Organisatie - 2 oktober 2008

‘De ellende concentreren’

Terwijl omwonenden vrezen dat de megastal hun gezondheid en uitzicht verpest, prijzen de voorstanders hem juist aan als de milieu- en welzijnsvriendelijke opvolger van de oude varkens- en kippenschuren. ‘We concentreren de ellende om genot elders te creëren.’ Hoogste tijd voor een bezoek aan de megaboeren.

achtergrond_0_158.jpg
achtergrond_0_158.jpg

Foto: Theo Tangelder

Een bus met vijftig deelnemers toert op 25 september in de omgeving van Venlo langs een enorme koeien-, varkens- en kippenstal. De veldexcursie is georganiseerd door Alterra en Landwerk, tijdschrift voor de inrichting van het landelijk gebied.
Alterra rekende begin dit jaar uit dat het aantal megastallen in Nederland is toegenomen van 104 in 2000 tot 184 in 2005. Volgens de definitie van het onderzoeksinstituut herbergt de megastal minstens 250 melkkoeien, 7500 vleesvarkens of 120 duizend kippen. Deze megabedrijven huisvesten momenteel een luttele twee procent van de veestapel, maar Alterra verwacht een verdere groei tot ruim duizend superbedrijven in 2020, waar dan vijftien tot vijftig procent van de landbouwhuisdieren verblijven.
De gebroeders Van Bakel in Vredepeel voldoen aan de definitie. Ze hebben negen bedrijven in Nederland met in totaal 1300 koeien. Is dit mega of niet? Dat is een relatief begrip, vind de jongste van de drie broers. Hun bedrijf in de Verenigde Staten telt 23 duizend koeien.
Als de meegereisde medewerkers van gemeenten en milieuorganisaties informeren naar de milieu- en welzijnstoestand op het bedrijf, krijgen ze hele duidelijke antwoorden. Van Bakel houdt alles bij in de computer. Hoe lang gaan zijn koeien mee? 4,7 jaar, langer dan op het gemiddelde melkveebedrijf in Nederland. Ook de ziekte- en voerkosten en de melkproductie per koe heeft hij precies in beeld, waarbij hij voortdurend aangeeft dat zijn bedrijf beter scoort dan het gemiddelde bedrijf in Nederland. Van Bakel verbouwt zijn eigen veevoer, doet aan mestverwerking en heeft een rietveld aangelegd om het afvalwater te zuiveren. ‘Dat hoefde niet, maar ik wil graag schone sloten.’

Investeren in welzijn
Ook kippenhouder Classens in Vredepeel let op het milieu. Het eerste wat opvalt als we zijn opfokbedrijf van leghennen bezoeken: het stinkt niet. Terwijl er toch 350 duizend kuikens in twee schuren zitten, waarmee dit het grootste opfokbedrijf van Nederland is. De mest wordt onder de stallen opgevangen en afgevoerd naar de mestverwerkingsinstallatie van zijn broer, die via warmtekrachtkoppeling energie produceert. ‘Door de grootte van het bedrijf kun je investeren in betere voorzieningen’, zegt de kippenhouder.
Megabedrijven kunnen beter inspelen op maatschappelijke eisen als dierenwelzijn en milieu, is de suggestie. Dat idee houdt niet volledig stand als we langs een mega varkensbedrijf rijden – een gepland bezoek is op het laatste moment afgezegd door de boer – en een flinke rij relatief oude schuren zien met een mestverwerker ernaast. We horen later dat dit bedrijf niet aan de milieuvoorschriften voldoet. Niet alle megabedrijven zijn dus modern. Punt blijft, stellen de boeren die wel bezoek ontvangen, dat je een behoorlijke schaalgrootte nodig hebt om geld te kunnen steken in welzijn en milieu.
Nieuw Gemengd Bedrijf, gepland in het landbouwontwikkelingsgebied (log) nabij Grubbenvorst, is een sprekend voorbeeld, want het is groot en innovatief. In het kort: er komen 35 duizend varkens en 1,2 miljoen slachtkuikens, plus een kippenslachterij en een mestvergister op het bedrijf. Het laatste onderdeel gaat energie leveren aan tuinbouwbedrijven in het buurtschap Californië, aan de overzijde van de A73. Er komen luchtwassers in de stallen om de stank en CO2-uitstoot te beperken, zegt projectleider Trudy van Megen.
Van Megen werkt bij Knowhouse, een bedrijfje dat in 2000 mede werd opgericht door Wageningen UR om de innovatie van de agrosector in Zuidoost-Nederland te stimuleren. Nieuw Gemengd Bedrijf past veel agrotechnologische kennis uit Wageningen toe.

Negatieve beeldvorming
De mogelijke komst van het megabedrijf bij Grubbenhorst leidde begin dit jaar tot protesten in dit dorpje ten noorden van Venlo. Spil van het protest was actiegroep Behoud de Parel, een bonte coalitie met inbreng van de SP, de plaatselijke huisarts en Milieudefensie. De tegenstanders vreesden dat het agropark aan de Witveldweg zou leiden tot meer verkeer, meer fijnstof in de omgeving, meer risico op dierziekten als MRSA en vogelgriep, en geur- en lawaaioverlast. De gemeenteraad van Horst aan de Maas, waar Grubbenvorst onder valt, stemde echter met een minieme meerderheid in met de gebiedsvisie die de megastal mogelijk maakt.
Deze confrontatie heeft wonden geslagen die nog niet zijn geheeld, blijkt ’s middags tijdens een debat. Wethouder Leon Litjens, verantwoordelijk voor de gebiedsvisie, kruist de degens met Wouter van Eck van Milieudefensie. Litjens klaagt over ‘negatieve beeldvorming’, want er is geen sprake van een industrieterrein met veefabrieken. Er komen maar zes nieuwe landbouwbedrijven in het gebied, waarvan alleen Nieuw Gemengd Bedrijf kan worden aangemerkt als ‘mega’, zegt de wethouder. Hij neemt Milieudefensie kwalijk dat die bewust een schrikbeeld presenteert.
Van Eck blijft echter van mening dat de grootschalige veehouderij een bulkproduct maakt waar de boeren weinig aan verdienen. ‘Mijn ideaal is dat boeren genoeg inkomen halen uit minder vlees.’ Hij is tegen de grootschalige invoer van veevoer. Maar de protesten tegen de megastallen gaan over iets anders, erkent hij. ‘Die zijn niet per se tegen de bio-industrie gericht. De mensen in het landelijk gebied snappen de schaalsprong van de bedrijven niet, met alle gevolgen voor hun leefbaarheid van dien.’
Drs. Peter Smeets, ook deelnemer aan het debat, is juist voorstander van die schaalsprong. De onderzoeker van Alterra, ooit medebedenker van de ‘varkensflat’, geeft zijn concept inmiddels de naam ‘agropark’. De vormgeving is veranderd, maar de inhoud niet: Smeets wil grootschalige productie-units creëren waar kippen, varkens en koeien niet alleen worden opgefokt maar ook worden verwerkt tot saté, karbonade en biefstuk. Ter wille van het benodigde veevoer liggen de agroparken van Smeets bij voorkeur in de buurt van een haven. Ze produceren niet alleen voedsel, maar ook energie en warmte voor de stadsbewoners en meststoffen voor de akkerbouwers. Die kunnen overigens prima deel uitmaken van zo’n agropark, als voerleverancier en mestafnemer. Een gesloten systeem, zonder milieubelasting, met korte lijnen tussen zaadje en karbonaadje. Dat is wat Smeets voor ogen heeft.

Controverse
Hij ziet Nieuw Gemengd Bedrijf als ‘nuttig experiment’ maar is eigenlijk al een stadium verder, blijkt tijdens de discussie. ‘We hebben tot nu toe nagedacht over de optimale schaalgrootte van de voedselproducent, de boerderij, maar we moeten de inrichting afstemmen op de optimale schaalgrootte van de voedselverwerking, want daar wordt het geld verdiend. Voor een slachterij heb je minimaal 1 miljoen kippen of varkens nodig. De opgave wordt om de verspreid liggende bedrijven in productieparken te clusteren.’
Smeets daagde Van Eck uit om een keuze te maken tussen de huidige situatie in het landelijk gebied en zijn grootschalig maar milieuvriendelijk vergezicht ‘waarbij we de ellende concentreren om genot elders te creëren’. De aanvoerder van Milieudefensie nam de handschoen op: hij heeft liever de agroparken van Smeets dan de huidige situatie.
Waarom ageert Van Eck dan tegen Nieuw Gemengd Bedrijf, wilde een boze Van Megen van Knowhouse weten. ‘Wij lossen milieuproblemen op en dan is Milieudefensie weer tegen!’ Van Eck: ‘Er komen 1,2 miljoen kippen bij in Grubbenvorst en er gaan elders maar 600 duizend kippen weg. Het aantal kippen neemt toe.’ Van Megen: ‘Maar we lossen het milieuprobleem op.’ Van Eck: ‘Het milieuvoordeel is beperkt, en meer dieren betekent dat je meer veevoer nodig hebt en het regenwoud in Brazilië verder aantast.’ Reactie in de zaal: ‘Dat argument ligt op een heel ander schaalniveau, daar kan een Nederlandse boer niks mee.’
Terwijl de controverse over de geplande megastal bij Grubbenvorst voortduurt, heeft wethouder Litjens van Horst aan de Maas inmiddels tien megabedrijven in zijn gemeente. Die bestaan dus al, zonder noemenswaardig protest. Schaalvergroting zonder modernisering, aan het zicht van Van Eck en de media onttrokken, omdat er geen nieuwe vergunning voor nodig is. Of omdat de omwonenden niet moeilijk doen over uitbreiding. Het milieu lijkt hierbij bepalend, maar dan wel het sociaal-culturele milieu.

Re:ageer