Student - 12 mei 2011

De comeback van de hospita: 'Het zijn zulke lieve mensen'

Door de kamernood groeit het aantal hospita's weer voor het eerst sinds jaren. Wie zijn die particuliere verhuurders die bereid zijn hun leefruimte te delen met een of meer studenten? En wie zijn hun huurders? 'Ik heb hier een betere levensstijl dan in een studentenhuis.'

1-Cover-GA-ND76953.jpg
Jarenlang leek het een kwestie van tijd voordat de traditionele hospita zou verdwijnen. Of op z'n minst marginaliseren. Om plaats te maken voor de megastudentenflats waarin studenten, zonder tussenkomst van een surrogaatmoeder, hun vrije leventje kunnen leiden. Maar de bouw van nieuwe studentencomplexen zit in het slop, terwijl het aantal studenten de laatste jaren sterk toenam. Gevolg: de hospita is weer in opkomst. Dat blijkt uit gegevens van de Kamerbalie van WSO, in Wageningen veruit de belangrijkste bemiddelaar tussen huurders en verhuurders in de particuliere sector.
De eerste vier maanden van dit jaar werden 194 kamers via WSO verhuurd, de helft meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Zo'n 20 procent daarvan zijn kamers bij hospita's, schat André Vermeer, medewerker bij de Kamerbalie. Ruwweg zijn er volgens hem twee hoofdcategorieën van 'hospita's'. Enerzijds de klassieke hospita, een dame of heer op leeftijd die de partner heeft verloren en waarvan de kinderen al wat langer het huis uit zijn. 'Voor hen speelt het extra inkomen een rol, maar ook het gevoel dat een student weer wat leven in de brouwerij brengt.' De tweede categorie zijn gezinnen waarvan een of meer kinderen net het huis uit zijn. 'Met de lege kamer willen ze een student helpen en er ook nog wat geld aan overhouden.'
Enge mannen
Door de kamernood is de geografische cirkel van aanbieders ruimer geworden, weet Vermeer. 'Voorheen hoefde je bij Wageningse studenten niet aan te komen met een kamer in Renkum. Veel te ver. Maar de nood is nu zo hoog dat studenten de langere reistijd voor lief nemen. We krijgen kamers aangeboden uit Ede, Zetten, Lunteren, tot zelfs Elst aan toe.'
Over de hoogte van de huren houdt WSO geen statistieken bij. Het is bekend dat de particuliere sector doorgaans hogere huren vraagt dan Idealis, maar WSO let wel op dat het niet de spuigaten uit loopt. Huisjesmelkers die kamers aanbieden voor meer dan wat het puntensysteem voorschrijft, hebben wat uit te leggen wanneer ze hun kamer op de site van Kamerbalie zetten. 'In het uiterste geval kunnen we ze zelfs weren van de site', aldus Vermeer.
Niet dat dat vaak voorkomt overigens. De sfeer in de Wageningse huurscene is juist eerder gemoedelijk. Zo zijn bij WSO geen 'enge mannen' bekend, die meer willen van hun huurder dan de maandelijkse penningen. Dat is dan mogelijk ook weer te danken aan de kleinschalige gemeenschap in Wageningen en de omliggende dorpen, waar dat soort gedrag je maatschappelijk de kop kan kosten.
Tijdelijke oplossing
Zo blijft de Wageningse traditie in stand, want vergeleken met andere studentensteden zijn hier altijd relatief veel hospita's geweest. Mogelijk omdat Wageningen vrij afgelegen ligt, en daardoor studenten noodzaakt om op kamers te gaan. Maar natuurlijk speelt ook de gestage aanvoer van buitenlandse studenten een rol.
Tegelijkertijd is ook duidelijk dat huren bij een hospita voor veel studenten een weinig populaire vorm van kamerbewoning is. 'De meeste studenten zien het als een tijdelijke oplossing, tot ze een echte kamer gevonden hebben', weet Vermeer. 'Het beste seizoen voor de hospita is dan ook de periode augustus tot en met december.' Tenzij er chemie is natuurlijk, dan kan de kamerbewoner soms lang blijven zitten. Zoals de studenten met hun verhuurders op de volgende pagina's bewijzen. / Simone Herrewijn en Rob Goossens   

Paulina 'Boobah' Borvsinska
'Al een tijdje was ik op zoek naar een kamer, maar de huur was heel hoog of ik werd afgewezen. Toen ik hier kwam hospiteren werd me meteen gevraagd wanneer ik zou komen, daardoor vertrouwde ik het niet helemaal. Maar het zijn zulke lieve mensen en het voelt echt als thuis. Ik kan altijd bij ze terecht, als ik ziek ben helpen ze met het bellen van de dokter en ze hebben zelfs geholpen met het repareren van mijn fiets. Daarnaast kan ik als het nodig is voor een kleine vergoeding aansluiten bij het avondeten. Naast mijn studie ben ik danseres, thuis in Warschau zou ik na een training meteen gaan stappen met de andere studenten, maar nu neem ik mijn rust. Ik heb hier dus een betere levensstijl dan in een studentenhuis.'
Familie van der Wekken
'Polen asociaal?! Ze kunnen niet meer stuk voor mij. Boobah is zo'n leuke meid, dan moeten de anderen ook  leuk zijn. Na twee Nederlandse meiden in huis gehad te hebben, wonen we nu met twee buitenlandse meiden. Boobah woont bij ons in huis en daarnaast hebben we nog een huisje in de tuin met kamers voor onze zoon, ook een student, en een frans meisje. Soms merk je een kleine taalbarrière, maar over het algemeen verrijken de meiden ons leven. Vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon en we leren veel verschillende talen, culturen en verschillend eten kennen. Het was al eens ter sprake gekomen om studenten in huis te nemen, maar na een oproep voor gastgezinnen in de plaatselijke krant zijn we er serieus mee aan de slag gegaan. We wisten niet hoe erg de kamernood was. Ons bevalt het super, we kunnen het iedereen aanraden.'

Heleen van Soest
'Natuurlijk zou ik ook graag lekker in de tuin of op het balkon willen zitten, maar verder woon ik hier super. Lekker in het centrum, met een beetje gezelschap toch heel zelfstandig wonen, het past gewoon bij me. De privacy en de rust zijn heerlijk. Ik heb niet zo'n behoefte aan een "echt" studentenhuis. Daarnaast heb ik best veel moeite gestoken in het opknappen van mijn kamer, dus ik zit hier prima.
De familie Compagner zie ik weinig en ik heb vooral contact met de andere studenten die hier wonen. Hun kamers zitten op de verdieping boven mij en daar is ook de keuken voor ons alle drie. Het zoontje van de huisbaas zit in de kamer naast mij en met hem deel ik een badkamer, maar ik zie hem weinig. Verder deel ik eigenlijk alleen de voordeur met het gezin. Het is meer een rustig studentenhuis, binnen een gezinshuis.'
Erik Compagner
'Af en toe spreken volslagen vreemden me aan met de opmerking "Ik heb in jouw huis gewoond". In ons huis hebben namelijk altijd studenten gewoond, ook voor ik er woonde. Jaren geleden hebben mijn ouders het gekocht van WSO en in mijn jeugd hebben we ook studenten in huis gehad. Nu heb ik het huis van mijn ouders gekocht en wonen er drie studenten bij ons. Eerst maakte ik zelf de selectie voor wie er bij ons kwam wonen, maar nu doen de studenten een voorstel. Dat is makkelijker want zij moeten met de nieuwe bewoner samenwonen. De indeling en grootte van het huis zorgen ervoor dat we eigenlijk volledig gescheiden wonen. De huurders zorgen voor extra inkomsten, die natuurlijk altijd welkom zijn, maar sinds kort woont er ook een student in huis die naast haar studie op de kinderen past. Dat is lekker makkelijk en de kinderen vinden het ook erg gezellig.'

Laurens van Buuren
'In Hoevestein woonde ik op een gang met weinig gezelligheid, daarom ging ik na een jaar op zoek naar een gezellig studentenhuis. Hier heb ik dat zeker gevonden. In eerste instantie woonden we met zestien studenten, maar dat zijn er nu nog zes. Ik denk dat je overal waar je woont rekening houdt met je medebewoners en in dit huis is dat niet anders. Al is er misschien een soort onuitgesproken grens waar je niet overheen gaat, omdat we het huis met een gezin delen. Zo ga je bijvoorbeeld niet een heel groot huisfeest geven. Voor een huis in het centrum is de tuin best groot en in de zomer brengt dat het huis samen. Het is een soort ontmoetingsplaats. Maar over het algemeen heeft iedereen gewoon zijn eigen dingen en het is gezellig met elkaar als we elkaar tegen komen.'
Familie Van Boven
'Je leven delen met verschillende mensen. Vanuit dat ideaal zijn we in dit huis gaan wonen. Inmiddels delen we het huis met een ander gezin en een aantal studenten. Natuurlijk moet je ermee om kunnen gaan om onder studenten te wonen en in het begin was het niet altijd makkelijk dat er altijd iemand binnen kan komen lopen. Je bent nooit echt alleen. Toch vinden wij en onze dochters het geweldig om op deze manier met andere te leven. De sfeer waarin wij allemaal onder één dak wonen is heel bijzonder. Dat horen we ook van bewoners die terugkomen nadat ze een poosje zijn weggeweest, bijvoorbeeld voor een stage. Het draait allemaal om vertrouwen, je krijgt toch een bepaalde relatie met elkaar. Er is eigenlijk altijd leven in huis en over het algemeen vinden we dat heel prettig. Wij zullen ons nooit opdringen, maar ze kunnen wel altijd terecht voor een praatje.

Re:ageer