Organisatie - 16 november 2006

De Wageningse ontdekker van het virus

In 1982 vierden de Wageningse virologen uitbundig het honderdjarig bestaan van de virologie. Opmerkelijk, want de Russen vierden hetzelfde feestje tien jaar later, en volgens de overheersende opvatting werd het virus zelfs pas in 1898 ontmaskerd. Hoe Adolf Mayer uit Wageningen het virus ontdekte en vervolgens door zijn vingers liet glippen.

17_opinie.jpg
Pokken bij mensen, mond- en klauwzeer bij rundvee en ‘bladrol’ bij aardappels: virusziekten zijn al eeuwen bekend. Pas aan het eind van de negentiende eeuw gaan onderzoekers echt op zoek naar de micro-organismen die deze ziekten veroorzaken. Dat blijkt lastig omdat ze niet met een lichtmicroscoop zijn waar te nemen. Een ziekte in tabak zet de onderzoekers uiteindelijk op het spoor van het virus.
Adolf Mayer, de eerste directeur van het Rijkslandbouwproefstation in Wageningen en leraar Landbouwscheikunde aan de Rijkslandbouwschool, werpt zich in 1879 op de veroorzaker van ‘vuil’ in tabak. Verontruste tabakstelers uit Amerongen sturen hem zieke tabaksbladeren met een karakteristiek vlekkenpatroon.
Mayer geeft de ziekte haar naam - tabaksmozaïekziekte - en met ingenieuze proeven probeert hij de oorzaak te achterhalen. Hij ontdekt dat alleen het sap van zieke tabaksplanten al voldoende is om gezonde planten ziek te maken, ook als dit sap eerst door filtreerpapier wordt geleid. Er kan dus geen schimmel in het spel zijn. In zijn eerste ‘voorlopige mededeling’ over de ziekte – gepubliceerd in het Landbouwkundig Tijdschrift van 1882 – schrijft Mayer dat hij denkt aan een bacterieziekte ‘of wellicht aan eene oplosbare enzym-achtige smetstof, ofschoon voor deze laatste veronderstelling bijna elke analogie in de wetenschap ontbreekt’.
Met deze laatste veronderstelling is hij de eerste onderzoeker ter wereld die het nog onbekende begrip virus handen en voeten geeft. Mayer is warm, heel warm. Helaas trekt hij in zijn latere publicaties – die internationale belangstelling krijgen omdat ze in het Duits zijn geschreven – de veiligere conclusie dat de mozaïekziekte wordt veroorzaakt door een bacterie waarvan de infectieuze vorm nog niet is geïsoleerd.
Ook Mayers collega Martinus Beijerinck (1851-1931) die tot 1885 in Wageningen botanie doceert, werpt zich fanatiek op de tabaksziekte. Zelfs na zijn benoeming tot hoogleraar in Delft zet hij zijn proeven voort en ontdekt dat het sap van zieke planten ook nog besmettelijk is als het door een Chamberlandfilter – een ongeglazuurd porseleinen filter dat alle bacteriën zou tegenhouden – is gegaan. Dit leidt tot zijn klassieke publicatie uit 1898 waarin hij spreekt over een vloeibare levende smetstof (‘contagium vivum fluidum’) en de term ‘virus’ introduceert.
Dan meldt de Rus Iwanowski (1864-1920) zich met de mededeling dat hij vergelijkbare proeven heeft uitgevoerd en daarover al in 1892 - in het Russisch - heeft gepubliceerd. Beijerinck toont zich een heer en erkent de ontdekking van Iwanowski. Jarenlang geldt de Rus als ‘ontdekker van het virus’ en in 1964 wordt hij zelfs nog geëerd met een postzegel. Volgens recente handboeken is dit toch te veel eer, aangezien Iwanowski zich net als Mayer in latere publicaties buitenspel heeft geplaatst door te stellen dat de ziekte toch veroorzaakt wordt door een bacterie.
Iwanoski en Mayer zijn dan wel geen ontdekkers van het virus, ze worden wel vaak in één adem genoemd met Beijerinck als grondleggers van de virologie. En daarom wordt het 125-jarige bestaan van de virologie in Wageningen al in 2007 gevierd.

Re:ageer