op te laten groeien. Omdat we in de tropen zaten, is het internationale karakter voor ons waardevol. In de Albert Heijn kun je Portugees en Swahili horen. Dat geeft een leuke schwung aan de stad.’

Han ter Maat, Milieuhygiëne 1970–1978

Wethouder Ruimte, verkeer, binnenstad en sport in Wageningen

Han ter Maat Sven Menschel-1.jpg

‘Wageningen is een kippenhok, maar wel een waarin je vrijelijk kunt rondlopen. Het is gemakkelijk om contact te maken met mensen die voor dezelfde dingen warmlopen als jij, zoals in mijn geval muziek. Op zondagmiddag kan ik samen met anderen blues spelen in Loburg. Maar als ik er eens een keer niet ben, is het ook goed. Dat is het warme gevoel van Wageningen: er kan veel, maar het moet niet.’

Linda Admiraal, Tropisch landgebruik 1995–2002

Zelfstandig personal trainer

Linda Admiraal.JPG

‘Na mijn studie wilde ik weg, want ik vond Wageningen veel te klein. Ik ben in de Verenigde Staten geweest, de Dominicaanse Republiek, Ghana, Brazilië en Gambia. Toen kreeg ik twee banen tegelijk aangeboden: één in Rome en één aan Wageningen Universiteit. Tegen al mijn intenties in koos ik voor Wageningen; ik had hier net mijn grote liefde ontmoet. Weer vier jaar later heb ik van mijn grote hobby – sport – mijn werk gemaakt. Wageningen is de perfecte plek daarvoor, want als personal trainer ben ik altijd buiten bezig in de natuur.’


Re:ageer