Organisatie - 24 mei 2007

De christelijke geitenfokvereniging

Hoe is het mogelijk, vroeg Kees Strijker, lid van de Progressieve Studenten Fractie, in 1976. Waarom laat het college van bestuur van de landbouwhogeschool de Chisten Studenten Fractie toe bij het overleg tussen bestuurders en studenten? ‘Over zaken van rechtspositionele aard onderhandel je niet met de christelijke geitenfokvereniging’, schreef hij in de Belhamel.

Peter Booman in 1976.
Peter Booman in 1976.

Foto: .

De christelijke studenten zaten toen vier jaar in de hogeschoolraad en de faculteitsraad. In 1972 had Jef Landman zich laten inspireren door de gereformeerde studentenvereniging in Groningen. Met een paar vrienden richtte hij de Christen Studenten Fractie op. Die moest gereformeerde studenten een alternatief bieden naast het Progressief Aktie Front, later de PSF. Tot zijn verrassing werd Landman verkozen. En sinds die tijd hebben er altijd vertegenwoordigers van christelijk studerend Wageningen in de verschillende medezeggenschapsraden gezeten.
Tot volgend jaar. De CSF doet niet mee aan de verkiezingen van de studentenraad, die momenteel in volle gang zijn. Daarmee lijkt een einde gekomen aan een traditie van 35 jaar.
De afgelopen jaren waren de verschillen tussen de fracties overigens alleen voor zeer oplettende volgers duidelijk. Het verschil zit hem, leggen de studentenvertegenwoordigers uit, vooral in de aanpak, niet in de standpunten. De PSF zou brutaal zijn en de verenigingspartij Veste pragmatisch, terwijl de CSF zich graag constructief noemt. Maar uiteindelijk zijn studenten er het meest bij gebaat als de partijen samen optrekken, vinden ze.
Dat was in de politieke jaren zeventig wel anders. De Belhamel, opinieblad voor de hogeschool, stond elke twee weken vol met ingezonden stukken van de studentenpartijen. Van samen optrekken was geen sprake. ‘Lezers, zoek aan de hand van de Belhamels van de afgelopen jaren eens na wat de CSF en SO’73 allemaal voor studenten hebben gedaan. Winnaars kunnen erop rekenen dat de PSF een aantal prijzen te beschikking zal stellen’, schreef de progressieve Strijker in de eerdergenoemde brief.
Meestal liet de CSF de kritiek van de progressieven van zich afglijden. Tussen de verenigingspartij SO’73 en de PSF ontsponnen zich regelmatig venijnige briefwisselingen, maar de CSF reageerde vaak niet op plaagstoten van de concurrentie.
Eén keer maakte de fractie een uitzondering. Naast de brief over de christelijke geitenfokkers stond een verslag van een PSF-lid van de laatste hogeschoolvergadering. De CSF had, volgens de PSF, ‘een sfeertje gecreëerd’ tijdens de vergadering, waardoor een boze Wageningse reactie op Haagse onderwijsplannen was getorpedeerd.
Twee weken later schreef CSF’er Peter Booman, de huidige directeur van het facilitair bedrijf, een pesterige reactie op beide stukken. Was de PSF misschien een beetje gefrustreerd omdat ze twee keer hun zin niet hadden gekregen in de raad, vroeg hij zich af. ‘Voelt de PSF zich in haar kruis getast door de CSF? Kan de CSF het helpen dat vrijwel de hele raad het met ons eens was?’ Vreemd toch dat de progressieven, die altijd hun mond vol hebben van de ‘demokratie vanaf de basis’, zich zo weinig gelegen laat liggen aan de wil van de meerderheid, ging Boomans verder. Die meerderheid had er overigens ook mee ingestemd dat de ‘geitenfokvereniging’ werd toegelaten tot het overleg, merkte hij nog fijntjes op.
Opmerkelijk jennerig voor een partij die naastenliefde hoog in het vaandel heeft. Het zou ook bij één keer blijven, beloofde Booman. ‘Wij zijn van mening dat we ons beter met belangrijker zaken kunnen bezig houden dan zwartmakerij.’

Re:ageer