Wetenschap - 10 oktober 2013

Dankjewel!

tekst:
Rob Ramaker

Na honderden pagina’s van taai wetenschappelijk proza laat het dankwoord iets zien van het lijden en de heroïek die vrijwel altijd achter een proefschrift schuilt. ‘Jullie betekenen alles voor me.’

Moeder komt er bijna altijd wel in voor, net als de professor en de begeleider uiteraard. De favoriete medepromovendi ontbreken ook zelden en soms worden God, geldschieter of huisdier genoemd. Hoe dan ook, het dankwoord van een proefschrift, soms summier, soms pagina’s lang, biedt een interessant antropologisch inkijkje in het boeiende leven van een jonge wetenschapper. Resource hield de oogst van de afgelopen maanden tegen het licht: wie zijn steun en toeverlaat van de promovendi?

PhD-clans
‘We begonnen als aio op dezelfde dag. Ik had me geen betere kamergenoot kunnen wensen.’ Dankwoorden staan vol met passages met deze strekking, gericht aan mede-promovendi. Niet zo vreemd want promovendi vormen samen vaak een hechte gemeenschap, of ‘stam’. Ze hebben hun eigen ‘inside’ taal en lachen om dezelfde curieuze grappen. Dat zie je terug in het dankwoord. Zo spreken dierwetenschappers hun waardering uit voor de ‘piggy connection’ en het ‘spit lab’. Anderen herinneren zich de grappige en vreemde situaties rondom ‘kamer 00.51’ of op’ gang 1’: ‘Ik werd vaak gek aangekeken als ik weer oren gingen halen, of poep,’ schrijft een dierwetenschapster. De PhD-stam blijkt belangrijk voor morele steun. Promoveren is soms afzien en vrijwel iedereen is zichzelf tegengekomen de afgelopen jaren. ‘Nobody said it was easy’, citeert een promovenda het passende Coldplaynummer The Scientist. In de mindere tijden zijn collega’s er voor elkaar. Bijvoorbeeld als een paper wordt afgewezen, of experimenten en statistiek niet meewerken. Een voedingswetenschapper vat de verbondenheid mooi samen: ‘Zonder jullie was alles misschien wel sneller af geweest, maar dat is eigenlijk een groot compliment voor jullie.’

Ik bedank alle deelnemers die hebben meegedaan aan deze studie. Deze deelnemers hebben vrijwillig, zonder (al te veel) zeuren, op nuchtere maag 95 gram vet gedronken of wekenlang chocolade moeten eten (die ze vaak niet eens lekker vonden)

De professor
Wie natuurlijk zelden ontbreekt in het dankwoord zijn de professor en de dagelijkse begeleider van de promovendus. Die worden vooral bedankt voor hun tijd, geduld en natuurlijk de opgedane kennis. ‘De vele discussies, soms tot ’s avonds laat over de telefoon heb ik erg gewaardeerd,’ zegt een plantkundige. Een aardwetenschapper is blij dat hij überhaupt een kans kreeg ‘ondanks dat ik een heel matige BSc-student was.’ Sommige begeleiders zijn zelfs een cruciale steun voor PhD’ers om niet het bijltje er bij neer te gooien. Een toxicoloog beschrijft bijvoorbeeld dat hij op latere leeftijd besloot te promoveren naast zijn reguliere baan. Een flinke onderschatting, zo bleek, en de dubbele baan slokte zijn avonduren en weekenden op. Nu het na zeven jaar promotie goed is gekomen, is hij zijn promotor dan ook uiterst dankbaar voor het ‘vertrouwen en de bemoedigende woorden.’ Sommige promovendi en begeleiders zijn vrienden van elkaar geworden. Een plantenwetenschapster omschrijft haar begeleider als ‘klaagmuur, pipetteerrobot en squashmaatje ineen’. Het dankwoord geeft vaak ook een boeiend inkijkje in het hectische leven van de promovendus. Zo bedankt een promovendus een begeleider waar hij regelmatig mocht mee-eten, ‘tijdens stressvolle deadlines’.

God
Ook in proefschriften van buitenlandse promovendi ontbreekt het dankwoord zelden, maar de accenten liggen anders. Er is bijvoorbeeld meer aandacht voor God en de geldschieter. Afrikaanse promovendi geven relatief vaak aan dat ze veel steun ondervonden aan de Christelijke gemeenschap in Wageningen ‘...[for] oiling the wheels of the soul so the body does not grind to a halt.’ Het zijn ook vooral de buitenlandse studenten die oog hebben voor hun financiers. Zij bedanken de universiteit, ministeries of andere sponsoren vaak expliciet. Kennelijk was het voor hen minder vanzelfsprekend dat ze een promotie konden doen.

Marleen, jou wil ik bedanken voor de gezellige uitstapjes naar bedrijven als ik weer eens bloed van paarden nodig had. Sorry dat ik je nog steeds die pannenkoeken niet heb bezorgd!

Oud zeer
Een dankwoord kun je perfect gebruiken om pijnlijke discussies en twistpunten af te ronden. Dat kan met een grapje, zo schrijft een dierwetenschapster: ‘Someone had to be your most expensive PhD-student, why not me?’ Of met excuses. Enkele PhD’s verontschuldigen zich over hun eigenwijsheid of de felheid waarmee ze discussies invlogen: ‘Ik weet dat je in het begin wat moeite had met mijn recht-door-zee-karakter, maar ik denk dat we uiteindelijk toch een goed team zijn geworden.’ Ook de professoren kunnen veeleisend zijn. ‘Wat heb je me uitgedaagd,’ verzucht een gezondheidswetenschapper. Een voedings-PhD bedankt zijn dagelijkse begeleider ‘voor de steun als [professor x] weer eens onmogelijk dingen wilde zien gebeuren. Jij kon je nog herinneren hoe het leven was als een aio.’

Familie
Een ereplek aan het einde is meestal weggelegd voor familie en lief. Die snappen doorgaans niet veel van de bestudeerde materie, maar hun bijdrage in de vorm van levenslange mentale of materiële steun blijft zelden ongenoemd. Zo zijn veel wetenschappers hun ouders dankbaar voor de steun op school en alle aanmoediging om te gaan studeren. Soms zijn ze ook gewoon blij dat ze in hun jeugdige jaren lekker hun gang mochten gaan: ‘Ik kreeg alle ruimte om [mijn belangstelling voor het waterleven] uit te bouwen met aquaria, netten en hengels. De kliederzooi die dat met mijn experimenteerdrang regelmatig opleverde, leidde wel eens tot gemopper maar nooit tot een verbod.’ Ook is er vaak dank voor de financiële steun, vooral buitenlandse ouders steunden hun kinderen met eigen spaargeld. Soms werkt familie ook echt actief mee aan het promotiewerk. Een aardwetenschapper bedankt zijn ouders dat ze met een caravan vakantie kwamen vieren in Galicië waar hij bezig was met veldwerk. Dit verdreef zijn eenzaamheid en zorgde dat hij minder lang illegaal hoefde te kamperen in zijn bus. Ook zijn vriendin bedankt hij voor het uithakken van duizenden kiezels. Naast neurobiologe is ze daarmee ook ‘volleerd kwartsietexpert.’

Ze kunnen niet lezen en ze snappen er niets van wanneer het tegen ze wordt gezegd, maar een van de grootste bronnen van vreugde (en ook verdriet) tijdens mijn PhD waren mijn fretten Jasmin en Julliët en mijn kat Isabel

Opluchting
En zo zijn dankwoorden een feest van grote woorden en zichtbare emotie. Na honderden bladzijden van zorgvuldig afgemeten taalgebruik voelt het voor schrijver en lezer bijna als een bevrijding. Eindelijk even het protocol opzij leggen om recht te doen aan de helden uit je dagelijks leven: ‘Deze pagina’s gaan over jullie, want zonder jullie was dit boek er nooit gekomen.’

Mijn dank gaat uit naar Milou van der Horst en Linda van der Nat. Zonder jullie had ik dit niet kunnen schrijven.

Illustratie: Kito


Re:ageer