Wetenschap - 1 januari 1970

De hoogleraar-directeur

De hoogleraar-directeur

De hoogleraar-directeur

Vroeger, in het midden van de jaren vijftig, toen elke respectabele universiteit nog een echte sociologie-opleiding kende, was Leiden onder de bezielende leiding van de hoogleraren Van Heek en Van Tulder het centrum van de Nederlandse stratificatiestudies. In deze studies werd uit de doeken gedaan hoe de beroepenranglijst er uitzag. De dominee, de pastoor, de dokter en de onderwijzer scoorden hoog. Ook de directeur en de hoogleraar speelden mee in de hoogste regionen van deze eredivisie. Onderaan de lijst waren beroepen te vinden als los werkman, bosarbeider en boerenknecht. Leiden was te deftig om randberoepen op te nemen. Smokkelaars, dames van lichte zeden en hoe de rafelrand in die jaren verder ook mocht heten, waren niet in de lijst opgenomen

Aan het maken van ranglijsten komt de hedendaagse socioloog niet meer toe. Niet alleen heeft, in de jaren tachtig, een of andere bezuinigingsmaatregel een definitief einde gemaakt aan de Leidse sociologiebeoefening, maar het is tegenwoordig ook welhaast onmogelijk fatsoenlijke ranglijsten naar beroep te maken. Een facility manager kan een magazijnbediende zijn bij een scheermesjesfabriek, maar ook een invloedrijk directeur van een multinationale voedingsgigant. Hetzelfde geldt voor de manager. Managers zijn niet alleen te vinden in het hoofdgebouw van een universiteit (terzijde merk ik op dat de afgelopen zomer de hoofdgebouwmanager was te herkennen aan zijn hagelwitte overhemd met blauwe kraag en korte mouw) maar ook als grootverdiener bij de koekfabriek. Het is duidelijk dat de laatste, alleen al door zijn inkomen en kleding, uiteraard veel meer maatschappelijk aanzien heeft dan de arme ambtelijke sloeber die slechts conceptplannen en conceptnota's produceert

Over de problemen die de onderzoeker heeft met de hedendaagse rafelrand zullen we het maar niet uitvoerig hebben. Wat te denken van beroepen als hostess, verkeersleider, apotheker of eurocommissaris. De top en de rafelrand komen hier samen. Zelfs een echte socioloog komt daar niet meer uit

Toch is het verwerven van prestige en gezag via het beroep in onze samenleving niet verdwenen. We kennen bijvoorbeeld het beroep met de dubbele naam: de geneesheer-directeur, de procureur-generaal, kardinaal-aartsbisschop en de secretaris-generaal, allen mannen en soms een enkele vrouw van aanzien en formaat. Jarenlang heeft de universiteit dit spel niet meegespeeld. Wij deden het, afgezien van de zielige en mallotige rang van universitair hoofddocent, met slechts oon eerbiedwaardige functionaris met dubbele naam: de rector magnificus

Hoe anders is de situatie nu. Kennelijk onder druk van de gewoonte bij het snelle bedrijfsleven kennen wij het fenomeen van de hoogleraar-directeur. De hoogleraar-directeur is geen gewone professor meer, hij is zelfs geen bijzonder of buitengewoon hoogleraar. De hoogleraar-directeur moet het symbool worden van de ondernemende universiteit. Hij moet voor het bedrijfsleven worden wat de zeepverkoper in witte jas in de tv-reclame is voor de huisvrouw. Geleerd en toch niet van gisteren. Daar kunnen we vrede mee hebben. Geef de geleerde manager de ruimte. Geef de hoogleraar-directeur een chauffeur, een lease-bak, een mobiele telefoon, een fraaie secretaresse, een kalfslederen koffertje. Geef hem desnoods een skybox bij Vitesse, preferente aandelen in WURC, een creditcard, kleedgeld, een elektronische agenda en twee kamers in zijn departement. Geef hem zijn speelgoed om de vette buit voor zijn departement bij het bedrijfsleven binnen te halen

Maar geef de hoogleraar-directeur geen 25 procent van de basiscapaciteit van het departement. Want daardoor wordt hij in verlegenheid gebracht, hij gaat dan zeker onder de randberoepen vallen, hij zal dalen op de maatschappelijke ladder. Deze beleidsruimte is niet goed voor het aanzien van de universiteit en al helemaal niet voor de hoogleraar-directeur en zijn gezin

Re:ageer