Wetenschap - 19 januari 1995

De Landbouwuniversiteit vervuilt

De Landbouwuniversiteit vervuilt

Iedere doordeweekse avond, tussen zes en acht, maakt een legertje van zo'n honderdvijftig mensen, merendeels vrouwen, de gebouwen van de Landbouwuniversiteit schoon. Nog niet zo lang geleden waren dat er bijna vierhonderd. Is het dan vreemd dat er steeds meer klachten komen? We doen het puur voor het geld, maar er is niets meer aan."


Gelukkig hebben we zonneschermen voor de ramen zodat we niet zien hoe vuil ze zijn

Fytopathologie: nog steeds geen zeep, graag bijvullen, staat er in het schoonmaakschriftje van het Binnenhavencomplex. Secretariaatsmedewerkster P. Depryck-Steenhaard van de vakgroep Fytopathologie is niet erg tevreden. Nee, ik ben niet content. Ik begrijp het wel, de schoonmaaksters hebben gewoon geen tijd. Het is hetzelfde als bij ons: steeds minder personeel en steeds meer werk. Ondertussen ligt de vloer vol stofvlokken en als je iets laat vallen, ligt het er over vijf weken nog. En als je ziet hoe de kasten eruit zien! Ik ben zelf geen propere huisvrouw, helemaal niet hoor, maar als het zelfs mij opvalt, dan is het echt smerig."

Begin december 1993 werd zowel op Zodiac als in het Bestuurscentrum met een nieuw schoonmaaksysteem begonnen. Op 1 april 1995 moeten alle gebouwen van de Landbouwuniversiteit op het nieuwe systeem zijn overgeschakeld. De Huishoudelijke dienst maakt nog wel alle sanitaire ruimtes dagelijks schoon, maar, en dat is nieuw, kantoorruimtes krijgen in plaats van iedere dag, nog maar twee keer per week een oppervlakkige beurt. Het dweilen, stofzuigen en ramen lappen is uitbesteed aan een drietal schoonmaakbedrijven. Dat betekent dat werkkamers bijvoorbeeld, in plaats van wekelijks, nog maar een keer in de maand worden gestofzuigd.

Aan de bewoners van de Leeuwenborch is de invoering van het nieuwe systeem, sinds december vorig jaar, niet ongemerkt voorbijgegaan. A.J. Stomphorst van Algemene agrarische economie merkt dat er minder goed wordt gezogen. En volle prullenbakken worden niet meer iedere dag geleegd. Je wilt toch wel graag dat je kamer wordt schoongemaakt, maar ik merk er totaal niets van."

F.A. van Asselt van de vakgroep Bedrijfskunde meent dat er af en toe wat wordt gedaan. Er wordt niet meer gestofzuigd, maar gerolveegd. Nou, daar krijg je natuurlijk niet alles mee weg. Zo ligt er al sinds vorige week woensdag troep onder mijn bureau. Ik vind het nieuwe systeem geen verbetering, het is gewoon nog hetzelfde."

Koffiepauze

Collega G.J. van Lieshout spreekt ronduit van een verslechtering. Eerst zag je nog wel eens dat er wat gebeurde, maar nu niet meer. Het is absoluut geen verbetering. Als we hier niet willen omkomen in het stof, dan moeten we het zelf doen. De bureaus nat afnemen bijvoorbeeld, dat doen we gewoon zelf."

Tussen 1986 en 1991 moest de Huishoudelijke dienst 1,4 miljoen gulden, zo'n 25 procent van haar budget, bezuinigen. Dit jaar heeft de dienst opnieuw te maken met een flinke ombuiging, dit keer 3,5 ton. Om te kunnen blijven werken, hebben de schoonmaaksters, de meesten zijn vrouwen, in 1986 al een deel van hun salaris ingeleverd. De koffiepauze werd afgeschaft en de arbeidscontracten gingen terug van elf en een kwart uur per week, naar tien uur.

Inmiddels is, door natuurlijk verloop, het aantal schoonmaaksters gedaald van 350 a 400 in 1986 tot 150 anno 1995. Nu we weer 3,5 ton moeten inleveren kun je zeggen: jullie moeten allemaal harder gaan werken, maar we vonden dat dat niet kon. Het enige wat je dan kunt doen is een ander schoonmaakschema opstellen", vertelt J. Rijkse, hoofd Schoonmaak van de Huishoudelijke dienst.

Dat betekent", vervolgt ze, dat wat vroeger dagelijks gebeurde, nu een of twee keer per week gebeurt. En wat eerst maandelijks werd schoongemaakt, wordt nu eens in de twee of drie maanden gedaan. De toiletten, kantines en entrees maken we nog wel iedere dag schoon. Ja, natuurlijk valt het op dat we nu niet meer dagelijks de kantoren schoonmaken. We realiseren ons dat het niet leuk is, maar ook voor de schoonmaaksters valt er weinig eer meer aan te behalen."

Het is woensdagavond kwart voor zes. Een voor een druppelen de twaalf schoonmaaksters van het Biotechnion de kantine binnen. Als ze horen dat de meneer van de WUB er is, branden ze los. Toen we in 1987 werden geprivatiseerd, gingen we terug van veertig vrouwen naar 23. Vorig jaar, toen ook het Biotechnion op het nieuwe systeem overschakelde, bleven we met twaalf vrouwen over. Vroeger deden we met z'n vieren een afdeling: drie vrouwen en een man die de vloeren deed. Nu moet je in je eentje een afdeling doen. Natuurlijk is dit geen haalbare kaart. Je kijkt achterom en dan is het nog steeds een zooitje. Het loopt van geen meter. We doen het puur voor het geld, maar er is niets meer aan."

Rugpatient

Het beste is, dat je weer twee vrouwen op een ring hebt lopen. Zoals het nu gaat, worden we allemaal rugpatient. We lopen tegen de klok, het is echt stresswerk. Toen we nog met drie man op een afdeling liepen, dat was echt te gek. Drie man hoefde nu ook weer niet, maar twee man heb je zeker nodig. Vrije dagen kunnen we nu niet meer opnemen en ADV-dagen blijven gewoon staan. Tja, als wij het niet doen, doet niemand het, he."

Humane voeding is een van de vakgroepen, die in het Biotechnion zijn gehuisvest. Beheerder M.B.A. van Leuteren vindt het gebouw nog steeds hartstikke smerig. Er wordt te weinig schoongemaakt. Met goed fatsoen kun je hier geen bezoekers ontvangen. De linoleumvloer wordt misschien twee keer per jaar in de was gezet. Stofzuigen gebeurt helemaal niet meer. In de kamer van Hautvast wordt alleen om de mat heen schoongemaakt. En dat is dan de kamer van een hoogleraar. Het trappenhuis is een stofnest. Afvalbakken, ook al zitten ze vol met rottende fruitschillen, worden niet geleegd. En gelukkig hebben we zonneschermen voor de ramen, zodat we niet zien hoe vuil ze zijn."

Schadeclaims

M.J.E Boleij-Schuijt van Levensmiddelentechnologie is het roerend eens met Van Leuteren. Het is hier altijd vies. 's Avonds ga ik vaak met een witte stofrand om mijn schoenen naar huis. Ik draag meestal donkere kleding, want witte kleding is binnen een halve dag zwart. Het minste wat ze kunnen doen is de stofzuiger over de vloer halen en het bureau schoonmaken, maar dat gebeurt niet. Ik heb er maar een woord voor: vies!"

Bij de Huishoudelijke dienst staat het Biotechnion bekend als een moeilijk gebouw. Hoofd schoonmaak Rijkse vindt dat de vakgroepen in het Biotechnion ook wel hun hand in eigen boezem moeten steken. Ze zetten daar alles op de grond, negentig procent van de bureaus ligt vol. Negen van de tien computers staan 's avonds nog aan. Maar daar komen we sowieso niet aan, want stel je voor dat er een emmer water over een toetsenbord valt, dan krijg je met enorme schadeclaims te maken."

In 1986 zeiden we al: meer bezuinigen kan niet", vervolgt Rijkse. En nu zeggen ze weer: het moet minder. Maar de rek is eruit, dit is haast een onmogelijke opgave." Assistent-hoofd P. van Helden voegt daaraan toe: Mensen moeten maar brieven naar het college van bestuur schrijven, want wij kunnen er niets meer aan doen."

Op Zodiac, waar het nieuwe systeem al in 1993 is ingevoerd, wordt verbaasd gereageerd door G.L.M. Wiggerman van de vakgroep Veefokkerij. Een nieuw systeem? Daar heb ik niets van gemerkt. Er is erg veel stof, het ligt hier in vlokken op de grond. Ja, de bureaus doen we zelf. Daar hebben we een spuitfles voor staan en halen er dan even een lap overheen. Of dat normaal is, weet ik niet, maar op een gegeven moment doen we het gewoon zelf."

Franse slag

D. Stolp-Diepeveen van de vakgroep Veehouderij ergert zich vooral aan de volle prullenbakken. Ja, heel erg vervelend, want die staan dan het hele weekend over terwijl ze propvol zijn. Omdat ik allergisch ben, heb ik gevraagd of er bij mij extra goed kan worden schoongemaakt. De vloeren zien er de laatste tijd beter uit dan voorheen, maar waar dat precies aan ligt weet ik niet. Wel maak ik zelf de bureaus en de kasten schoon; daarvoor krijg ik doekjes en spray van de schoonmaakploeg. De toiletten zijn redelijk schoon, vind ik. Ja, soms is er geen zeep, maar dan hang ik ook niet zo gauw een briefje op met het verzoek om bij te vullen. Dat doe je toch niet zo gauw en dan moet je er ook niet over klagen."

Het is woensdagavond tien voor acht. Het wekelijkse koffiekwartiertje - dat in de plaats is gekomen van de ingeleverde dagelijkse koffiepauze - is al begonnen. De acht schoonmakers (zeven vrouwen en een man) van Zodiac drinken koffie met een lekker stukje cake erbij. Op de klachtenstroom reageren ze uiterst nuchter: Ach, mensen hebben altijd wat te zeuren. We werken, met wat ik noem de Franse slag. Vroeger deed je alles, nu zijn sommige dingen voor het schoonmaakbedrijf. Dat moet je leren zien, dat is heel anders."

Er zijn weinig contacten met de vakgroepen in het gebouw. Vroeger werden we nog wel eens uitgenodigd voor een feestje, nu niet meer. Iedereen is heel vriendelijk hoor, maar als studenten promoveren, word je niet uitgenodigd om een glaasje mee te drinken. Je mag wel de troep opruimen."

Ook op Zodiac is hun aantal gehalveerd. Het kan nog net, maar het zou niet met minder kunnen, de rek is eruit. Als iedereen er is, is het te doen. Maar als iemand ziek is of vrij neemt, dan blijft er wel wat liggen."

Wij hebben een leuke ploeg, dat vangt elkaar op. Voor zessen praten we wat met elkaar, roken een sigaretje en dan beginnen we. De sfeer doet een hoop, dat is het belangrijkste. We zijn een team, een familie. Ja, we doen met z'n allen weleens een weekendje Center Parcs, alleen dan mag hij niet mee", wijzen ze lachend naar de enige man in de familie.

Re:ageer