Organisatie - 11 juni 2009

DRIE OP EEN RIJ

De Wageningse profs zijn natuurlijk de beste. Maar stel nu dat de kans op een Spinozapremie voor iedereen gelijk is. Dan is het héél bijzonder dat-ie, na twaalf jaar niet, nu drie keer op een rij hier terecht komt.

Reken even mee. Vanaf 1995 worden jaarlijks drie tot vier Spinozaprijzen uitgereikt. De kans op een Wageningse onderzoeker is ongeveer een op twintig. En een onderzoeker kan de Spinozaprijs maar eenmaal krijgen. Zonder teruglegging noemen statistici dat.
Als we Marcel Dicke en Willem de Vos dus niet terugleggen, moeten we 1/20 tot de macht drie doen en corrigeren voor 15 jaar Spinozapremies met 3 tot 4 winnaars per jaar. De kans op driemaal op rij blijkt minder dan een procent…
En vergelijk dat eens met de kans dat Spinoza überhaupt drie keer Wageningen bezoekt. Die kans is bijna honderd procent (15 jaar maal 3,5 prijs per jaar bij een kans van 1/20 op een Wageninger).

Dit riekt naar een ongelijke verdeling! (Dat is het sowieso al, omdat de rectores magnifci kandidaten voordragen, de jury rekening houdt met verschillende vakgebieden en omdat Wageningse hoogleraren natuurlijk beter zijn dan andere profs.)
Alle lof natuurlijk voor Marten Scheffer, maar drie op een rij is geen toeval. Dat is het ook niet. Het binnenhalen van een (één!) Spinoza is een doelstelling uit het strategisch plan 2007-2010. Wageningen selecteert daarom haar kandidaten op criteria die ook de NWO-jury zal hanteren en bij die jury wordt vervolgens stevig gelobbyd. Met succes dus.

Dit betekent ook dat deze universiteit in het verleden kansen heeft laten liggen. De toppers van toen belandden niet (goed genoeg) bij de jury.
Zo vertelde een ingewijde bij NWO afgelopen dinsdag dat oud-Wageninger Martijn Katan een goede kans had gemaakt op een Spinoza. Katan is inmiddels vertrokken naar de VU. Arme man.

Re:ageer