Wetenschap - 1 januari 1970

De Stelling van Amsterdam heeft een rijke recreatieve toekomst

De Stelling van Amsterdam heeft een rijke recreatieve toekomst


De Stelling van Amsterdam is als een net afgezwaaide soldaat die moet
wennen aan het burgerbestaan dat hem vanaf 1950 is opgedrongen. Met die
analogie weet Fred Feddes in het boek 'De Stelling van Amsterdam' een mooi
beeld te schetsen van de verdedigingsgordel. ‘Wat vooral opviel was zijn
verlegenheid, die wel te begrijpen was want hij had lange tijd afgeschermd
van de grote drukke wereld geleefd. Zijn leven tot dan toe was ordelijk en
zonder noemenswaardige incidenten verlopen. Hij was er een beetje
wereldvreemd en schuw van geworden. Hij liet licht gebogen. Tegelijkertijd
maakte hij op ons een authentieke en rustige indruk, enigszins stug en wars
van modieuze grillen. De combinatie van schuchterheid en kalmte was
onmiskenbaar charmant, en we hoopten dat hij deze charme kon behouden.'
De Stelling van Amsterdam is een dikke tweehonderd kilometer lange
verdedigingsgordel rondom Amsterdam. De stelling loopt van Edam langs
Purmerend, De Rijp, Uitgeest, Velsen, Spaarndam, Haarlem, Hoofddorp,
Aalsmeer, Uithoorn, Abcoude, Weesp en Muiden, om zo langs het IJsselmeer
weer terug te keren naar Edam. In het boek geeft Paul Vesters een
minutieuze beschrijving van de van forten, accessen, dijken, kaden, wegen,
schutsluizen, inlaatsluizen, damsluizen, batterijen, kazematten,
kruitmagazijnen, riviertjes en grachten die er te vinden zijn. Daarbij
krijg je een aardig overzicht van hoe de oude versterkingen tegenwoordig
gebruikt kunnen worden. Vooral de forten zijn makkelijk opnieuw te
gebruiken, als wijnopslag, als brandweeroefencentrum, als defensiemuseum,
voor een schietvereniging, voor evenementen, voor kinderopvang, of als
kunstfort.
Grondlegger van de stelling was Cornelis Krayenhoff, een dokter die het als
militair ingenieur schopte tot generaal, die tussen 1805 en 1810 de Posten
van Krayenhoff aanlegde. Het gebruik van water als militair wapen was niet
nieuw. Bij het ontzet van Alkmaar in 1573 en dat van Leiden in 1574 in het
begin van de Tachtigjarige oorlog werd het land om de stad onder water
gezet om de vijand te verjagen, en in westelijk Noord-Brabant werden vanaf
1583 twintig jaar lang de polders onder water gezet als verdediging. Aan
het einde van de zeventiende eeuw ontstond door een combinatie zulke
kleinere linies een aaneengesloten verdedigingslinie van Nieuwerschans tot
Sluis, die het gewest Holland aan de oostkant afgrendelde. Krayenhoff kreeg
in 1799 de opdracht om ten noorden van Amsterdam een verdedigingslinie te
bouwen, omdat een Brits-Russisch expeditieleger vanuit de kop van Noord-
Holland optrok tegen de Bataafse Republiek en de toenmalige Franse
bondgenoten. Daarmee was de Stelling van Amsterdam rond.
In 1996 werd de Stelling van Amsterdam op de werelderfgoedlijst van Unesco
gezet. De stelling was in de jaren tachtig door enthousiastelingen
herontdekt als cultuurhistorisch fenomeen met een enorme natuurlijke
rijkdom. De soldaat van Feddes had zich heel rustig tot burger omgevormd,
zodat er genoeg tijd en rust was om de natuur tot wasdom te doen komen.
Henk Baas en Norbert Daemen laten in het boek op een tekening zien welke
natuur er in en rondom een fort leeft. De vleermuizen die winterslaap
houden in de vochtige, vorstvrije, tochtvrije betonnen en stenen gebouwen.
De ijsvogel die in de oevers van de gracht nestelt, de kleine zangvogels in
de verwilderde meidoornhaag op het fortenterrein, de futen en eenden in de
gracht. De zandbij en de behangersbij die broeden tussen de warme stenen
van de bestrating, en een keur aan plantenrijkdom, van waterplanten als
zeebies, riet of pijlkruid tot tijm, akkerwinde en het muurvarentje. Nu de
beschrijving van Versters nog ombouwen tot een minutieus wandel- of
fietspad, en de stelling is klaar voor een rijke recreatieve toekomst.

Martin Woestenburg

Paul Vesters (red.), De Stelling van Amsterdam - Harnas voor de hoofdstad,
Matrijs, ISBN 9053452109, 24,95 euro (na 1 mei 29,95 euro).

Re:ageer