Organisatie - 11 juni 2009

DRIE MAAL SPINOZA, HOE DOET WAGENINGEN DAT?

Na entomoloog Marcel Dicke (2007) en microbioloog Willem de Vos (2008) is het dit jaar weer raak. Ecoloog Marten Scheffer krijgt de Spinoza-premie. Drie keer op rij sleept een Wageningse wetenschapper de ‘Nederlandse Nobelprijs’ in de wacht. Hoe krijgt Wageningen dat voor elkaar?

opinie_0_808.jpg
opinie_0_808.jpg

Foto: Anemarie Roos

Professor Martin Kropff, rector magnificus Wageningen Universiteit
‘Goed selecteren en vervolgens goed presenteren. Daar komt het op aan. En ik draag alleen maar kandidaten voor die een serieuze kanshebber zijn. Je moet de wetenschappelijke prestaties van de wetenschappers van je universiteit goed analyseren en voor het voetlicht brengen. Het is heel belangrijk dat die voorstellen echt goed geschreven zijn. Daar besteden we intern heel veel aandacht aan. De selectiecommissie maakt een eerste selectie. In die commissie moeten ook de niet-specialisten meteen snappen hoe baanbrekend het werk is van jouw kandidaat. Zo’n voorstel opzetten is echt een kunst. Het zó formuleren dat anderen dan de vakgenoten het ook snappen. Daarna pas gaat een selectie van die voorstellen naar de peer-reviewers in de wereld. Dat zijn de specialisten, die weten wel in detail waar het over gaat.’
‘Drie keer op rij is heel bijzonder. Het is een bevestiging dat Wageningen heel veel talent heeft. Bij de eerste keer was de reactie van iedereen: leuk dat Wageningen nu ook eindelijk een Spinoza-premie heeft. Dat is nu heel anders. Wageningen doet helemaal mee. Zeker nu ook nog twee academiehoogleraren zijn benoemd. De eerste Spinoza-premie was op het gebied van de plantenwetenschappen, daarna de voedingswetenschappen en nu dus ook de omgevingswetenschappen. We hebben dus op een heel breed gebied heel veel wetenschappelijke topkwaliteit. Het is mooi voor de universiteit, maar het gaat natuurlijk om de wetenschapper en zijn groep. Daarom wil ik Marten Scheffer van harte feliciteren.’

Professor Peter Nijkamp, voorzitter van de jury van de Spinoza-prijs
‘Het is mooi dat een Wageningse wetenschapper drie keer achter elkaar de Spinoza-premie heeft gewonnen, maar we kijken niet naar de instelling. We kiezen de beste personen, de beste voordrachten, die worden internationaal getoetst. We beoordelen de kwaliteit van personen, waar ze werken doet niet ter zake.’

Professor Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar Wageningen Universteit
‘Het is een kwestie van investeren in excellentie. Dit is niet iets van de laatste tijd. Dit is begonnen met het instellen van de onderzoeksscholen. De middelen beschikbaar stellen voor excellent onderzoek. Dat werpt nu zijn vruchten af. Dat zie je niet alleen aan die Spinoza-prijzen, maar ook aan de lidmaatschappen van de KNAW van onze mensen en de aanstelling van academiehoogleraren. Dat is ook prestigieus. Maar drie keer op rij een Spinoza-premie, dat is echt een prestatie van de bovenste plank voor zo’n kleine universiteit als wij. Het betekent ook dat wij hier onderzoek doen met een maatschappelijke impact. Daar hebben we destijds met de keuze voor life-sciences ook duidelijk op ingezet. We kunnen de komende jaren nog wel meer verwachten.’

Drs. Leen van den Oever, directeur van het Nederlands Instituut voor Biologie, de beroepsvereniging voor biologen
‘Gefeliciteerd Wageningen. In een goed onderzoeksklimaat kom je tot bijzondere prestaties. Voor mij is duidelijk dat het werk van Scheffer is gedaan in een omgeving waar onderzoek en onderwijs goed geregeld zijn. Als je de financiering goed hebt geregeld, kun je verwachten dat er dit soort prestaties uit rollen. Bovendien hebben jullie de mazzel dat je een paar heel goede mensen in huis hebt. Drie keer een Spinoza-premie voor biologen is wel bijzonder. Maar hallo, op dit vak is Wageningen natuurlijk niet klein, hè. Zeker niet na de samenvoeging met de DLO-instituten. Wageningen profileert zich niet voor niets als City of Life Sciences. Dat is gewoon waar. Als biologiegemeenschap kunnen we dit soort premies goed gebruiken. Maar dat is tegelijk ook mijn grote zorg: dat we met dit soort premies onderzoek moeten financieren, terwijl de reguliere financiering hard achteruit holt. In Wageningen is die primaire structuur heel goed. Er is een rijke voedingsbodem en op zo’n bodem groeien mooie dingen.’

Professor Eduard Klasen, raad van bestuur Leids Universitair Medisch Centrum, Rijksuniversiteit Leiden, die met neuroloog professor Michel Ferrari voor de twaalfde keer in de prijzen viel.
‘Om succes te hebben, moet je als universiteit heel goed spotten wie de Spinoza-premie kan winnen. Je kijkt: welke kandidaten zijn eerder in de prijzen gevallen? Daarna maak je een scherpe analyse in je eigen organisatie: wie voldoen aan de criteria? Ik ken kandidaten in Leiden die het in mijn ogen verdienen, maar ze krijgen ‘m niet, omdat ze een aspect missen dat de jury belangrijk vindt.’
‘Ten opzichte van tien jaar geleden kijkt de jury nu meer naar de toepassing en het maatschappelijke impact van onderzoek. Dat vind ik een goede ontwikkeling; het is niet meer alleen de H-factor (aantal publicaties die veel worden geciteerd, red) die de selectie bepaalt. Dat zou kunnen verklaren waarom Wageningen de laatste jaren in de prijzen is gevallen.’

Re:ageer