Wetenschap - 1 januari 1970

De agrarische bril moet af

Dr. Ruerd Ruben verlaat Wageningen Universiteit om hoogleraar ontwikkelingsstudies te worden in Nijmegen. Hij gaat niet teleurgesteld weg, maar heeft nog wel een wijze les voor Wageningen. Dat moet meer oog krijgen voor de veelzijdigheid van ontwikkelingsproblematiek.

Dr. Ruerd Ruben. / foto Henk Moll

Het ministerie van Buitenlandse Zaken wil dat wetenschap en beleid beter op elkaar gaan aansluiten. Onderzoek moet effect hebben op beleid. Daarom zette het onder meer de IS-Academie op, een samenwerkingsprogramma tussen het ministerie en universiteiten in Nederland. De Radboud Universiteit in Nijmegen sloot zich daarbij aan. En ook in Wageningen zou onderzoek in ontwikkelingslanden beter moeten aansluiten op beleid, vindt Ruerd Ruben, die per 1 april hoogleraar ontwikkelingseconomie wordt in Nijmegen, en tevens directeur van het Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN).
Honger en armoede zijn veelzijdige problemen. Het gaat om landbouwontwikkeling, voeding en milieuvragen. Daar weet Wageningen wel raad mee. Maar het gaat ook om onderwijs, gezondheidszorg, gemeenschapsontwikkeling, politiek en beleid, om maar een paar zaken te noemen. En daar is Wageningen minder in thuis. Dat is logisch, zegt Ruben, maar deze focus op de agrarische sector kan een brede visie in de weg gaan zitten.
Ruben beaamt dat de ontwikkeling van een land gebaseerd moet zijn op de agrarische sector. ‘Maar het gaat in de ontwikkelingssamenwerking lang niet alléén om landbouw. Driekwart van het werk van ministerie en maatschappelijke organisaties gaat over onderwijs en gezondheidszorg. De Wereldbank gaf vroeger twintig tot vijfentwintig procent van haar budget uit aan landbouw, nu is dat nog maar drie procent.’

Verdeling
De meeste armoede in de wereld heerst onder landloze consumenten, zegt Ruben, en niet onder producenten. ‘Boeren die massaal naar de stad trekken en daar geen werk vinden. Het armoedeprobleem is daarom steeds meer een verdelingsvraagstuk. China investeert nu bijvoorbeeld fors in plattelandsontwikkeling voor een eerlijker verdeling van de welvaart, en om de migratie naar de steden tegen te gaan.’
Ontwikkelingsdenkers in Nijmegen hebben van oudsher meer aandacht voor dit verdelingsvraagstuk dan Wageningse wetenschappers. En daar voelt Ruben zich bij thuis, temeer omdat hij aan de Vrije Universiteit, waar hij twaalf jaar geleden vandaan kwam, ook onderzoek deed naar verdeling van welvaart.
Hij meent dat Wageningse onderzoekers meer moeten samenwerken met andere universiteiten en instituten op dit gebied. Ze kunnen namelijk alleen goed beleidsadvies geven aan ontwikkelingslanden als ze ook een visie hebben op andere terreinen dan hun eigen vakgebied. ‘Het ontbreekt hier bijvoorbeeld aan geografen die studie doen naar infrastructuur en migratie. Of aan politicologen.’ Wageningen kan hiervoor de samenwerking zoeken met de Radboud Universiteit, of met maatschappelijke organisaties. Maar ook met het International Food Policy Research Institute (IFPRI), een instituut in Washington voor beleidsonderzoek in ontwikkelingslanden.
De ontwikkelingseconoom begrijpt wel dat echt goede interdisciplinaire onderzoekers en programmaleiders zeldzaam zijn. ‘Het vraagt namelijk nogal wat. Je moet bereid zijn je eigen disciplinaire carrière opzij te zetten. Want je moet je zeker een jaar inlezen in het vakgebied van een ander, je moet daar de lol van inzien en willen experimenteren met nieuwe wetenschappelijke samenwerking. En je moet daarbij persoonlijk gezag behouden. Want je moet bij een probleem ook je eigen discipline durven relativeren, zonder ongeloofwaardig te worden. Die mensen worden niet geboren, daar moet je in investeren.’
Ruben was zelf betrokken bij interdisciplinaire programma’s, onder andere samen met plantenwetenschappers en voedseltechnologen. ‘Het kostte een jaar om elkaars terminologie te leren kennen. Economen denken bijvoorbeeld bij intensivering aan meer inputs per hectare. Biofysici denken bij intensivering aan uitbreiding van het areaal. Duurzaamheid betekent voor biofysici een stabiele hoeveelheid nutriënten in de bodem. Economen denken eerder aan inkomen.’

‘Het gaat in ontwikkelingssamenwerking lang niet alleen om landbouw’
Zwarte hoogleraar
De vraag uit het zuiden vraagt volgens Ruben ook om een praktijkgerichte onderzoeker. ‘De organisatie van de universiteit is nu vooral gericht op aio’s. Die gaan vaak direct na hun afstuderen specialistisch onderzoek doen en stromen daarna snel door als postdoc of onderzoeker. Voor beperkte vraagstukken is dat prima. Maar om problemen in een breder kader te kunnen zetten heb je ook andere werkervaring nodig. Ga daarom eerst tien jaar ergens anders werken en doe ervaring op.’
Het aantal mensen bij Wageningen UR met de voeten in de klei van de ontwikkelingssamenwerking is nog maar klein, denkt Ruben. Terwijl die ervaring wel nodig is om goed onderwijs te kunnen blijven geven. ‘Bram Huijsman noemde dat de licence to educate. We moeten dus investeren op de langere termijn in mensen met veldervaring, door het zelf te doen of door anderen binnen te halen. Studenten moeten zich kunnen identificeren met de staf. Er is nog steeds geen zwarte hoogleraar met ervaring in Afrika, en die moet er wel komen.’
Ruben heeft als projectleider van VIVRE gewerkt aan de internationalisering van Wageningen UR. ‘Internationalisering is niet iets erbij, maar is de kern van de organisatie. Daarbij moet Wageningen meer een netwerk worden, en niet een plaats.’ Er is in ontwikkelingslanden steeds meer vermogen om zelf onderzoek te doen en onderwijs te geven. Mede door de buitenlandse studenten die hier opgeleid zijn. ‘Het ligt voor de hand dat er steeds meer opleidingen in het buitenland komen die wij gaan ondersteunen, in plaats van dat de studenten hierheen komen.’ Ruben noemt Wageningen International een goed initiatief om de expertise bij elkaar te brengen. ‘Maar er moet dus wel voldoende geïnvesteerd worden in praktijkgerichte en interdisciplinaire onderzoekers. Want anders verliezen we het vermogen om de spin in het web te zijn.’

Sandwichmodel
Ruben heeft ook lof voor Wageningen. Net als de Nederlandse overheid besteedt de universiteit 0,8 procent van haar budget aan ontwikkelingsgericht onderzoek en onderwijs, en dat doet verder alleen de Vrije Universiteit. Ook lovend is Ruben over het sandwichmodel van promovendi, die tijdens hun promotie veel veldwerk doen in het land waar ze vandaan komen. En zo veel praktijkervaring opdoen. Ruben wil dat sandwichmodel ook in Nijmegen gaan invoeren.
Ondanks zijn aanmerkingen op de beperkte blik van Wageningen gaat Ruben niet teleurgesteld weg. ‘Ik krijg wel meer ruimte in Nijmegen en ik vind het leuk dat het een bredere universiteit is, waar ook rechten, geneeskunde en geografie zit. Maar de belangrijkste reden om ergens anders te gaan werken is dat het goed is om te rouleren. Het is een goede gewoonte in de Verenigde Staten om je BSc, MSc, promotie en postdoc elk op een andere universiteit te doen. Wie steeds op dezelfde universiteit blijft zou wat opgesloten kunnen raken. Terwijl we juist meer moeten samenwerken met anderen.’

Joris Tielens

Re:ageer