Wetenschap - 27 april 1995

De Duitse gemoederen rond vijf mei

De Duitse gemoederen rond vijf mei

In het jaar waarin de vijftigste vijfde mei zal worden gevierd, is de discussie over de verhouding tussen Nederland en Duitsland in volle gang. Het belang van een gezonde relatie tussen beiden wordt vooral door politiek en bedrijfsleven onderstreept. Maar is die verhouding wel zo beroerd, of wordt deze opgeklopt in de media? Drie Duitsers in Wageningen over hun ervaringen met Nederlanders.


Prof dr F. von Benda-Beckmann van de vakgroep Agrarisch recht, was 38 toen hij zich in 1978 in Nederland vestigde met zijn Nederlandse vrouw met wie hij onderzoek had verricht in Indonesie. Daar kwam hij in contact met Nederlandse collega's waarvan sommigen dachten dat Benda-Beckmann best eens kon passen in het Nederlandse academische landschap. En zo geschiedde.

Zelf is hij niet of nauwelijks geconfronteerd met anti-Duitse sympathieen tijdens de zeventien jaar die hij inmiddels in Nederland woont. Ik heb dat gevoel nooit gehad, noch in mijn persoonlijk leven, noch in mijn beroep." Al deed de familie van zijn vrouw aanvankelijk wel enigszins koel. Benda-Beckmann: De familie van mijn vrouw koesterde duidelijk reservaties jegens Duitsers, maar was verder heel aardig en keurig en dus niet onbeleefd. Ze moesten wel even slikken."

Maar als er al sprake was van problemen dan waren die snel over. Dan zie je dat de oudere generatie Nederlanders verschil maakt tussen De Duitser en individuen zoals mezelf. Je ziet wel allerlei anti-Duitse sentimenten, maar ik heb er geen last van. Vooral de oudere generatie Nederlanders en Duitsers is over de onderlinge verhouding eerder emotioneel dan rationeel."

Want dat Nederlanders Duitsers veelal negatiever benaderen dan bijvoorbeeld Belgen of Engelsen leidt voor Benda-Beckmann geen twijfel. Het stereotiep van de Duitser is anders," meent hij. En terecht, daar moet je mee leven en begrip voor hebben. Een oorlog beginnen en miljoenen joden vermoorden, dat deden de Belgen en de Engelsen niet." Anti-Duitse opmerkingen registreert hij daarom heel bewust, maar voelt zich er niet door beledigd. Met de kinderen werd meermalen over de verhoudingen gesproken. Om ze voor te bereiden, dat ze voor rotmoffen kunnen worden uitgescholden. Dat is ook wel gebeurd," vertelt hij, maar dat is zo niet dramatisch vergeleken met wat Turkse en Marokkaanse kinderen soms horen."

Holocaustflitsen

De opkomst van extreem rechts in Duitsland en figuren als Strauss en bondskanselier Kohl werken evenmin mee aan een nuancering van het beeld van Duitser, meent hij. Interessant is te onderzoeken in hoeverre anti-Duitse gevoelens een transmissie zijn van grootouders of voortkomen uit een mengeling van voetbal, holocaustflitsen en een onsymphatieke Kohl. Het buurmanprobleem is vermoedelijk ook belangrijk; de grote broer, die politiek en economisch machtiger is. Dat gevoel bestaat ook in Zwitserland: de boerse grove Duitser tegenover het kleine edele Zwitserland."

Maar", stelt Benda-Beckmann, de meeste mensen willen eigenlijk helemaal niet discussieren of Kohl wel of niet mag komen op vijf mei. Dan moet je daar ineens, tegen je zin in, een mening over vormen."

Hoewel hij op de vijfde mei meestal in Nederland is, zal hij niet snel aandachtig de herdenking uitzitten. Ik hou niet zo van herdenkingen en massa's. Ik voel me dan niet ongemakkelijk, maar ben me wel bewust van de bevrijding. Soms doe ik dat af met een grapje, vandaag blijf ik maar thuis."

Hongerwinter

De viering mag van hem na vijftig jaar wel eens inhoudelijk veranderen. Wat wordt er nu eigenlijk gevierd? De bevrijding van de Duitsers of van de onderdrukking? Misschien gaat die herdenking zo lang door, omdat er sindsdien geen andere dramatische dag was voor Nederland, als de Val van de Muur."

Zevenenveertig jaar geleden werd mevrouw De Nijs uit Wageningen als zestienjarig meisje clandestien door haar oom en tante uit Kiel naar Nederland gehaald. Oorspronkelijk woonde ze vlak bij Stattin, maar toen deze stad door bombardementen veranderde in een vuurzee, verhuisde De Nijs met haar familie naar Kiel. Daar leefde het vijfkoppige gezin op een kamertje. Eenmaal in Nederland had ze een eigen kamertje. Als kind had ze de oorlog nauwelijks bewust meegemaakt. De narigheid hoor je later pas. Ik ging eens met vrienden naar de bioscoop en zag een film over de gruwelijkheden van de oorlog. Daar was ik kapot van." Toen schaamde ze zich voor haar Duits-zijn: Het zijn toch je eigen landsmensen die dat deden. Ik ben tegen elke vorm van geweld. Ik vind het heel prettig dat Nederland bevrijd is van de juk van dat regime."

Na drie jaar keerde ze terug naar Duitsland, waar de situatie onveranderlijk slecht was. In 1952 vertrok ze voorgoed naar Nederland, dit keer legaal. Of ze nu alleen op vakantie ging of met haar oom kapperartikelen verkocht door heel Nederland, de contacten waren altijd leuk, de mensen accepteerden haar. En eenmaal legaal, voelde ze zich helemaal thuis in Nederland. Op haar vierendertigste leerde ze haar man kennen, afkomstig uit Rotterdam dat geteisterd was door bommen en de hongerwinter. De vader van haar man was opgepakt, een deel van zijn familie overleden. De Nijs: Als iemand een hekel aan Duitsers kon hebben, was hij het wel." Maar haar man huldigde het standpunt dat niet alle Duitsers gelijk zijn en ook haar schoonvader zag haar direct als een van zijn dochters.

De enige toespeling die mevrouw De Nijs zich herinnert omtrent haar Duitse komaf was de opmerking van iemand voor welk team ze bij De Nijs thuis zijn als Duitsland-Nederland gespeeld wordt. En al valt soms het woord mof, ze reageert laconiek. Ik weet dat het niet voor mij geldt, ik voel me Nederlandse."

Volksbeweging

Wolfgang Richert herinnert zich twee nare ervaringen. Waanzinnig weinig", vindt hij, want ik ben nu drieenhalf jaar in Nederland." Hij verwachtte meer want de discussies over de burenrelatie vindt hij geenszins opgeklopt. Misschien ben ik overgevoelig en ga ik uit van een probleem," zegt hij. Een probleem dat volgens hem een abstract niveau kent van De Duitser, De toerist, Het voetbalelftal. Het is anders als dezelfde Nederlander een Duitser tegenkomt in de trein. Zodra de Duitser gepersonifieerd wordt, verdwijnen de vooroordelen."

Maar ik kan het niet zomaar langs me heen laten gaan", vertelt Richert. Ik vind dat je geen enkel vooroordeel, ook niet op abstract niveau, goed mag praten. Als de hele meute bij voetbal rotmoffen brult, en als zelfs de meest progressieve, linkse, bewuste persoon zodra Oranje speelt, alle nuances kwijt raakt, dan klopt er iets niet...Dat is geen klein clubje fanatieke supporters, maar is welbeschouwd een volksbeweging. Mijn juichende stemming van hoe geweldig Nederland is, is nu wel wat genuanceerder."

Richert (29) studeerde vorig jaar af als milieutechnoloog in Wageningen en werkt thans in Schiedam bij de Milieudienst Rijnmond. Opgegroeid in de buurt van Bremen vertrok hij eerst voor een studie naar Berlijn. Door ondermeer zijn affiniteit met Nederland - daarmee voel me ik meer verwant dan met de DDR. De regio waar ik vandaan kom hoort bij Friesland en lijkt veel op Nederland. - belandde hij in Wageningen. Volgens Richert vinden veel Duitsers de Nederlanders een vriendelijk, makkelijk en open volk. Dat heb ik nog steeds en daarom ben ik na mijn studie gebleven."

Bevrijdingsdag

De toestanden rond het voetbal vindt hij daarentegen vreselijk. Tijdens het laatste WK was het hier afschuwelijk. Het lijkt wel of het belangrijker is dat Duitsland verliest dan dat Nederland wint. Je voelt dat er impliciet een consensus bestaat dat men zich waanzinnig zou vermaken als Duitsland de wedstrijd verliest, ongeacht de inhoud. Zo is het Belgisch commentaar heel anders. Ik heb het idee dat de nederlaag van 1974 zwaarder telt dan de Tweede Wereldoorlog, want voor de gemiddelde Nederlander is de oorlog geen eigen ervaring meer."

Een van zijn twee nare ervaringen kwam dan ook voort uit het voetbal. Dat was overigens met iemand die de oorlog wel had meegemaakt. Hij begon over 1974 met de zin: ik heb so wie so een hekel aan die rotmoffen. Toen ben ik opgestaan en weggegaan." De andere was toen hij in een auto met Duits kenteken, rekening houdend met de maximumsnelheid, op een mistig weggetje door een achterligger werd gepasseerd die hem uitschold voor Arsloch. Ik proefde extra aggressiviteit omdat ik Duitser was."

De ongemakkelijke burenrelatie vloeit volgens Richert tevens voort uit de economische afhankelijkheid, het kleinebroer-complex. Maar dat moet je erkennen, dus niet net doen alsof het door de oorlog komt." Toch blijft die oorlog voortdurend opspelen, weet Richert, zoals bij de voortdurende associatie van Duitsers met militair gedrag. Dus bij een minder vriendelijke gestelde vraag, direct antwoorden met jawohl.

In Duitsland had ik veel over militarisme gepraat met vrienden. Maar ik wist niets van de Duits-Nederlandse geschiedenis, daarom volg ik nu programma's, lees artikelen, of ga met vrienden naar de Grebbenberg." Hij voelt zich niet verantwoordelijk voor het verleden maar wil er bewust lering uit trekken. Een opa zat bij de SS, een deel van de andere familietak is in een concentratiekamp omgekomen. Het zit bij mij wel diep."

Acht mei - de dag dat de oorlog beeindigd werd - mag wat hem betreft in Duitsland als bevrijdingsdag worden gevierd. De discussie over bevrijdingsdag in Nederland blijft volgens hem steken op het militaire aspect. Herinneringen aan de slag bij dit en dat. Vijftig jaar later moet je daar toch overheen zijn. In Duitsland is dat anders. Daar gaat iedere discussie over de oorlog eveneens over hedendaags militarisme en nationalisme. Dat vind ik heel belangrijk, want wat er gaat komen is de toekomst en niet het verleden."

Re:ageer