Organisatie - 25 juni 2018

'De WUR Council moet gaan debatteren over de inhoud'

tekst:
Albert Sikkema

De universiteits- en ondernemingsraden houden zelden inhoudelijke discussies over de koers van WUR. Hoe kan dat verbeteren? Een commissie onder leiding van voedingsprof Ellen Kampman doet voorstellen.

De commissie wil een grotere betrokkenheid van met name medewerkers bij het raadswerk. © Sven Menschel

Ellen Kampman, persoonlijk hoogleraar Voeding en Kanker, werkt al 25 jaar bij WUR maar wist niets van de medezeggenschap. ‘Perfect’, vond voorzitter Guido Camps van de WUR Council. ‘Dat maakt haar een prima commissievoorzitter om met een kritische reflectie te komen op de MR.’ De commissie, met verder beleidsmedewerkers en oud-raadsleden, startte in april en maakte op 21 juni haar voorstellen bekend.

    • De WUR Council is geen goede afspiegeling van de WUR-gemeenschap. Er zitten bijvoorbeeld geen/te weinig hoogleraren, managers en promovendi in. Die hebben daar geen tijd voor vanwege werkdruk, is de heersende gedachte. WUR moet daarom het raadswerk belonen. Er is een compensatieregeling – dat weten weinig mensen. Bovendien kunnen managers en HRM-chefs MR-werk beter waarderen als carrièrestap.
    • De huidige WUR Council is teveel aan het meedenken of het beleid van de raad van bestuur wel klopt. Daardoor besteedt de council veel tijd aan procedures en regels. Dat schrikt nieuwkomers af. Het MR-werk moet uitdagender en leuker worden. Daarbij hoort ook meningsuitwisseling met elkaar en de raad van bestuur over issues op de werkvloer.
    • Het raadswerk moet flexibeler worden. Nu zitten raadsleden soms jarenlang in een raad. Ze leveren ervaring, maar soms zitten ze er vooral om hun baantje bij WUR veilig te stellen. De commissie stelt een maximale zittingstermijn van 6 jaar voor. Bovendien moet de raad vaker adhoc adviescommissies instellen, bijvoorbeeld over Tenure Track, en dan medewerkers en studenten uitnodigen met kennis en ervaring over dit onderwerp. Zo kun je gericht medewerkers met weinig tijd bij de medezeggenschap betrekken.
    • Er moet meer samenwerking komen tussen centrale en decentrale medezeggenschapsraden. Nu werken die geregeld langs elkaar heen. Een oplossing is om commissies in te stellen met MR-leden uit de kenniseenheden die op WUR-niveau acteren.
    • De raad van bestuur en directies moeten de MR’s eerder bij de beleidsontwikkeling betrekken. Nu betrekken ze de raden vooral bij de besluitvorming: raden mogen een voorstel goedkeuren of daarover een advies geven. Dat voorstel is vaak gebaseerd op een analyse van het probleem en mogelijke oplossingen, die niet in een eerdere fase met de raad wordt besproken. Dat zou vaker moeten gebeuren, vindt de commissie, maar dan moet de raad wel de capaciteiten hebben om zo’n beleidsproces tot een succes te maken. Daarom moeten de voorzitter en secretaris van de raad een training hebben voor dit soort beleidsprocessen of moeten ze een ‘procescoach’ aanstellen. Doel is om het vertrouwen tussen bestuur en raad te verhogen.

Al met al wil de commissie meer strategische discussies in de raad en een grotere betrokkenheid van met name medewerkers bij het raadswerk – de betrokkenheid en organisatie van de Wageningse studenten is veel beter. Een commissie van de WUR Council gaat nu bedenken hoe ze deze adviezen in praktijk kan brengen.

Lees meer:


Re:ageer