Wetenschap - 8 maart 2001

DLO werkt aan vermindering werkdruk

DLO werkt aan vermindering werkdruk

Grootscheeps onderzoek moet oorzaken blootleggen

Alle werknemers van DLO ontvangen binnenkort een vragenlijst over de werkdruk. TNO Arbeid onderzoekt voor de raad van bestuur hoe hoog de werkdruk is en wat de oorzaken zijn. Daarna kan een vervolgonderzoek oplossingen bieden. De universiteit moet nog even wachten.

'Jaarlijks meldt twee procent van de werknemers bij DLO zich ziek als gevolg van werkstress.' 'De huidige werkdruk is onacceptabel hoog door combinatie van reorganiseren, saneren en onderwijsvernieuwing.' 'De raad van bestuur trekt een zware wissel op de loyaliteit van de mensen.' Enkele citaten uit het jaarverslag van het Bedrijfsmaatschappelijk Werk van DLO en het rapport van adviesbureau GITP, dat vorig jaar mensen binnen Wageningen UR heeft ge?nterviewd.

De werknemer denkt vaak dat dit soort signalen gericht zijn aan dovemansoren. Maar achter de schermen gebeurt een heleboel, al duurt het soms wat lang. Na anderhalf jaar van voorbereiden start binnenkort een grootscheeps onderzoek naar de werkdruk bij DLO. De universiteit is nog niet zo ver, maar ook daar moet een dergelijk onderzoek op gang komen. Ir. Kees van Ast van de raad van bestuur is overtuigd van het nut van een dergelijk onderzoek. En niet als 'doekje voor het bloeden' maar om werkelijk iets te kunnen doen aan de hoge werkdruk.

Vragenlijst

Alle werknemers van DLO ontvangen een vragenlijst. Naast een basisset kunnen daar nog vragen aan toe zijn gevoegd die specifiek voor het instituut gelden. Op dit moment buigen projectgroepen per instituut zich over de vragen.

Het onderzoek is nodig, zeggen alle betrokkenen. Het is niet voldoende te weten dat mensen de werkdruk te hoog vinden. Je hebt aanknopingspunten nodig om er wat aan te doen. "Zo'n onderzoek laat zien bij wie de werkdruk het hoogst is, wat de meest succesvolle maatregelen zijn, waar je mee moet beginnen en wat je beter kunt laten", weet drs. Ruud Nelemans uit ervaring. Nelemans voert samen met drs. Ulla Nuess het onderzoek van TNO Arbeid uit.

Nelemans benadrukt dat een dergelijk onderzoek alleen zin heeft als directeuren en raad van bestuur wat met de uitkomsten gaan doen. Anders frustreert het alleen maar.

Zijn wens lijkt verhoord te worden. Van Ast wil graag weten waar dat gevoel van te hoge werkdruk vandaan komt. Niet dat hij twijfelt aan de hoge werkdruk. "Het issue ligt al een paar jaar op tafel. De werkdruk is de laatste tijd toegenomen. Maar je wil weten of de werkdruk vooral ontstaat vanwege de andere setting van DLO, of dat bijvoorbeeld de leiding er nog niet goed mee omgaat. Ik kan zo het probleem werkdruk niet oplossen. Dat zit bij de mensen zelf."

Als voorbeeld noemt Van Ast de manier waarop onderzoekers offertes uitbrengen. De bestuurder vermoedt dat de offertes vaak te krap begroot zijn. De onderzoeker wil de opdracht per se binnenhalen en zet er te weinig uren voor neer. Maar het werk moet wel af.

Ziekteverzuim

Drs. Janine Jongepier, onderhandelaar namens vakbond Abvakabo, zet de problematiek wat breder neer. Werkdruk zit niet alleen bij de manier van offreren. Ook de invloed die een werknemer heeft op zo'n offerte en of er naar hem geluisterd wordt, bepalen de werkdruk. Van belang is verder of er ruimte is om dit soort zaken aan de orde te stellen. Het kan ook heel goed zijn dat het ene instituut de werkdruk anders ervaart dan het andere.

Jongepier is vanaf de allereerste opzet betrokken bij het onderzoek. De huidige CAO verplicht tot een meting. Ze is blij dat de meting bijna van start gaat. Ze hoopt dat de eerste resultaten nog voor de zomer gereed zijn. Maar daarna begint het echte werk pas: het vervolgonderzoek naar oplossen van de gesignaleerde problemen. Dat dit onderzoek er komt, is zeker, maar hoe en wanneer hangt af van de uitkomsten van het eerste deel.

Van Ast zet hoog in: "Wil je een aantrekkelijke werkgever zijn, dan moet je ook aan dit soort dingen werken." Het is hem ernst. De afdeling Human Resource Management werkt al aan kengetallen om te achterhalen of afdelingen goed werken, en dan niet alleen financieel. Ziekteverzuim en aantal langdurig zieken bieden inzicht in het wel en wee van een afdeling. "We hebben daar tot nu toe te weinig naar gekeken. Liggen die cijfers structureel hoog, dan moet het afdelingshoofd verklaren waar het door komt. Zo laat je zien dat werksfeer belangrijk is."

Leonore Noorduyn

Re:ageer