Wetenschap - 1 januari 1970

De buikpijn van een Bourgondiër

Bert Speelman, die deze week officieel afstand deed van zijn rectorketting, hield tijdens zijn lange bestuurlijke loopbaan vooral van de informele contacten. Een visje happen met Cees Veerman, tafelen met de wetenschapsdirecteuren. Daarom ziet hij de verzakelijking van Wageningen UR met lede ogen aan. 'Het is belangrijk om de informatiestromen op gang te houden. Dat doe je niet alleen met nota's en vergaderingen.'

Op het bureau van Bert Speelman liggen al een paar weken handgeschreven A-viertjes met zijn afscheidsrede. Zijn vensterbank en bureau staan vol met buitenlandse trofeeën. Indonesische en Chinese beeldjes, een houtgesneden Indiaan, een plaquette uit Jemen. De meeste souvenirs zijn exotisch, het verstopte gele model van een combine op de kast daargelaten.
'Heb je even, ik heb net een ingeving gehad', zegt de oud-rector als hij binnenkomt. Met een vulpen schrijft hij bedachtzaam een nieuwe zin van zijn afscheidsrede. 'Ik geloof niet dat ik er een titel aan mee ga geven, we hebben de laatste jaren al genoeg slagzinnen gehad, Krachtig op koers, Samen omdat, Decentraal tenzij. Ik geloof niet dat de mensheid zit te wachten op een nieuwe wijsheid.'
Speelman trad begin september terug als rector. Over vijf dagen, op dinsdag 29 november, wordt de afscheidsplechtigheid gehouden waar Speelman terug zal blikken op zijn loopbaan. En dan vooral op zijn loopbaan als bestuurder. Natuurlijk was hij ook jarenlang hoogleraar, maar zelfs toen was hij meer baas dan onderzoeker. Zijn proefschrift over de pendelstrooier moest nog gedrukt worden toen hij benoemd werd tot directeur van het Van Hall instituut, toen nog in Groningen. Een kleine hogeschool met driehonderd studenten. Onder het bewind van Speelman groeide de school naar negenhonderd studenten, vooral doordat Van Hall in de geest van de tijd begon met een opleiding milieukunde.
'In het begin belde ik elke student die zich aanmeldde persoonlijk op. Later ging dat niet meer. Ik wilde snel groeien, omdat ik wist dat zeshonderd studenten de grens was voor het ministerie van onderwijs. Kleinere scholen zouden op termijn gesloten worden. Uit die tijd heb ik mijn fixatie op de studentenaantallen overgehouden die ik ook in Wageningen had. Het eerste wat ik deed op maandagmorgen was de site bezoeken met de vooraanmeldingscijfers. Onzin natuurlijk, want je doet er niks aan als er een min staat.'

Uw eigen onderwijsbeleid heeft niet altijd geholpen om die cijfers omhoog te krijgen. De opleiding biologische productiewetenschappen trekt nauwelijks studenten, en een aantal fusies van opleidingen lijkt juist studenten te hebben gekost.
'Dat is waar. We hebben een aantal besluiten genomen die niet verstandig waren. Het samenvoegen van Huishoud- en consumentenwetenschappen en Economie bijvoorbeeld, en die van Tropisch landgebruik en Landinrichting. En je hebt gelijk, de opleiding Biologische productiewetenschappen is mislukt. We dachten destijds dat het verstandig was om een opleiding te beginnen omdat DLO meer onderzoek moest gaan doen voor de biologische sector. Dan heb je aanwas nodig, dachten wij. We wisten dat dat niet zonder risico's was omdat een vergelijkbare opleiding in het hbo was mislukt, maar hadden het idee dat we een verdomd leuke opleiding zouden kunnen opzetten, met veel aandacht voor ketens en zo. Die leuke opleiding is er ook wel gekomen, maar Nederland belijdt de biologische landbouw alleen in naam. Er is geen markt voor.
Ter verdediging: ik kan het nu nog niet hard aantonen met studentenaantallen, maar ik denk dat we een gelukkiger hand hebben gehad bij het opzetten van de drie nieuwe gamma-opleidingen. Ik zie veel potentie in de opleiding Gezondheid en maatschappij. Ik ben er wel trots op dat we toestemming hebben gekregen voor die nieuwe opleidingen om daarmee het profiel van de universiteit te verbreden.'

Nog andere beslissingen waar u achteraf spijt van heeft?
'Waar ik echt pijn van in mijn buik heb, is het besluit om de leerstoelgroep Gezondheidsleer van Bert Brunekreef over te hevelen naar Utrecht. Zij zijn daar niet ongelukkig, heb ik begrepen. Maar dat was achteraf natuurlijk erg stom. Destijds vonden wij zijn onderzoek naar luchtkwaliteit niet passen in de core business van Wageningen UR. Nu, met die discussie over fijn stof, kun je je wel voor de kop slaan. Hoe hebben we ze kunnen laten gaan?'

‘Tweede viool spelen is niet erg, maar de omgeving moet wel stimulerend zijn’
Het is een publiek geheim dat het de laatste tijd niet boterde in de raad van bestuur. Heeft de ruzie nog geleid tot onverstandige besluiten of andere bestuurlijke ongelukken?
'Nee. Je moet je niet voorstellen dat wij met de deuren sloegen of zo, het bleef professioneel. Maar Kees en ik zijn in de loop van de jaren wel van Aalt Dijkhuizen vervreemd. Kleine irritaties werden in de loop van de tijd grote.
Het ging mij niet om de macht. Ik was onder Veerman ook niet de baas, en heb er geen moeite mee om de tweede viool te spelen. Maar de werkomgeving moet wel stimulerend zijn. Ik kan er niet tegen als iemand continu over mijn schouder staat mee te kijken. Als manager moet je je medewerkers een beetje vertrouwen. Zij hebben doorgaans het beste voor en lopen niet in zeven sloten tegelijk. Ik kan me wel voorstellen dat je als verantwoordelijk bestuurder zenuwachtig wordt in een periode dat het niet zo goed gaat. Maar dat moet je niet zo oplossen.
Veerman had een heel andere stijl van leidinggeven. Op hem kon je niet kwaad worden. Hij nam ook besluiten waar lang niet iedereen blij mee was, maar hij had een wonderlijke manier van mensen binden. Als Veerman ergens mee zat, dan liep hij binnen en zei: 'Bert, ik kom er niet uit, kom we gaan een visje eten.' Hij hoefde niet op te schrijven dat hij uiteindelijk de baas was, dat was hij gewoon.'

Tijdens uw bestuurlijke leven in Wageningen hebben steeds minder mensen het voor het zeggen gekregen. Vroeger was er zeker bij de universiteit een uitgebreid vergadercircuit met de universiteitsraad als centrum. Nu hebben negen managers het voor het zeggen. Bent u gelukkig met die ontwikkeling?
'Deels wel. Het benoemen van een hoogleraar duurde vroeger bijvoorbeeld een eeuwigheid. Jan en alleman moesten er over mee praten. En je kunt je ook afvragen of het verstandig was om personeel te laten beslissen over financieel beleid.
Aan de andere kant vind ik wel dat we de afgelopen jaren te ver zijn doorgeslagen. Ik heb bijvoorbeeld het besluit betreurd om de wetenschappelijk directeuren van de kenniseenheden op een zijspoor te zetten. Het is voor een bestuur als het onze erg belangrijk dat je de informatiestromen op gang houdt. Dat doe je niet alleen met nota's en vergaderingen, maar vooral door informele contacten. Voor mij als rector was bijvoorbeeld het maandelijkse etentje met de wetenschappelijk directeuren belangrijk. Daar hoorde je wat echt speelde. Als je niet oppast, verzandden die informele contacten in een formeel circuit. Wageningen UR is een mensenorganisatie.
Het was een keuze die Aalt Dijkhuizen heeft gemaakt, niet ik. Ik had gehoopt dat de wetenschappelijke adviesraad wat tegenwicht zou kunnen bieden, maar dat zie ik niet meer gebeuren. Er zitten goede mensen in, maar ze hebben het druk met allerlei andere taken. Eigenlijk hebben ze geen say.
Van de ondernemingsraad heb je wat dat betreft ook niet veel te verwachten. Die medezeggenschapsstructuur is bij ons zo ondoorzichtig dat het onmogelijk is om er fatsoenlijk mee te discussiëren. Kijk eens naar die OR en de GV, dat straalt geen gezag uit. De animo is erg klein. Vroeger zaten er hoogleraren in, maar die zijn niet meer te porren, en ik kan me dat wel voorstellen, het zou mij ook niet inspireren.'

Waar bent u trots op?
'Het belangrijkste is dat Wageningen UR ondanks alle stormen niet verongelukt is. Maar dat schrijf ik niet op het conto van de bestuurders, maar van alle medewerkers die elke dag hun best doen. Je moet daar bescheiden over zijn. Ik heb wel eens gelezen dat je het als bestuurder goed doet als drie van de tien beslissingen juist bleken te zijn.
Dus trots, nou ja. De Euroleague, een samenwerking van zes Europese landbouwuniversiteiten. Dat was mijn idee, en anderen zijn er enthousiast over. Daar ben ik wel trots op. Ik denk ook dat ik de erfenis van mijn voorganger Cees Karssen, als bewaker van de academische waarden, niet heb verkwanseld. Dat lijkt me al heel wat, toch?'

Korné Versluis
tekening Henk van Ruitenbeek

Re:ageer