Wetenschap - 19 april 2007

Darwin zit diep in de landbouw

De mens lijkt er door de landbouw volledig in geslaagd de natuur naar haar hand te zetten. Ecologen zien echter ook omgekeerde effecten. Zo hebben koeien via hun melk het genoom van de Europese burgers beïnvloed.

Na een opgejaagd leven als jagers en verzamelaars vestigden onze voorouders zich ruim zevenduizend jaar geleden op een vaste plaats, gingen vee houden en gewassen telen. Op het symposium Darwinian Agriculture dat vrijdag 13 april in Wageningen gehouden werd, bleek dat het ontstaan van de landbouw het begin markeerde van een wonderlijke symbiose tussen mensen, vee en gewassen.
De interactie heeft volgens de Portugese onderzoeker dr. Albano Beja-Pereira geleid tot een co-evolutie in het genoom van koeien en melkdrinkers. Dit blijkt uit een moleculaire analyse van de zes belangrijkste melkeiwitten van zeventig verschillende koeienrassen. ‘De hoogste diversiteit in melkeiwitten vind je in Noordwest-Europa. Dat is ook het gebied waar het hoogste percentage van de bevolking lactosetolerant is, waardoor volwassenen rauwe melk kunnen drinken’, aldus Beja-Pereira. De genetische analyses tonen aan dat ‘mensen en melkvee wederzijds hun handtekening hebben gezet in elkaars genoom’.
Op het symposium bleek ook dat mensen niet de uitvinders van de landbouw zijn. Mieren en termieten boeren al miljoenen jaren langer. Volgens dr. Koos Boomsma van de Universiteit van Kopenhagen doen ze dat ‘met zeer geavanceerde broeikastechnologie, uitgekiende hygiëneprotocollen en gekloonde gewassen’. De insecten kweken, bemesten en oogsten één specifieke schimmelvariant in vochtig gehouden kweekkamers. De schimmel en insecten zijn zo op elkaar ingespeeld dat er volgens dr. Duur Aanen van het Wageningse Laboratorium voor Erfelijkheidsleer, sprake is van ‘een duurzaam landbouwsysteem’. Een prestatie waar onze landbouw nog iets van kan opsteken.

Re:ageer