Wetenschap - 22 maart 2001

De herberg van Jacobus Lange ligt onder de dijk

De herberg van Jacobus Lange ligt onder de dijk

Vier opgravingen tonen sociale geschiedenis van Betuwse dijken

De dijkverzwaring betekende in de Over-Betuwe bij Loenen, Doornenburg, Oosterhout en Angeren dat oude dijkvakken afgegraven werden en nieuwe dijkvakken opgeworpen. Dat gaf de veldbodemkundige John Mulder van Alterra en een team archeologen onder leiding van prof. dr. Jan Haalebos van de Katholieke Universiteit Nijmegen de mogelijkheid via opgravingen te kijken hoe de dijk was ontstaan. Naast een herberg vonden ze een rijke sociale geschiedenis.

Wonen langs het water was vroeger niet zonder gevaar, ontdekte Mulder. Dijkdoorbraken kwamen vier op de vijf keer voor in de winter en het kruiende ijs kon met gemak boerderijen onthoofden en bomen doorknippen. De doorbraken gebeurden met zoveel geweld dat er tien tot twintig meter diepe kolken ontstonden. Het zand uit die kolken werd verspreid over het achterliggende gebied, zoals de plek waar nu het Loenense bos staat.

Bij de opgravingen vonden Mulder en de Nijmeegse archeologen bij Oosterhout een dijk uit de zestiende eeuw en bij Angerden de fundering van de herberg van Jacobus Lange uit de achttiende eeuw. Bij Loenen is de dijk pas opgeworpen na de overstroming van 1809. Duidelijk is aan de doorsnede te zien dat er eerst een nooddijk of 'zorgdijk' werd gebouwd die later werd opgehoogd. Van de bij de doorbraak weggevaagde hofstede werd bij de opgravingen de fundering gevonden.

Uit de vier kleine opgravingen komt volgens Mulder als een sneeuwbaleffect de volledige sociale geschiedenis van het dijkenbouwen in de Over-Betuwe naar voren. Tot de veertiende eeuw leefden de Betuwenaren op hoger gelegen nederzettingen die ad hoc met kleine dijkjes werden beschermd. Het omliggende moeras was 'on-land'. Pas na de dijkbrief van graaf Reinald van Gelre uit 1373 werden dijken gebouwd tussen de nederzettingen. Uit rekeningen uit 1573 blijkt dat gemeentes naar vermogen moesten bijdragen aan het onderhoud van de dijk. Doornik moest bijvoorbeeld twee roede onderhouden, het grotere Bemmel zeven. | M.W.

De 'Wael Stroom' bij Loenen op de kaart van landmeter Nicolaas van Geelkercken uit 1632. Midden onderin is het door John Mulder onderzochte dijkvak te zien met binnendijks drie kolken die door overstromingen zijn ontstaan. Rechts onderin slot Loenen. | Kaart uit Alterra-rapport 183

Re:ageer