Wetenschap - 1 januari 1970

De Afrikaanse bloem komt eraan

De Afrikaanse bloem komt eraan


Arbeidskosten voor het telen van bloemen zijn in Oost-Afrika een fractie
van die in Nederland. Kost een dag lang arbeid in Nederland 160 euro, in
Tanzania is dat maar één dollar, in Kenia twee dollar. Daarmee hebben
Kenia, Oeganda en Tanzania een belangrijk voordeel in de concurrentie met
Nederlandse telers. Het ontbreekt ze alleen nog aan kennis, daarvoor zijn
ze afhankelijk van Nederland.

Dat is een van de conclusies van een studiereis van vertegenwoordigers uit
de sierteeltsector, georganiseerd door het ministerie van LNV , directie
Industrie en Handel naar de landen. Ir Jo Wijnands van het LEI was mee en
stelde een verslag op. Volgens Wijnands heeft de bloementeelt in Oost-
Afrika vooral perspectief voor arbeidsintensieve bloemen, zoals
kleinbloemige rozen en stekken van chrysanten. De sector is in Kenia al
behoorlijk professioneel, zegt Wijnands, en groeit ook in Oeganda sterk,
vooral dank zij goede samenwerking tussen de telers. In Tanzania blijft de
groei achter door een gebrek aan nieuwe investeringen. Wijnands denkt dat
het weinig zin heeft om te proberen de arbeidsintensieve bloementeelt in
Nederland te houden. ,,Zo is dat ook met textiel en scheepsbouw gegaan. Het
is beter mee te gaan in die verandering en je toe te leggen op datgene waar
je wel nog het beste in bent op de markt.’’ Nederlandse telers kunnen zich
beter toeleggen op kennis- en kapitaalsintensieve bloemen als de
grootbloemige roos, zegt Wijnands. Om daarvan regelmatig nieuwe kleuren en
variëteiten op de markt te brengen is onderzoek en kennis nodig, waarin
Nederland een voorsprong heeft. Daarnaast kan Nederland ook een rol spelen
in het opzetten en ondersteunen van kennisopbouw en opleidingen in Oost-
Afrika die de productie daar kunnen verbeteren. |
J.T.

Re:ageer