Organisatie - 19 maart 2009

DOMESTICATIE IS GEEN EVOLUTIE

Tijdens enkele lezingen op de dies van onze universiteit werden wij er weer mee geconfronteerd dat het begrip evolutie zeer gemakkelijk wordt gebruikt voor situaties van verandering van organismen onder invloed van de mens. Darwin gebruikte domesticatie alleen als een analogie met evolutie om duidelijk te maken dat soorten kunnen veranderen onder selectieve druk. In het domesticatiedomein worden veranderingen vaak doelgericht afgedwongen omdat de mens veelal van tevoren heeft bedacht welke richting de veranderingen op moeten. Veredelaars van sierteeltgewassen volgen modetrends en maken als het ware eerst een recept om tot bijvoorbeeld een bepaalde kleur gerbera te komen. Ook de domesticatie van dieren is een doelgericht proces. Hoewel veel van de processen die de mens benut om zijn doelen te bereiken ook in het evolutiedomein voorkomen, verlopen ze daar in richtingen die in hoge mate worden bepaald door toeval en onomkeerbare beperkingen. De mens doorbreekt beperkingen door biotechnologische ingrepen in een doelgerichte context.
De vraag rijst of de terminologie van het darwiniaanse evolutiedomein wel toepasbaar is in het domesticatiedomein en of dit überhaupt gewenst is. Wat heeft het voor zin om van soorten te spreken in een omgeving waar soortgrenzen geen enkele rol spelen, omdat ze kunstmatig overschreden worden door geforceerde hybridisatie, horizontale genentransfer, etc. En wat is de betekenis van de term populatie in het domesticatiedomein?
In veel wetenschappelijke literatuur worden ontdekkingen aan gedomesticeerde organismen vertaald in evolutionaire terminologie. Deze krampachtige houding leidt tot conceptverwarring. Vele gedomesticeerde organismen hebben bijvoorbeeld linnaeusiaanse namen, alsof ze behoren tot wat in het evolutiedomein soorten worden genoemd. Is de gedomesticeerde hond een soort in die zin? Zo niet, waarom heet hij dan Canis familiaris? En waarom ontstaan er dan classificatiesystemen die proberen deze organismen te proppen in op evolutionaire verwantschap gebaseerde raamwerken?
Het gebruik van het begrip kunstmatige selectie, waar men het over eens is in het domesticatiedomein, geeft volstrekt duidelijk weer dat we hier afstand nemen van darwiniaanse evolutie, waarin natuurlijke selectie op resultaten van vele fysische en chemische processen het resultaatbepalende fenomeen is. Waarom dan inconsequent zijn en andere darwiniaanse begrippen wél in het domesticatiedomein gebruiken? Het begrip cultivar voor eindproducten van onnatuurlijke selectie bij planten is ingeburgerd, maar waarom dan toch proberen deze cultivars aan soorten toe te schrijven of ondersoorten?
Domesticatie heeft recht op een specifieke conceptenleer en -systematiek, onafhankelijk van het (slinkende) domein waarin zich ongehinderd darwiniaanse evolutie afspeelt. In dit Darwinjaar, en zeker bij de Wageningen Universiteit, waar veel onderzoek zich afspeelt op het raakvlak van evolutie en domesticatie, mag men wetenschappelijke zorgvuldigheid verwachten in het hanteren van correcte terminologie.
Antoine Lavoisier schreef het al in zijn Method of Chemical Nomenclature (1787): ‘We cannot improve the language of any science without at the same time improving the science itself; neither can we, on the other hand, improve a science without improving the language or nomenclature which belongs to it.’

Re:ageer