Wetenschap - 1 januari 1970

De Libelle, Margriet en Telegraaf van de Nederlandse boer

De Libelle, Margriet en Telegraaf van de Nederlandse boer

De Libelle, Margriet en Telegraaf van de Nederlandse boer


Nederlandse boeren en tuinders lezen gemiddeld drie tot vijf vakbladen en
besteden daar zo’n twee tot drie uur per week aan. De hoeveelheid vakbladen
per agrariër is nergens zo hoog als hier. Dat is volgens Aad Vernooij al
reden genoeg om aandacht te besteden aan de agrarische journalistiek. De
aanleiding om het boekje ‘Van clubblad tot vakblad’ te schrijven vond hij
in het vijftigjarig bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Land- en
Tuinbouwjournalistiek (NVLJ). Het verklaart ook meteen de ondertitel van
het boek – ’50 jaar land- en tuinbouwjournalistiek’ – want drie
landbouwbladen zijn er eigenlijk al sinds het begin van de vorige eeuw:
Landbouwblad (1885), Land & Vee (1894) en Boerderij (1910).
Vernooij rekent vakbladen tot de ‘arme tak’ van de media. De
landbouwjournalistiek kent weliswaar zo’n veertig bladen, enkele honderden
journalisten en een geschatte jaarlijkse omzet van ongeveer 75 miljoen
euro. Toch is hem geen enkele serieuze studie naar de rol en betekenis van
de agrarische vakbladen bekend. Hij kan eigenlijk alleen verwijzen naar het
proefschrift ‘Boer en Landbouwvoorlichting’ uit 1963 van de latere
Wageningse hoogleraar voorlichtingskunde prof. Anne van den Ban. Daarnaast
is er nog een beperkt aantal scripties van Wageningse studenten, maar daar
blijft het dan ook bij. Vernooij baseert zijn boek daarom voornamelijk op
interviews met landbouwjournalisten. Deze persoonlijke getuigenissen maken
het ruim honderd pagina’s telende boekje verrassend goed leesbaar.
In het voorwoord waarschuwt Vernooij de lezer dat het boek ‘geen
diepgaande, wetenschappelijke studie over de naoorlogse landbouwpers’ is.
Het beschrijft vooral in grote lijnen de ontwikkeling van een drietal
toonaangevende landbouwbladen: Boerderij, Oogst en Agrarisch Dagblad.
Lijfbladen die je de Libelle, Margriet en Telegraaf van de Nederlandse boer
zou kunnen noemen. De geschiedenis van deze bladen is, volgens Vernooij,
exemplarisch voor de gehele geschiedenis van de landbouwpers. Voor de
volledigheid is er nog wel het hoofdstuk ‘Van Aardappelwereld tot
Zuivelzicht’, met een overzicht en beknopte schets van vrijwel alle
agrarische vakbladen. Dit geeft het boekje een extra, encyclopedische
waarde.
De belangrijkste mijlpaal in de Nederlandse landbouwjournalistiek is de
opkomst van het Agrarisch Dagblad, een ‘geuzenclub’ die volgens Vernooij de
agrarische journalistiek vernieuwde. In landbouw- en mediakringen was een
groot ongeloof in de levensvatbaarheid van dit nieuwe dagblad. Uitgeverij
Misset van Boerderij liet bij de introductie van het blad in 1986 al weten
dat de boer hier geen behoefte aan had. Erg zeker van haar zaak was Misset
blijkbaar toch niet want als reactie verzorgde de uitgever bijna vier jaar
lang de uitgave van de ‘meest bijzondere publicatie die agrarisch Nederland
ooit heeft gekend’: de Boerderijkrant. Een weekblad, met de uitstraling van
een populair dagblad, dat alleen werd uitgegeven om de concurrent dwars te
zitten. Het blad verdween weer even plotseling toen Misset in 1990 het
Agrarisch Dagblad overnam.
Het Agrarisch Dagblad gaf alle landbouwjournalisten een schop onder hun
kont: beslissingen en uitspraken van landbouwvoormannen en –critici kwamen
nu onmiddellijk in de openbaarheid. Tot dan toe waren landbouwbladen nog
vaak spreekbuizen van de sector. Het Agrarisch Dagblad was een van de
breekijzers die de professionalisering en ontzuiling van de landbouwpers
versnelde. Bladen verdwenen of maakten de stap van club- tot vakblad. De
nauwe – en vaak bekritiseerde - band met het lezerspubliek en binding met
de sector is echter gebleven. Dat verklaart wellicht ook dat juist Aad
Vernooij, voorlichter van het Nederlands Zuivelbureau, de kroniekschrijver
van de landbouwjournalistiek kon worden.
Gert van Maanen

Aad Vernooij, Van clubblad tot vakblad, 2003, NVLJ.
Geïnteresseerden kunnen een exemplaar opvragen bij Aad Vernooij, tel. 079-
3430319, avernooij@nzb.nl

Re:ageer