Wetenschap - 1 januari 1970

Databank bewaakt tomaat van teelt tot bord

Databank bewaakt tomaat van teelt tot bord

Databank bewaakt tomaat van teelt tot bord

Hoogleraar Beers over informatie in een keten

Het opzetten van een productieketen voor goedkopere tomaten, diervriendelijk behandelde varkens of Salmonella-vrije eieren is niet makkelijk. Bedrijven moeten het eens worden over de definitie van zo'n product, ze moeten een gezamenlijke teelt- en afzetstrategie ontwerpen en ze moeten hun product profileren. Het onderzoekprogramma Ketens en logistiek, geleid door de nieuwe hoogleraar ketenkunde prof. dr George Beers, gaat ketens hierbij ondersteunen


Geen supermarkt die graag een door schimmel aangetaste tomaat in zijn schappen vindt. Gebeurt het onverhoopt toch, dan wil de grootwinkelier graag weten waar de zieke tomaat vandaan komt. Uit welk distributiecentrum komt ze? Wanneer was de tomaat daar, welke teler heeft haar geleverd en hoe is ze tijdens de teelt en het vervoer behandeld? Lag ze in de vrachtwagen misschien naast beschimmelde bananen?

Het achterhalen van informatie in agroketens, tracing geheten, is een van de aandachtspunten in het nieuwe onderzoeksprogramma Ketens en logistiek van DLO. Programmaleider is de kersverse hoogleraar ketenkunde prof. dr George Beers, wiens leerstoel wordt betaald door het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) en de stichting Agro Keten Kennis (AKK). Beers legt zich toe op de rol van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het ketenbeheer

Iedere schakel in de keten heeft een eigen databank met productinformatie, vertelt Beers op de sectie Informatica van de Landbouwuniversiteit, waar hij naast zijn baan op het LEI-DLO een dag per week werkt. Voor een tomaat kan een supermarkt of veiling de plukdatum in een databank hebben zitten, de temperatuur tijdens het transport, de herkomst van het product, de naam van de teler of het nummer van het perceel. Misschien zit in de databank ook het tijdstip waarop de tomaat op de veiling of in het winkelschap te vinden is. En daarnaast kan het bestrijdingsmiddelengebruik zijn opgenomen of het aantal kilometers dat de tomaat heeft afgelegd van grond tot winkelschap

Zeug

Momenteel zijn de informatiesystemen van de verschillende schakels in de keten niet hetzelfde. Supermarkten, groothandelaren, telers en zaadleveranciers hebben immers allemaal hun eigen informatiebehoefte. Beers: Informatie kan niet worden uitgewisseld als de systemen niet op elkaar aansluiten. Daarom is het nodig informatiestandaarden te ontwikkelen voor de hele keten, waarbij alle schakels in de keten hun informatie in hetzelfde formaat gieten.

Praktisch probleem is dat bedrijven hun informatiesysteem pas vervangen als het vorige systeem verouderd is. Structureler probleem is dat de verschillende partijen het eerst eens moeten worden over de benodigde informatie, en daarmee ook over de definitie van het product. Het opstellen van de definitie van een zeug, zo vertelt Beers, is een hele klus. Een fokker kijkt er anders tegenaan dan een slachter. En een dierenarts weer anders. Maar als je informatie over dat varken wil uitwisselen, moet je het wel over hetzelfde hebben.

De bedrijven moeten ook een gezamenlijke strategie kiezen voor de teelt en de afzet. En daarbij ook een type consument kiezen dat hun product gaat kopen. Een tomaat voor de natuurvoedingswinkel bijvoorbeeld vereist een andere teelt- en afzetstrategie dan een tomaat voor de Aldi

Een gezamenlijke strategie is ook nodig voor het zogeheten tracking. Daarbij moeten partijen de productinformatie leveren die het product een toegevoegde waarde geeft. Een onbespoten tomaat zal door een milieubewuste consument alleen eerder worden gekocht als die consument ook woot dat deze tomaat zonder gif is geproduceerd. Door marktverzadiging en veeleisende consumenten krijgt tracking in de agro-industrie steeds meer aandacht. Producenten moeten hun producten profileren, gericht op specifieke doelgroepen

Waterdicht

Maar daarmee is de keten n362g niet klaar. Beers: Bedrijven moeten het vertrouwen van de klant wekken. De consument wil ook de garantie dat die tomaat milieuvriendelijk is geteeld. Dat vraagt om een waterdicht informatiesysteem dat de consument overtuigt. Dat informatiesysteem moet gecertificeerd zijn door een trusted third party, een onafhankelijke instantie die het systeem controleert. Dat is vaak lastig, want ook daar moet je het in de hele keten weer over eens worden. Een keten die op hoogwaardige producten focust, zal makkelijker investeren in een trusted third party dan een keten die zo goedkoop mogelijk produceert.

Binnen het programma Ketens en logistiek willen onderzoekers ook bestuderen hoe de verdeling van functies binnen agroketens verandert. Hierbij kijken ze naar functies zoals verkoop en inkoop van producten, sortering en distributie. Een actuele verandering is het afgenomen belang van de veilingen voor ondermeer de verkoop van fruit. Steeds meer telers organiseren zich in telersverenigingen die direct leveren aan supermarkten

Een andere verandering is de toegenomen macht van grootwinkelbedrijven. Verschillende fusies hebben tot een concentratie geleid, waardoor nu de 25 grootste retailers binnen Europa 85 procent van het totale productvolume afnemen. Wanneer oon partij te dominant wordt, kan dat volgens Beers de informatie-uitwisseling in de keten verstarren. Albert Heijn eist bijvoorbeeld dat toeleveranciers de informatie in z354jn formaat aanleveren. Maar, zegt Beers, dat formaat is helemaal toegespitst op de behoeftes van Albert Heijn. Om verstarring te voorkomen moeten referentiemodellen worden ontwikkeld waarmee bedrijven gezamenlijk afspraken over standaarden kunnen maken. Een standaardwijze van informatielevering maakt het mogelijk om van klant of toeleverancier te veranderen en te switchen tussen bedrijven, niet alleen binnen een keten maar ook tussen ketens.

Concurrentie

Volgens Beers vraagt bestudering van ketens om multidisciplinair onderzoek. Om dit te realiseren heeft hij van het programma Ketens en logistiek alleen de kaders aangegeven. Onderzoekers kunnen de kaders zelf invullen met een onderzoeksvoorstel. Van alle ingediende voorstellen wordt maar een beperkt aantal gehonoreerd. Beers verwacht door invoering van dit concurrentieprincipe creatieve en interdisciplinaire voorstellen binnen te krijgen

Diverse voorstellen zijn al gehonoreerd. Onderzoekers van het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO), het LEI-DLO en het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwprodukten (RIKILT-DLO) willen de agroketen vergelijken met twee niet-agrarische ketens: de cosmetische industrie en de kledingbranche. Door de modegevoeligheid van cosmetica en kleding zijn deze ketens al gewend flexibel te reageren op de vraag. Ir. Wilco van de Veerdonk (ATO-DLO): Deze ketens zijn op een meer consumentgerichte manier georganiseerd dan de agroketen. Van de manier waarop zij problemen oplossen, kan de agrosector wat leren.

Het nieuwe DLO-programma Ketens en logistiek begint dit jaar en zal in principe vier jaar lopen. LNV heeft voor dit eerste jaar al ruim twee miljoen gulden uitgetrokken. Beers wil niet alleen als programmaleider, maar ook in zijn functie van hoogleraar verschillende disciplines bij elkaar brengen. Eind mei gaat het Centrum voor Ketenonderzoek en Studies (CKVS) van start, dat moet zorgen voor meer samenwerking tussen ketenonderzoekers van DLO en LUW. Beers: We kunnen met z'n allen naar Veerman gaan zitten kijken, maar we kunnen ook de handen in elkaar slaan en samen iets ondernemen. Dan is het wel de kunst om iets te doen waarvan iedereen het gevoel heeft dat ze er iets aan hebben.


Foto Guy Ackermans

Re:ageer