Organisatie - 27 maart 2008

De eerste meisjes in Bolsward

De komst van de eerste meisjes naar de Suvelskoalle in Bolsward ging niet zonder slag of stoot. Directeur Verschoor verzette zich er in 1972 nog hevig tegen, maar gaf uiteindelijk toe. Zijn opvolger Meindert Sonnema zat met de gebakken peren: in 1979 diende het eerste stelletje zich aan dat wilde gaan 'hokken'.

Nellie van der Hoek, het eerste meisje in Bolsward
Nellie van der Hoek, het eerste meisje in Bolsward

Foto: .

De Rijkszuivelschool in Bolsward, inmiddels opgegaan in hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, kent een geschiedenis die teruggaat tot de oprichting van een Zuivelvakschool in 1889. In de begintijd is er een duidelijke scheiding van seksen. De praktische cursus voor het werk in de zuivelfabrieken wordt gehouden in de winter en is 'voor zoons van boeren, die grondig onderricht verlangen in het gebruik der centrifuge'. In de zomer is er plaats voor 'meisjes van goeden aanleg, niet beneden de zestien jaren oud' om zich verder te bekwamen in de boter- en kaasbereiding, zo blijkt uit een publicatie in het Bolswards Nieuwsblad. De meisjes raken geheel buiten beeld als in 1904 de Rijkszuivelschool wordt opgericht, die leidinggevenden voor de zuivelindustrie gaat opleiden. De school in Bolsward groeit uit tot een echt mannenbolwerk en blijft dat ook tot ver na de Tweede Wereldoorlog. Voor de jaarlijkse dansfeesten worden verpleegsters uitgenodigd. Vanwege de afnemende leerlingenaantallen verbreedt de school in 1963 haar aandachtgebied tot de levensmiddelentechnologie en verandert haar naam in Rijks Hogere Landbouwtechnologische School. Nellie van der Hoek is in 1972 het eerste meisje dat zich aanmeldt. ‘Ik zat toen zelf voor een tussenjaar in de Verenigde Staten. Mijn vader meldde me aan in Bolsward, maar werd doorverwezen naar Den Bosch’, herinnert ze zich. ‘Daar zaten al wel meisjes en directeur Verschoor wilde geen meisjes op zijn school. Mijn vader vond dat onzin. Wij woonden in Leeuwarden en de school balanceerde op het randje van opheffing. ‘Nu kan ik er eentje leveren en dan willen ze haar niet’, zo voelde hij dat. Hij heeft echt moeten praten als Brugman om me geplaatst te krijgen’, vertelt Van der Hoek. Haar komst op de school is speciaal. ‘Ik kreeg veel aandacht en het had gekke praktische gevolgen. Zo moest ik gebruik maken van de docententoiletten en kreeg ik zonder meer vrijstelling voor gymnastiek, maar verder werd ik gewoon behandeld.’ Als er één schaap over de dam is, volgen er meer, dus in 1976 meldden zich maar liefst zes meisjes tegelijk aan. Een ‘groot probleem’ doet zich in 1979 voor als het eerste suvelkoppel, Rinse Kooistra en Tjerda Postma, wil gaan samenwonen. ‘Directeur Sonnema zat in de commissie die woningen toewees en hij vond hokken maar niks’, herinnert Postma zich. ‘Hij voorspelde dat we een zwaar jaar tegemoet zouden gaan en ik moest een getekende verklaring overleggen dat mijn ouders geen bezwaar maakten. Dat hebben we toen braaf gedaan’, aldus Postma. Het tekent de haast vaderlijke betrokkenheid die de schoolleiding in die tijd aan de dag legt. ‘Je moest op gesprek komen als je een paar avonden niet op de sociëteitsavonden van studievereniging Reholitas was geweest. Sonnema wilde dan weten of je naast je studie wel een goed sociaal leven had. Het klinkt heel benauwend, maar het had ook iets gemoedelijks. Hij kende ook iedereen bij naam’, vertelt Postma. Hoewel Sonnema twintig procent meisjes wel de limiet vindt, loopt het heel anders. In de jaren negentig overtreft de instroom aan meiden zelf die van de jongens. Vanaf die tijd hoeft er voor dansfeesten geen beroep meer gedaan te worden op verpleegsters.

Re:ageer