Organisatie - 13 december 2007

De kerststal van Herman is gesloopt

Vlak voor de kerst van 1990 brachten journalisten er nog een bezoek aan het stierkalfje Herman, boegbeeld van de biotechnologie. En ook dieractivisten gingen ‘op de koffie’ bij Proefbedrijf ’t Gen in Lelystad. De bakermat van Herman is nu gesloopt.

415_opinie_0.jpg
‘Het gebouw is tot de grond toe afgebroken en afgelopen week is ook de oprijlaan met bomen gerooid.’ Gert Kolstee, voormalig bedrijfsleider van het proefbedrijf ’t Gen aan de Runderweg in Lelystad, ziet met enige spijt de herinneringen onder zijn ogen verdwijnen.
’t Gen werd mei 1971 opgericht om grootschalige experimenten uit te voeren voor het voormalige Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek (IVO) in Zeist. ‘Bij ’t Gen hadden we gras, gras en nog eens gras. Het was met 240 hectare en 300 tot 400 melkkoeien toen een knoeperd van een melkveebedrijf’, vertelt Kolstee.
De naam van het bedrijf, die zo prachtig de vooruitgangsgedachte van de jaren zeventig symboliseert, werd bedacht door ‘meneer Arends, de eerste bedrijfsingenieur’. Op ’t Gen werd het schapenras de Flevolander ontwikkeld en in de jaren zeventig grootschalig vergelijkend onderzoek gedaan aan de melkproductie van Amerikaanse Holsteinrunderen en Nederlandse rood- en zwartbonte koeien.
Algemene bekendheid kreeg het proefbedrijf pas toen de transgene stier Herman daar op 16 december 1990 geboren werd. ‘Het beeld dat nog op mijn netvlies staat is dat van het persbezoek meteen na de geboorte. Het was vlak voor kerst, het schemerde en ik geloof zelfs dat er sneeuw lag. De journalisten hadden allemaal stofjassen aan en liepen in een rij naar het onderkomen van Herman. Het waren net de herdertjes die een bezoek brachten aan de kerststal’, aldus Kolstee.
Ook bij Herman was er sprake van ‘onbevlekte ontvangenis’. De eerste transgene stier ter wereld was een toevalstreffer: van de 129 embryo’s die bij draagmoeders waren ingebracht was hij het enige kalf waarbij het gen voor de productie van het menselijke eiwit lactoferrine in het genoom was opgenomen.
Rond Herman en zijn dochters – die nauwelijks lactoferrine zullen produceren - zou zich een intrigerend en al veel beschreven steekspel afspelen, met hoofdrollen voor eigenaar Gene Pharming, geheime opdrachtgever Nutricia, de landbouwminister en de Dierenbescherming. Omstreden postercampagnes, Kamervragen, internationale media-aandacht: rond Herman werd het nooit rustig. Kolstee: ‘Alles wat er met Herman gebeurde moesten we stilhouden en mocht alleen via de minister naar buiten. We kregen ook bezoek van actievoerders. Meestal werden we van tevoren gewaarschuwd door de politie en konden we ze al van ver zien aankomen. Dan deden we het hek dicht en wachtten ze op met koffie. Het werd soms nog best gezellig.’
Echt ‘in zijn kuif gepikt’ voelde Kolstee zich over de dolksteek van Gene Pharming, die Herman op een gegeven moment bij ’t Gen probeerde weg te krijgen door te claimen dat de stier en zijn nakomelingen niet goed werden verzorgd. ‘Herman werd in de watten gelegd. Alles draaide om hem. We liepen zelfs 24-uursdiensten. Als medewerkers hebben we de aantijgingen als heel vervelend ervaren. Ze zochten een stok om de hond te slaan’, aldus Kolstee.
Uiteindelijk sleet Herman zijn laatste levensjaren als os in het Leidse museum Naturalis, alwaar hij na zijn dood op 2 april 2004 werd opgezet en tentoongesteld. Zijn voormalige kraamkamer sloot in 1996 haar deuren en is nu echt van de aardbodem verdwenen. Kolstee: ‘Proefbedrijf ’t Gen is niet meer. Het is nu weer een kale vlakte, maar gelukkig zal daar vanaf volgens voorjaar het koolzaad bloeien van het nieuwe Toepassingcentrum Duurzame Energie Acrres. Er is geen einde zonder een nieuw begin.’

Re:ageer