Student - 7 mei 2009

DROOMLEVEN

nieuws_3235.jpg
nieuws_3235.jpg

Foto: .

Christoph Junior komt met een met roet besmeurd gezicht ons vochtige houten huisje binnenstrompelen. Door het harde werken in de fabriek bloeden zijn handen. Het is het jaar 2028, achttien jaar nadat de economische crisis echt toesloeg in Nederland. Na het eten van een beschimmelde aardappel en het drinken van modderig slootwater gaat Junior kermend op zijn houten plank liggen.
‘Papa’, vraagt hij met schorre, zwakke stem, ‘kun je me alsjeblieft nog een keer vertellen over vroeger, hoe het toen was, nog één keer…alsjeblieft?’ Ik draai een emmer om, zet die naast Juniors bed, en ga erop zitten. ‘Natuurlijk, mijn zoon’, zeg ik terwijl ik een mottig dekentje over hem heen leg.
‘Ik was een student, zo heette dat toen. Ik moest bijna niks doen. Ik hoefde alleen maar elke doordeweekse dag in een verwarmde zaal koffie in mijn keelgat te gieten, terwijl ik op mijn luie reet zat. En geloof het of niet, kleine Christoph, daarvoor kreeg ik elke maand zomaar van de overheid honderden euro’s. Ook kreeg ik een soort pasje waarmee je helemaal gratis door heel Nederland mocht reizen in bussen met hypermoderne plasmaschermen en treinen met deuren die vanzelf opengingen.’ Juniors ogen vallen langzaamaan dicht en een lichte glimlach fleurt zijn versleten gezichtje op.
‘Alle studenten hadden geld genoeg, zelfs zoveel dat ze niet wisten wat ze ermee moesten doen. Sommigen gingen dan maar wekelijks naar een plek die ‘de Bunker’ heette, waar ze hun geld uitgaven aan liters bier, wijn en wodka. Anderen kochten om de zoveel maanden een nieuwe draagbare telefoon, gewoon, omdat ze hun oude te groot vonden.
Ik woonde in een luxueus, stenen huis met een tuin vol prachtige bloemen. We hadden zelfs kippen, niet om te slachten, maar gewoon omdat we het leuk vonden. Honger hadden we nooit. Als je de keukenkast opendeed stond er altijd zoveel eten in dat je gewoon niet wist wat je moest kiezen: vers brood, lekker smeuïge pindakaas, heerlijke hagelslag, fruitige jam, zoete koekjes en nog veel meer…’
Kleine Christoph slaapt. Hij ademt rustig in en uit, glimlachend. Hij droomt van het leven dat ik vroeger had. Een droomleven.

Re:ageer