Organisatie - 15 november 2007

De begeleider als spookschrijver

Een promovendus die niet in staat is om zijn eigen proefschrift af te maken, moet vertrekken. Simpel. Maar wat als de gevolgen van een mislukking zo groot kunnen zijn dat iemand niet meer terug durft te gaan naar eigen land? ‘Soms kun je het als mens gewoon niet maken om iemand zonder titel weg te sturen.’

96_achtergrond0.jpg
Wat doet een begeleider als blijkt dat een promovendus niet zelfstandig zijn proefschrift af kan ronden? Hij kan wat meer hulp bieden dan gebruikelijk en zo proberen hem of haar alsnog over de eindstreep te krijgen. Maar als dat niet genoeg is, zit er niets anders op dan de onderzoeker zonder doctorstitel weg te sturen.
Een andere optie is echter dat de promotor of copromotor dan maar zelf grote delen van het proefschrift schrijft. Een wetenschappelijke zonde, want een promotie hoort immers het bewijs te zijn dat iemand zelfstandig onderzoek kan uitvoeren. En toch komt het voor.
Een oud-medewerker van Wageningen UR wil, op voorwaarde dat de betrokken personen niet herleid kunnen worden, wel uitleggen hoe hij er toe kwam om twee kandidaten door de promotie heen te slepen. Tijdens de vijftien jaar dat hij aan de universiteit werkte heeft hij een tiental promovendi begeleid. ‘Er is bij iedere promotie sprake van een gezamenlijke inspanning, maar van twee promovendi kan ik wel zeggen dat ze het zelfstandig niet gehaald zouden hebben. Als je de persoonlijke omstandigheden niet meeweegt, hebben zij de promotie niet zelf verdiend’, aldus de begeleider.
In één geval had het volgens hem niets te maken met de onderzoekskwaliteiten van de betrokkene, maar ging het om pure pech. De Nederlandse promovenda raakte tijdens de promotie zwaar overspannen. Een toegekende verlenging bleek onvoldoende om de verloren tijd goed te maken. ‘Het menselijke drama was enorm. Ze was net weer opgekrabbeld. Als we toen de promotie stop hadden gezet, denk ik serieus dat ze dat letterlijk niet had overleefd. Ik vind het logisch dat je dan helpt. En ik moet de eerste nog tegenkomen die zegt: dat had ik nooit gedaan. Je bent natuurlijk wel wetenschapper, maar ook gewoon een mens.’

Gezichtsverlies
In het andere geval ging het om een promovendus uit een ‘ver land, die eigenlijk de capaciteiten niet bezat om te promoveren’, erkent de begeleider. ‘Hij was een perfecte technisch assistent, werkte keihard, sprak goed Engels en wat misschien nog wel belangrijker was: hij was eerlijk. Hij zag uiteindelijk zelf ook in dat hij de doctorstitel niet echt verdiende. Maar niet promoveren was geen optie, het zou een geweldig gezichtsverlies hebben betekend. In sommige culturen betekent het zonder titel terugkeren een totaal geknakte carrière. Hij had bijvoorbeeld niet terug kunnen keren in zijn oude functie, en dat zou grote financiële en persoonlijke gevolgen hebben gehad.’
Bij het besluit de promovendus vergaand te helpen, heeft volgens de copromotor meegespeeld dat hij zeker wist dat de betrokkene geen misbruik van zijn titel zou maken in de latere loopbaan. ‘Een echte nachtmerrie is natuurlijk dat je iemand helpt, en dat die dan vervolgens in het eigen land in een riante positie terechtkomt. Dat zou ik echt niet over mijn hart kunnen verkrijgen.’
Ook speelden persoonlijke omstandigheden een rol. ‘De promovendus had aanpassingsproblemen. Hij was getrouwd en zijn vrouw en kind waren achtergebleven in zijn land. Hij was het eerste half jaar helemaal van slag’, vertelt de begeleider. Het ging om een student die zijn eigen beurs had meegenomen en de normale screening had doorlopen. De vooropleiding en referenties waren in orde, maar de promotor en copromotor hadden de kandidaat niet van te voren ontmoet. ‘Ik denk dat we hem dan hadden afgewezen. Na een jaar vroeg ik me af of de kandidaat voldoende geschikt was en heb dat toen besproken met de promotor. Als ik de promovendus toen een cijfer had moeten geven, zat hij op een vier. Gezien de omstandigheden zijn we toen echter gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat we hem niet konden terugsturen en we het toch zouden proberen.’ Een beslissing waarbij geld volgens de begeleider geen rol heeft gespeeld. ‘De hoogleraar zat helemaal niet zo op het geld.’
Toen de beslissing eenmaal genomen was en er later geen echte verbetering optrad, zag de onderzoeker het als zijn verantwoordelijkheid de promotie toch tot een goed eind te brengen. ‘Aan de inzet lag het niet en de experimenten heeft de kandidaat ook zelfstandig gedaan. Voor veel promovendi is het eerste jaar niet het beste jaar en aan de eerste publicatie draag je wel vaker meer bij dan je op basis van de auteursvolgorde mag verwachten.’ In dit geval ontbrak volgens de copromotor echter het analytisch vermogen om resultaten in een breder perspectief te plaatsen en zelfstandig wetenschappelijk werk af te leveren. ‘Terwijl dat eigenlijk wel een kenmerk van een doctor hoort te zijn.’
Het betekende niet dat de copromotor het proefschrift helemaal zelf heeft moeten schrijven. ‘Maar ik heb er wel veel vrije tijd in moeten stoppen om de artikelen op een acceptabel niveau te brengen. Het proefschrift kreeg daardoor net voldoende kwaliteit om op te promoveren. De promotiecommissie zag wel in dat het een matig proefschrift was. Het had nog wel beter gekund, maar met de hakken over de sloot is in zo’n geval beter.’

Bijzondere gevallen
Rector prof. Martin Kropff laat in een schriftelijke reactie weten dat hij het verhaal wil bespreken in het college voor promoties. ‘Ik ben er stellig van overtuigd dat onze begeleiders en promotoren de juiste keuzes maken in de begeleiding en beoordeling van PhD-studenten. Desondanks nemen wij dit signaal zeer serieus. Het kan en mag niet zo zijn dat er gepromoveerden rondlopen die hun academische titel niet verdienen. De uitkomsten van internationale visitaties van onze onderzoeksgroepen geven ook geen enkele indicatie in die richting.’
Kropff wil in het college van promoties bespreken of het nodig is om de regels aan te scherpen. ‘De procedures voorzien al in overleg met vertrouwenspersonen voor bijzondere gevallen. Overigens had ik graag gezien dat de bron van dit artikel contact met mij op had genomen.’
Ook prof. Frans Kok, decaan van de Wageningse onderzoeksscholen, kijkt op van het verhaal. ‘Ik heb wel vaker gehoord dat een begeleider in de laatste fase van de promotie, bij het schrijven van de discussie, relatief veel werk heeft omdat sommige promovendi daar zelf niet goed uitkomen. Zeker mensen uit landen waar in het onderwijs minder aandacht wordt besteed aan discussie. Maar dit verhaal gaat natuurlijk veel verder. Dit zou niet moeten kunnen.’
Volgens Kok hebben de onderzoeksscholen afgesproken dat iedere promovendus al in het eerste jaar een functioneringsgesprek krijgt, waarin een go-no-gobeslissing wordt genomen. Dat moet er voor zorgen dat een promovendus die niet geschikt is, niet nodeloos lang blijft voortmodderen.
Kok wil ook nadenken over de druk die op sommige buitenlandse promovendi en hun begeleiders wordt gelegd door beurzenprogramma’s. De Iraanse overheid stelt bijvoorbeeld de eis dat studenten terugkomen met een doctorsbul. Lukt dat niet, dan moeten ze hun hele beurs terugbetalen. ‘Misschien moesten we eens nadenken over dat soort constructies, om te voorkomen dat promovendi en begeleiders om financiële redenen in geestelijke nood komen.’

Arbitrair
De copromotor in kwestie heeft geen spijt en vindt zijn handelswijze logisch. ‘Ik heb hier goed over nagedacht, en dit was volgens mij de beste keuze. Uiteraard heb ik steeds rugdekking gezocht bij mijn hoogleraar. Bovendien, iemands promotiewaardigheid is sowieso arbitrair. Waar de één een 5 geeft - een onvoldoende - waardeert de ander een proefschrift met een 5,5 - net voldoende. Ik kan nog steeds opgewekt in de spiegel kijken en vind het niet zo gek dat menselijkheid nog een rol speelt in de wetenschap.’

De naam van de copromotor is bij de redactie bekend

Zie ook de rubriek M.I.

Re:ageer