Wetenschap - 1 januari 1970

De invloed van voedingskennis op gezond eten

De invloed van voedingskennis op gezond eten

De invloed van voedingskennis op gezond eten

De een weet niets van voeding en eet achteloos wat hij lekker vindt, de ander houdt nauwkeurig bij hoeveel calorie├źn hij opslokt en pluist van elk product uit of de ingredi├źnten wel gezond zijn. Maar eet iemand die veel van voeding weet ook werkelijk gezonder? Geerte Bodenstaff onderzocht het


Er waren nauwelijks onderzoeksopdrachten bij de leerstoelgroep Huishoudstudies toen Geerte Bodenstaff op zoek ging naar een afstudeeronderwerp. Een brainstorm met haar begeleider leverde een onderwerp op: Bodenstaff ging kwalitatief onderzoeken of mensen die veel van gezonde voeding weten ook werkelijk gezonder eten. Daartoe zocht ze in haar geboorteplaats Helmond zestien gezinnen met kinderen. In Helmond leven de meeste mensen nog vrij traditioneel: naar school, verkering, trouwen en daarna kinderen opvoeden. De vrouwen zorgen meestal voor het eten. In de gezinnen die ik onderzocht was dat ook zo. Daarom heb ik ervoor gekozen de moeders te interviewen.

Wat eten ze en wat weten ze? Dat wilde Bodenstaff achterhalen. Daartoe stelde ze de moeders eerst een aantal algemene vragen. Zo kwam ik wat te weten over hun achtergrond. Bijvoorbeeld hoe het gezin eruit zag, wat voor werk ze deden en welke opleiding ze hadden gedaan. Vervolgens vroeg ze wat ze aten. Ze liet de vrouwen bijvoorbeeld hun ontbijt omschrijven, maar globaal aangeven wat ze aten gedurende de week. De meesten hadden een standaardprogramma. Bijvoorbeeld vrijdag - frietdag.

Bodenstaff vroeg ook naar tussendoortjes. Ik vond het vooral leuk als ik vroeg naar de traktaties voor de kinderen. De vrouwen zeiden bijna allemaal dat hun gezin heel gezond at, maar ze trakteerden wel op chips, cakes of slagroomsoesjes. Cakes en slagroomsoesjes maakte slechts een enkele actieveling; chips gaven de meesten vaak. Makkelijk en kinderen vinden het lekker. Er was er zelfs een die haar kind chanteerde. Dan deed ze het bord extra vol en zei: Als je je bord leeg eet, krijg je vanavond chips. Dat was echt een vaste afspraak met haar kind.

Bodenstaff vroeg de vrouwen ook op lijsten aan te kruisen welke producten ze in huis hadden. Ze kon echter niet veel met de resultaten. Sommige vierden bijvoorbeeld net een verjaardag, waardoor ze veel ongezonde producten in huis hadden. De uitkomsten waren wel grappig: er had er maar oon roomboter en iedereen had pindakaas in huis. Maar daar kon ik geen conclusies uit trekken.

De interviews verliepen niet altijd even makkelijk. Een vrouw antwoordde eerst voorzichtig; ze was bang dat ik kwam vertellen wat ze moest eten. Ik moest haar goed uitleggen ik alleen maar keek wat ze at, en dat het mij verder niet uitmaakte. Toen kwam er opeens uit dat ze veel snoepte.

Om de kennis van de vrouwen over gezonde voeding in te schatten, legde Bodenstaff hen een aantal stellingen voor die ze met waar of niet waar moesten beantwoorden. Er stonden hele makkelijke bij, zoals: In jam zitten minder vetten dan in chocoladepasta. Maar een moeilijke was bijvoorbeeld: Koolhydraten en vetten zijn onmisbaar voor de opbouw van spieren, botten en bloed. Terwijl de vrouwen de vragen beantwoordden, maakte Bodenstaff notities. Eentje zuchtte steeds: Ik weet het niet hoor, ik weet het niet. Haar kennisniveau was dus laag; ze was aan het gokken.

En passant kwam Bodenstaff erachter dat het opleidingsniveau alleen niet bepalend was voor de hoeveelheid kennis die vrouwen hadden over gezonde voeding. De interesse speelde ook een rol. Vrouwen met weinig opleiding maar veel interesse in voeding wisten ook veel over gezond eten.

Uiteindelijk combineerde Bodenstaff de gegevens over wat de vrouwen weten en wat ze eten. Zo kwam ze tot de conclusie dat mensen die veel over gezonde voeding weten n354et stelselmatig gezonder eten dan mensen die er nauwelijks kennis over hebben. De vrouwen aten allemaal op z'n tijd gezonde dingen en ook ongezonde dingen. Opleiding of kennisniveau had daarop geen invloed.

Toch relativeert ze haar resultaten. Ik heb natuurlijk alleen gekeken naar gezinnen in Helmond; in de randstad is het misschien anders. En ik heb maar een kleine groep onderzocht. Toch denken mijn begeleider en ik alletwee dat de resultaten niet anders waren geweest als ik meer gezinnen had bekeken.

Hoewel Bodenstaff nauwelijks literatuur vond over de relatie tussen kennis en gezond eten - wat erop wijst dat er niet veel over bekend is - zit een artikel er volgens haar niet in. Mijn begeleider vindt dat ik daarvoor te weinig theorie in mijn onderzoek heb gestopt. Maar hij gaf me toch een acht, omdat hij mijn verslag goed vond en omdat ik heel zelfstandig werkte. E.R

Re:ageer