Student - 29 maart 2007

De dwergvleermuis klinkt als frituurvet

Johannes Regelink, eerstejaars deeltijdstudent Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein, is pas achttien jaar en heeft nu al van zijn hobby zijn werk gemaakt. Hij heeft een goedlopend onderzoeksbureautje voor zoogdieren. Maandavond 26 maart ging hij op vleermuizenjacht.

590_nieuws.jpg
Het onderzoeksterrein van vandaag is geen natuurgebied, maar een oud gebouw dat op de nominatie staat gesloopt te worden. De lokale jeugd is daar, aan de ramen te zien, alvast mee begonnen. Johannes moet in opdracht van een adviesbureau bepalen of hier zeldzame vleermuizen zitten die de sloop zouden kunnen tegenhouden.
‘Wait ypoint één, gewone dwergvleermuis.’ Johannes spreekt zijn memorecorder in en slaat de locatie op in zijn GPS-apparaat. Uit een ander apparaat, de batdetector, komen tikkende en piepende geluiden. ‘Dat zijn de sonargeluiden die de vleermuis uitzendt. Deze batdetector verlaagt het geluid, zodat je het als mens ook kan horen.’ Aan de frequentie, het ritme en de klank kan Johannes de dwergvleermuis herkennen. ‘Een beetje een nat tsjiet tjok’, zegt hij. ‘Ze vergelijken het vaak met frituurvet.’
En dit terrein zit vol met frituurvet. ‘De gewone dwergvleermuis is de meest algemene soort in Nederland. Vandaar dat het ministerie gemakkelijker ontheffing geeft voor die soort.’ Pech dus voor deze fladderaars; hun aanwezigheid zal de sloop niet tegenhouden. ‘Het gaat eigenlijk om de grootoorvleermuis’, zegt Johannes. ‘Die is hier vorige keer gevonden en als hij er nu zit, moeten ze met de sloop wachten tot het najaar.’
Johannues vertelt hoe hij zijn zoogdierkennis opdeed bij de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudies (JNM) en op zijn zestiende al zijn eerste betaalde klussen deed. Zijn zomers zijn nu helemaal gevuld met inventarisatiewerk, met name van vleermuizen. ‘Er zijn weken dat ik ’s nachts werk en overdag slaap.’
In augustus begon Johannes aan de dagopleiding Bos- en natuurbeheer. Die bleek echter lastig te combineren met zijn goedlopende onderzoeksbureautje. ‘Ik was in oktober een week weg van school om Noordse woelmuizen te inventariseren in Friesland. Dat vonden mijn groepsgenoten niet erg prettig. En ik vind dat projectonderwijs sowieso niks. Dus toen heb ik besloten om de opleiding in deeltijd te gaan doen. Dat betekent wel dat ik geen studiefinanciering meer krijg. Dus nu moet ik wel werken.’
Johannes is bezig met zijn achtste rondje rond het gebouw als hij ineens stilstaat. ‘Rosse vleermuis’, spreekt hij in. Eindelijk een andere. Daarna volgen steeds weer de tsjiet tjoks van gewone dwergvleermuizen.
Soms is het werk wel saai en eenzaam, moet Johannes bekennen. ‘Het ligt eraan wat er te zien is. Ik moest een keer vleermuizen zoeken bij een huis en een eikenlaan. Maar die eikenlaan was al gekapt. Toen ben ik bij dat huis gaan staan, maar daar vliegen ze aan het begin van de avond weg. Pas aan het eind van de nacht keren ze terug. Toen ben ik maar in een kroeg gaan zitten tot sluitingstijd, daarna heb ik mijn matje en slaapzak bij het huis neergelegd, heb de wekker gezet en ben gaan slapen.’
Na twee uur rondlopen laten ook de dwergvleermuizen zich niet meer horen. ‘Het wordt nu snel te koud, dan zijn er geen insecten meer in de lucht en heeft foerageren geen nut meer. In de zomer vliegen ze de hele nacht. Dan hebben ze ook jongen en hebben daardoor veel meer voedsel nodig.’ Maar of de dwergvleermuizen hier de zomer halen is de vraag. Als bij een volgende inventarisatie geen grootoor wordt aangetroffen, wordt het gebouw laag voor laag gestript en zullen de vleermuizen een ander onderkomen moeten zoeken. / Koen Moons

Het geluid van de gewone dwergvleermuis is te horen op de website van Johannes, www.ecologischonderzoek.regelink.net.

Re:ageer